Typologie(ën)
kantoorgebouw
Ontwerper(s)
Charles VERHELLE – architect – 1960
Juridisch statuut
Afgebroken en/of verbouwd
Stijlen
Modern classicisme
Inventaris(sen)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Sint-Joost-ten-Node (DMS-DML - 1994-1997)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
1993-1995
id
Urban : 10533
Beschrijving
Kantoorgebouw n.o.v. arch. Ch. VERHELLE uit 1960. Acht bouwlagen, waarvan de laatste terugwijkende verdieping zich in het verlengde van die van nr. 6-7 bevindt en acht traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
Gelegen op de plaats van de vml. herenhuizen, Kunstlaan nr. 8 en 9 en Liefdadigheidsstraat nr. 20 tot 28. Opgetrokken in verschillende fasen. De kern wordt gevormd door een herenhuis uit 1844 (nr. 8) van neoclassicistische inspiratie met vier bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
In 1922, belangrijk onuitgevoerd project van arch. R. FOUCART dat vnl. een vernieuwing van de geveldecoratie en de herinrichting van het interieur voorzag.
In 1929 vervangen door een ontwerp van arch. F. VAN MEULECOM met art-deco-inslag: herindeling van de ruimtes, toevoeging van natuurstenen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., verbouwing van laatste bouwlaag tot attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. en geveldecoratie met typische art-deco-elementen.
In 1948, bouw van pand met betonnen structuur aan de binnenkant van het woonblok door arch. Ch. VERHELLE. In 1951, uitbreiding van het herenhuis naar rechts en constructie van een nieuw aanpalend pand met vier bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) (huidige nr. 9). Hierbij verdwenen een aantal decoratieve elementen van de oorspronkelijke kern, werden de gevels geüniformiseerd, werd er een plat dak gebouwd met bekronende leuning en werd de ingang verplaatst naar rechts.
Een tweede reeks werken startte in 1960, na de afbraak van Liefdadigheidsstraat nr. 26, 28, 30 en tegelijkertijd met de aanleg van een parkeerterrein binnen het woonblok. Bouw van een nieuw pand (Liefdadigheidsstraat) dat de kromming van het straattracé volgde, met vijf bouwlagen + één terugwijkende attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. onder plat dak.
Gevel Kunstlaan: brede gevel met geraamte in gewapend beton op arduinen onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen.. Horizontaliserende vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. afgewisseld met borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in gele baksteen. Op verdiepingen traveeverdeling door vlakke betonnen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel..
In 1968 toevoeging van vleugel van zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in de stijl van de overige gebouwen, ter vervanging van Liefdadigheidsstraat nr. 22 en 24, tevens verhoging met vier bouwlagen van Kunstlaan nr. 8-9.
Gelegen op de plaats van de vml. herenhuizen, Kunstlaan nr. 8 en 9 en Liefdadigheidsstraat nr. 20 tot 28. Opgetrokken in verschillende fasen. De kern wordt gevormd door een herenhuis uit 1844 (nr. 8) van neoclassicistische inspiratie met vier bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
In 1922, belangrijk onuitgevoerd project van arch. R. FOUCART dat vnl. een vernieuwing van de geveldecoratie en de herinrichting van het interieur voorzag.
In 1929 vervangen door een ontwerp van arch. F. VAN MEULECOM met art-deco-inslag: herindeling van de ruimtes, toevoeging van natuurstenen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., verbouwing van laatste bouwlaag tot attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. en geveldecoratie met typische art-deco-elementen.
In 1948, bouw van pand met betonnen structuur aan de binnenkant van het woonblok door arch. Ch. VERHELLE. In 1951, uitbreiding van het herenhuis naar rechts en constructie van een nieuw aanpalend pand met vier bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) (huidige nr. 9). Hierbij verdwenen een aantal decoratieve elementen van de oorspronkelijke kern, werden de gevels geüniformiseerd, werd er een plat dak gebouwd met bekronende leuning en werd de ingang verplaatst naar rechts.
Een tweede reeks werken startte in 1960, na de afbraak van Liefdadigheidsstraat nr. 26, 28, 30 en tegelijkertijd met de aanleg van een parkeerterrein binnen het woonblok. Bouw van een nieuw pand (Liefdadigheidsstraat) dat de kromming van het straattracé volgde, met vijf bouwlagen + één terugwijkende attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. onder plat dak.
Gevel Kunstlaan: brede gevel met geraamte in gewapend beton op arduinen onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen.. Horizontaliserende vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. afgewisseld met borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in gele baksteen. Op verdiepingen traveeverdeling door vlakke betonnen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel..
In 1968 toevoeging van vleugel van zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in de stijl van de overige gebouwen, ter vervanging van Liefdadigheidsstraat nr. 22 en 24, tevens verhoging met vier bouwlagen van Kunstlaan nr. 8-9.
Bronnen
Archieven
GASJ/DS/OW 9451 (1922), 10986 (1929), 14199 (1948), 14576 (1951), 14805 (1953).
Opmerkelijke bomen in de nabijheid