Typologie(ën)

appartementsgebouw

Ontwerper(s)

Jean FINNÉarchitect1928

Stijlen

Modernisme

Onderzoek en redactie

2004

id [nl]

Urban : 17388
lees meer

Beschrijving

Monumentaal appartementsgebouw in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. i.o.v. algemene bouwonderneming J. Gobiet en F. Fallas en n.o.v. arch. Jean Finné,  1928.

Acht bouwlagen en zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder pseudo-mansardedak. Sobere witstenen gevel op hardstenen sokkel. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met drie panelen op borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Centrale hardstenen portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert.: pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. onder hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel.. In tweede en vijfde traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gestapelde trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. tot hoogste verdieping, daar terras met opengewerkte stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. gevuld met smeedwerk. In laterale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) garagepoort met dalende inrit; venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van eerste drie verdiepingen binnen dezelfde omlijsting versierd met gebeeldhouwde takken. Deels oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... , opengewerkte smeedijzeren toegangsdeur.

Interieur. Verdeeld in zestien appartementen, elk met kamer voor personeel, zolderRuimte onder het dak. en met bergruimte en autostaanplaats in kelder. Centraal trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht.; liftkoker met lift van het merk “Otis” met eiken liftkooi.

Bronnen

Archieven
GASPW/DS 128 (1928).