Typologie(ën)

appartementsgebouw

Ontwerper(s)

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Beaux-Artsstijl

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2005-2007

id

Urban : 17115
lees meer

Beschrijving

Op hoek met Joseph Stallaertstraat, appartementsgebouw in Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930 De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de 18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling. Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken. De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen, luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes, mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw, wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere circulatie binnen het huis., 1914.

Vijf bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. In Molièrelaan twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en in Joseph Stallaertstraat vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. met halfcirkelvormige arkelVeelhoekig of rond uitkragend volume op de hoek van een gebouw en langs één of meer verdiepingen opgaand; vaak in de vorm van een torentje.. Gevel in oranje baksteen met talrijke elementen in witsteen. Benedenverdieping met doorlopende  schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Op zijtraveeën trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. bekroond met terras met smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., overgaand in doorlopend  balkon. In Joseph Stallaertstraat op derde verdieping doorlopende  balkons. DakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  bewaard.

Bronnen

Archieven
GAE/DS 233-222.