Typologie(ën)

woning

Ontwerper(s)

Franz D'OURSarchitect1913

Charles NEIRYNCKarchitect1913

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Beaux-Artsstijl

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

1993-1995

id

Urban : 13915
lees meer

Beschrijving

Woning in Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930 De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de 18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling. Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken. De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen, luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes, mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw, wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere circulatie binnen het huis., opgetrokken samen met Aduatiekersstraat nr. 49 en 51 volgens bouwaanvraag van 1913 n.o.v. van de arch. Franz D'OURS en Charles NEIRYNCK.

Drie bouwlagen en twee - op de verdiepingen - identieke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Lijstgevel in rode baksteen en similinatuursteenBepleistering ter imitatie van natuursteen. op arduinen onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. met ingang en garagepoort onder I-balkenIJzeren latei met I-profiel.. Steekboogvormige deurvensters voorzien van smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. op de eerste verdieping, rondboogvensters met centraal gebogen balkon op centrale lampetvormige en spits  toelopende uitbuiging ; smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… leuning. HoekblokkenAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel. in simili-natuursteen. Centraal decoratief medaillonRonde of ovale cartouche. tussen guirlandesGehouwen of gesneden slinger van bloemen, bladen of vruchten. Als festoen, vaak met linten en opgehangen aan strikken met neerhangende uiteinden. . Geriemde en centraal licht geknikte architraafHoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden.. Houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Twee rechthoekige dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is..

Bronnen

Archieven

GAEtt./OW 3945 (1913,  Aduatiekersstraat), inschr.reg. 3738 (1986).