Typologie(ën)

woning

Ontwerper(s)

Stijlen

Eclectisme

Onderzoek en redactie

1997-2004

id [nl]

Urban : 1008
lees meer

Beschrijving

Twee huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers., 1906.

Vormen geheel van vier huizen met aanpalend gebouw op nr. 27 en A. Bréartstraat nr. 127-127a, gebouwd volgens gemeenschappelijke vergunning van 1906.

Gevels volgens repeterend schema. Witte bakstenen gevels met gele bakstenen elementen. Verspringende toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. met bakstenen erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. boven deur. Op benedenverdieping, links deur, rechts rechthoekige vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. onder witstenen latei en ontlastingsboogBoog boven een venster- of deuropening die druk van het muurwerk op de stijlen afwentelt en zo het linteel ontlast.. Op verdiepingen, getoogde venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met aanzetstenenGeprofileerd of versierd blok (natuur)steen waarop een boog of een strek steunt. en witstenen sleutels (nr. 31). Tweelicht in laatste bouwlaag van toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. op nr. 31. Balkon met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. boven erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. en in tweede bouwlaag van hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel.. Getande kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met modillonsRechthoekig kraagstuk, ter versiering van een kroonlijst. op nr. 29. Bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met roedeverdeling en oranje gehamerd glas, vervangen op benedenverdieping nr. 29.

Bronnen

Archieven
GASG/DS 180 (1906).