Gelegen aan de rand van het grondgebied Brussel en Schaarbeek, waar de Noordoostwijk en de Linthoutwijk elkaar ontmoeten. Er monden verscheidene straten op uit waarvan de tracés niet naar elkaar toelopen: Kortenberglaan en Patriottenstraat, Notelaarsstraat, Rassonstraat en Linthoutstraat, Eugène Plaskylaan, Opaallaan en Roodebeeklaan. Dit heeft een impact op de vorm van het plein, die uitgerekt en asymmetrisch is, en op de percelen erlangs, waarvan de meeste onregelmatig zijn.

Het plein ligt in de Linthoutwijk, waarvan het stratenplan in 1903-1904 werd getekend door Octave Houssa, ingenieur van de gemeentelijke dienst openbare werken, goedgekeurd bij K.B. van 24.06.1904, en definitief goedgekeurd bij K.B. van 21.04.1906, samen met drie andere nieuwe Schaarbeekse wijken – Monrose, Josaphatdal en Monplaisir-Helmet.

Het plein ligt deels op het tracé van de oude Kortenberglaan, vastgelegd bij K.B. van 20.06.1853. Deze laan, die toen veel langer was dan nu, begon aan de rotonde Robert Schuman, splitste dan naar het noorden, ter hoogte van het toekomstige de Jamblinne de Meuxplein, en mondde uit op de Leuvensesteenweg ter hoogte van het huidige Generaal Meiserplein. Het straatgedeelte tussen de twee pleinen werd in 1909 tot Eugène Plaskylaan omgedoopt.

De naam van het de Jamblinne de Meuxplein werd toegekend tijdens de gemeenteraad van 16.05.1905. Hij is een eerbetoon, op diens voorstel, aan baron Théophile de Jamblinne de Meux (Emines, 1820 – Brussel, 1912), hoofdingenieur van de Stad Brussel, die in 1870 een voorontwerp voor het tracé van de Noordoostwijk indiende. Het plein was toen slechts een kruising van straten die een aantal driehoekige plantsoenen vormden.

Op 13.01.1913 werd een overeenkomst gesloten tussen de Belgische staat – daar het plein tot de grande voirie [de grote weg] behoorde – en de gemeente Schaarbeek: de gemeente kreeg meer dan achttien are van de regering voor de aanleg van twee plantsoenen met bomen in het midden van het plein. Deze overeenkomst werd gewijzigd tijdens de gemeenteraadszitting van 18.11.1921, om van het midden van het plein een ‘jardinet-square' [tuinsquare] te maken die een voldoende ruim kader schiep voor het geplande monument ter ere van Philippe Baucq. Deze architect, die op 12.10.1915 als verzetsstrijder door de Duitsers werd gefusilleerd, woonde vlakbij, Roodebeeklaan nr. 49. Het monument was het werk van beeldhouwer Paul Vandekerkhove en architecten G. Heuchenne en G. Hendrickx; het werd op 20.07.1924 ingehuldigd maar in 1940 door de nazi's afgebroken.

In 1985 sloten de Belgische regering en de Europese Gemeenschappen een akkoord om een wegeninfrastructuur uit te bouwen, inclusief de bouw van de Kortenbergtunnel, die de Belliardstraat met de E40-autosnelweg moest verbinden en onder het plein door liep. Hoewel dat plein dagelijks door pendelaars werd overgestoken en mettertijd ook in die zin was ingericht, werd het tussen 1992 en 1994 volledig heraangelegd door bureau A.2R.C (Architecture et Construction entre Rêve et Réalité), na de bouw van de tunnel. Het midden van het plein is nu een lange square afgezoomd door hekken en onderverdeeld in drie vierkanten die door een smeedijzeren portiek onderling worden verbonden. De oude bomen zijn bewaard gebleven. Op 15.04.1994 werd een monumentaal werk ingehuldigd van de beeldhouwer Miquel Navarro, getiteld Boca de luna: het bestaat uit twee fonteinen, de ene dertien meter hoog, in beschilderd staal, de andere in gegoten messing.

Jamblinne de Meuxplein 45 tot 40 (foto 2011).

Het zuidoostelijke deel van het plein, dat overeenstemt met de oude Kortenberglaan en met het begin van de oude Roodebeeksesteenweg – nu de gelijknamige laan – was al in 1870 afgezoomd door verscheidene bouwwerken, waarvan sommige op een met bomen beplant eigendom. Enkel een groot herenhuis (zie nr. 13a-15) blijft hiervan over. In 1882 werd op een ander groot eigendom aan de straatkant een landhuis gebouwd dat verscheidene malen werd uitgebreid (zie nr. 7-9). In 1897 werd een luxueus sanatorium, ontworpen i.o.v. de Société Anglo-Franco-Belge, opgetrokken naast het neoclassicistische herenhuis, waarmee het in 1926 het Institut de la Vierge Fidèle en de zetel van de gelijknamige congregatie vormde (zie nr. 13a-15). Het noordwestelijke deel van het plein werd vooral tussen 1908 en 1910 bebouwd. Het omvat een opmerkelijke huizenrij met eenzelfde omvang, van nr. 31 tot nr. 45 (zie deze nummers). De braakliggende percelen rond de square werden tijdens het interbellum bebouwd.

De meeste gebouwen aan het plein zijn burgerhuizen, herenhuizen en appartementsgebouwen op de hoeken, in stijlen gaande van eclecticisme en Beaux-Arts tot art deco. Vermelden we nr. 10 (architect Servais Mayné, 1922) in Beaux-Artsstijl, nr. 11 en 12 (architect Ch. Van Elst, 1922), en nr. 19 en Opaallaan nr. 1 (architect Victor Rubbers, 1923). In 1923 werd achter nr. 27 een drukkerij gevestigd waar de correspondentiecursussen werden gedrukt van het instituut L'Avenir, gelegen op nr. 34-35 (zie dit nummer).
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAS/DS 64; 1-2: 64-1; 10: 64-10; 11: 64-11; 12: 64-12; 19: 64-19; 27: 64-27.
GAS/OW Dénomination des rues II.
GAS/OW Infrastructuur 229, 375.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, 1912, pp. 798-800; 1921, pp. 963-964.
Huis der Kunsten van Schaarbeek/lokaal fonds.

Publicaties en studies
DEROM, P. (red.), Les sculptures de Bruxelles, Galerie Patrick Derom, Brussel, Uitgeverij Pandora, Antwerpen, 2000, pp. 232-233.
DEROM, P., Les sculptures de Bruxelles. Catalogue raisonné, Galerie Patrick Derom, Brussel, 2002, p. 118.

Kaarten / plannen
HOUSSA, O., Plan des transformations de la commune de Schaerbeek, 1903 (Huis der Kunsten van Schaarbeek).
HOUSSA, O., Plan no 2. Commune de Schaerbeek. Quartier de Linthout. Projet d'avenues et rues nouvelles, 26.09.1904 (GAS/OW).
Plan de la commune de Schaerbeek 1870, Nationaal Geografisch Instituut.
Plan général de la commune de Schaerbeek 1911 in: BERTRAND, L., Schaerbeek depuis cinquante ans. 1860-1910, Librairie de l'Agence Dechenne, Brussel, 1912.