Typologie(ën)

burgerwoning

Ontwerper(s)

Frantz VELDEMANarchitect1914

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Beaux-Artsstijl
Neo-Lodewijk XVI

Inventaris(sen)

  • Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2010-2012

id

Urban : 20811
lees meer

Beschrijving

Burgerhuis in Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930 De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de 18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling. Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken. De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen, luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes, mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw, wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere circulatie binnen het huis. met elementen in Lodewijk XVI-stijl en asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. n.o.v. architect Frantz Veldeman, 1914.

Hardstenen benedenverdieping; bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. verdiepingen met witstenen elementen. Meeste muuropeningen onder rond- of korfboogBoog samengesteld uit een aantal ineenvloeiende cirkelbogen die samen nagenoeg een liggende ellips vormen. met sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf., archivoltGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog. of gebogen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. DrielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. op hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel., op verdiepingen binnen sierboog bekroond door mascaronGehouwen versiering onder de vorm van een (fantastisch) mensen- of dierenmasker., op benedenverdieping met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en Korinthische zuilenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. en balustradeHekwerk van spijlen of balusters.. Balkons volgens verkleinende ordonnantie, eerste met balustradeHekwerk van spijlen of balusters., tweede tussen postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. en met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. traliewerk. GekoofdeConvex gebogen lijst. kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Grotendeels bewaard schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... . SmeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat..

Bronnen

Archieven
GAS/DS 88-35.