Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
kinderbewaarplaats
Ontwerper(s)
RAMAEKERS – architect – 1895
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Neogotiek
Neo-Vlaamse renaissance
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Etterbeek (DMS-DML - 1994-1997)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
1993-1995
id
Urban : 14812
Beschrijving
In 1889 werd in de oude pastorie een kinderkribbe ondergebracht ; plaats waar tegenwoordig de gemeenteschool "La farandole" is gehuisvest. Deze kribbe, toevertrouwd aan de "Soeurs-de-Saint-Vincent-de-Paul", werd ingewijd op 15 oktober 1889. Eind 1896 werd de kribbe overgebracht naar de Deken Boonestraat nr. 2, opgericht dankzij de schenkingen van weduwe Van Meyel, notaris Félix Hap en de toekomstige burgemeester Nestor Plissart. Gelijktijdig met de kribbe werd in de F. Hapstraat een kleuterschool met vijf klassen opgericht ; deze lokalen worden heden door de kinderkribbe ingenomen.
Op 12 maart 1898 werd bij K.B. bepaald dat de kribbe onder de bescherming van prinses Clementine van België, dochter van Leopold II en koningin MarieHenriette zou worden geplaatst. In 1955 verlieten de "Soeurs-de-Saint-Vincent-dePaul" de gemeente Etterbeek, waardoor de kribbe in handen kwam van de "Soeurs-Saint-Charles-Borromée". In 1977, werd de Sint-Gertruidekribbe tot V.Z.W. omgevormd.
Imposant hoekcomplex (F. Hapstraat nr.16) met neogotischeDe Neogotische stijl in Brussel is een van de meest invloedrijke en langdurige neostijlen van de negentiende eeuw, en vormt een essentieel hoofdstuk in de geschiedenis van het Belgische eclecticisme en de katholieke heropleving na 1830. Deze stijl herneemt en herinterpreteert de vormen, constructieprincipes en symboliek van de middeleeuwse gotiek, en kreeg in Brussel zowel een religieuze, ideologische als nationale dimensie. De neogotiek ontstond in België in de context van het romantische nationalisme en de restauratie van religieuze architectuur, geïnspireerd door voorbeelden uit Engeland (Pugin, Ruskin) en Frankrijk (Viollet-le-Duc). In Brussel vond de stijl vruchtbare grond dankzij de samenwerking tussen de katholieke kerk, de overheid en invloedrijke architecten die de gotiek beschouwden als de ware christelijke bouwstijl van het middeleeuwse Europa. Tussen 1830 en 1914 ontwikkelde de Brusselse neogotiek zich van een restauratiestijl naar een volwaardig scheppende stroming, toegepast op kerken, scholen, kloosters en zelfs burgerlijke gebouwen. De Brusselse neogotiek herneemt de structurele en esthetische principes van de oorspronkelijke gotiek, maar vertaalt deze met negentiende-eeuwse middelen en materialen. Typische kenmerken zijn: verticalisme en sterke opwaartse dynamiek; spitsbogen, kruisribgewelven en pinakels; gebruik van natuursteen en baksteen, soms gecombineerd in polychrome patronen; rijk uitgewerkte venstertraceringen en maaswerk; toepassing van iconografische programma’s (beelden, glasramen) met religieuze of symbolische betekenis; nadruk op ambachtelijke detaillering en het expressieve karakter van de constructie. Daarnaast werden talloze interieurs, altaren, glasramen en meubilair in neogotische stijl ontworpen door kunstenaars en ateliers zoals dat van Jean-Baptiste Bethune, die de stijl vanuit Vlaanderen in Brussel hielp verspreiden. De neogotiek in Brussel omvat verschillende varianten: een romantisch geïnspireerde vroege fase, een wetenschappelijk-constructieve richting als restauratie-architectuur onder invloed van Viollet-le-Duc (vb: Broodhuis, Onze-Lieve-Vrouw ter Zavelkerk), in parallel met een creatieve scheppende stijl (vb: Sint-Bonifaaskerk), en een laat-eclectische fase waarin gotische motieven worden gecombineerd met neoromaanse of neorenaissance-elementen (vb: Redemptoristenklooster en de Sint-Magdalenakerk, Jette). De Neogotische stijl vertegenwoordigt in Brussel niet enkel een historische revival, maar ook een cultureel programma dat de identiteit van de hoofdstad mede vormgaf. Zij beïnvloedde de stedelijke morfologie, de beeldtaal van de religieuze architectuur en zelfs de decoratieve kunsten (glasramen, meubilair, smeedwerk). en neoVlaamse-Renaissance reminiscenties, waarvoor bouwaanvraag van 1895 n.o.v. de arch. RAMAEKERS, vader en zoon (aannemer CUVELIER).

Omvat één of twee bouwl. + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. (Deken Boonestraat) en resp. zes + vijf trav. met elkaar verbonden door een afgeronde hoektoren, onder gecombineerde bedaking (leien). Fraai gevelscherm in rode baksteen met verwerking van blauwe hardsteen voor o.a. gebosseerde sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel., afzatenAflopend bovenvlak van een dorpel., lateienBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt., aanzetstukken en korbeeltjes. Decoratief gebruik van roze en witte natuursteen voor banden, bogenConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. en omlijstingen. Deken
Boonestraat nr.2 : markante r. partij uitgewerkt als trapgevelGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. waarin twee Brugse trav. In de r. trav. tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. waarboven rechth. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. en spitsbogig tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst.. Dito opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. in de eerste trav., doch met houten vleugeldeur met bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. en reliëfplaat waarop profiel van Emiel Van Meyel. In geveltop smal rechth. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. onder spitsboog. Brede 1. partij met in de eerste bouwl. ingediepte en getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. velden waarin tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. belijnd door afzatenAflopend bovenvlak van een dorpel.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op consooltjes, doorbroken door vier dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. onder tudorboog met puntbekroning. Op de borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. liseendecoratie. Decoratieve gevelbeëindiging door boogfriesReeks van kleine (decoratieve) bogen, vaak steunend op kraagstenen. en tandlijst. Diverse sierankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief..
Op 12 maart 1898 werd bij K.B. bepaald dat de kribbe onder de bescherming van prinses Clementine van België, dochter van Leopold II en koningin MarieHenriette zou worden geplaatst. In 1955 verlieten de "Soeurs-de-Saint-Vincent-dePaul" de gemeente Etterbeek, waardoor de kribbe in handen kwam van de "Soeurs-Saint-Charles-Borromée". In 1977, werd de Sint-Gertruidekribbe tot V.Z.W. omgevormd.
Imposant hoekcomplex (F. Hapstraat nr.16) met neogotischeDe Neogotische stijl in Brussel is een van de meest invloedrijke en langdurige neostijlen van de negentiende eeuw, en vormt een essentieel hoofdstuk in de geschiedenis van het Belgische eclecticisme en de katholieke heropleving na 1830. Deze stijl herneemt en herinterpreteert de vormen, constructieprincipes en symboliek van de middeleeuwse gotiek, en kreeg in Brussel zowel een religieuze, ideologische als nationale dimensie. De neogotiek ontstond in België in de context van het romantische nationalisme en de restauratie van religieuze architectuur, geïnspireerd door voorbeelden uit Engeland (Pugin, Ruskin) en Frankrijk (Viollet-le-Duc). In Brussel vond de stijl vruchtbare grond dankzij de samenwerking tussen de katholieke kerk, de overheid en invloedrijke architecten die de gotiek beschouwden als de ware christelijke bouwstijl van het middeleeuwse Europa. Tussen 1830 en 1914 ontwikkelde de Brusselse neogotiek zich van een restauratiestijl naar een volwaardig scheppende stroming, toegepast op kerken, scholen, kloosters en zelfs burgerlijke gebouwen. De Brusselse neogotiek herneemt de structurele en esthetische principes van de oorspronkelijke gotiek, maar vertaalt deze met negentiende-eeuwse middelen en materialen. Typische kenmerken zijn: verticalisme en sterke opwaartse dynamiek; spitsbogen, kruisribgewelven en pinakels; gebruik van natuursteen en baksteen, soms gecombineerd in polychrome patronen; rijk uitgewerkte venstertraceringen en maaswerk; toepassing van iconografische programma’s (beelden, glasramen) met religieuze of symbolische betekenis; nadruk op ambachtelijke detaillering en het expressieve karakter van de constructie. Daarnaast werden talloze interieurs, altaren, glasramen en meubilair in neogotische stijl ontworpen door kunstenaars en ateliers zoals dat van Jean-Baptiste Bethune, die de stijl vanuit Vlaanderen in Brussel hielp verspreiden. De neogotiek in Brussel omvat verschillende varianten: een romantisch geïnspireerde vroege fase, een wetenschappelijk-constructieve richting als restauratie-architectuur onder invloed van Viollet-le-Duc (vb: Broodhuis, Onze-Lieve-Vrouw ter Zavelkerk), in parallel met een creatieve scheppende stijl (vb: Sint-Bonifaaskerk), en een laat-eclectische fase waarin gotische motieven worden gecombineerd met neoromaanse of neorenaissance-elementen (vb: Redemptoristenklooster en de Sint-Magdalenakerk, Jette). De Neogotische stijl vertegenwoordigt in Brussel niet enkel een historische revival, maar ook een cultureel programma dat de identiteit van de hoofdstad mede vormgaf. Zij beïnvloedde de stedelijke morfologie, de beeldtaal van de religieuze architectuur en zelfs de decoratieve kunsten (glasramen, meubilair, smeedwerk). en neoVlaamse-Renaissance reminiscenties, waarvoor bouwaanvraag van 1895 n.o.v. de arch. RAMAEKERS, vader en zoon (aannemer CUVELIER).
Omvat één of twee bouwl. + souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. (Deken Boonestraat) en resp. zes + vijf trav. met elkaar verbonden door een afgeronde hoektoren, onder gecombineerde bedaking (leien). Fraai gevelscherm in rode baksteen met verwerking van blauwe hardsteen voor o.a. gebosseerde sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel., afzatenAflopend bovenvlak van een dorpel., lateienBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt., aanzetstukken en korbeeltjes. Decoratief gebruik van roze en witte natuursteen voor banden, bogenConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. en omlijstingen. Deken
Boonestraat nr.2 : markante r. partij uitgewerkt als trapgevelGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. waarin twee Brugse trav. In de r. trav. tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. waarboven rechth. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. en spitsbogig tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst.. Dito opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. in de eerste trav., doch met houten vleugeldeur met bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. en reliëfplaat waarop profiel van Emiel Van Meyel. In geveltop smal rechth. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. onder spitsboog. Brede 1. partij met in de eerste bouwl. ingediepte en getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. velden waarin tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst. belijnd door afzatenAflopend bovenvlak van een dorpel.. KroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op consooltjes, doorbroken door vier dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. onder tudorboog met puntbekroning. Op de borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. liseendecoratie. Decoratieve gevelbeëindiging door boogfriesReeks van kleine (decoratieve) bogen, vaak steunend op kraagstenen. en tandlijst. Diverse sierankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief..
Afgeronde hoektoren onder tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak. (leien) met in de eerste bouwl. twee smalle venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder spitsboog met blindZonder opening; blind venster, schijnopening. boogveldEen vlak omsloten door de binnenbegrenzing van een boog en de horizontale lijn die de aanzetten verbindt; meestal boven muuropeningen en soms versierd (beeldhouwwerk, blinde traceringen, cementtegels, …).. Op de verd. vensterregisterDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. belijnd door doorgetrokken afzatenAflopend bovenvlak van een dorpel. en lateienBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt.. Dito gevelbeëindiging als in Deken Boonestraat nr.2, doch meer geprofileerd. Op de vensterdam van de eerste bouwl. een arduinen gedenkplaat, waarvoor bouwaanvraag van 1935, n.o.v. arch. DECOSTER, bovenaan versierd met een bas-reliëf van de portretbuste van Félix Hap, uitgevoerd door Edouard NOOTENS. Hieronder het opschrift "A FELIX HAP / CREATEUR ET ANIMATEUR / DES OEUVRES CATHOLIQUES / D'ETTERBEEK 1865-1930". Op de 1. trav. "LA SATISFACTION / DU DEVOIR ACCOMPLI / SERA NOTRE PLUS / DOUCE RECOMPENSE / EN CE MONDE / DIEU POURVOIRA A / NOTRE DESTINEE DANS / L'AUTRE / FELIX HAP". Op de r. trav. "RESTONS TOUJOURS / ETROITEMENT UNIS / SI NOUS VOULONS / DEMEURER FORTS / ET DIGNES DE NOUS / MEMES. AIMONS / NOUS LES UNS LES / AUTRES / FELIX HAP".

Félix Hapstraat nr. 16 : dubbelhuisopstand met centrale vleugeldeur met bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. tussen vier drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. in verdiepte en getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. velden. Dito opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. en decoratie als in Deken Boonestraat nr. 2, doch vijf i.p.v. vier dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is..
Félix Hapstraat nr. 16 : dubbelhuisopstand met centrale vleugeldeur met bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. tussen vier drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. in verdiepte en getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. velden. Dito opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. en decoratie als in Deken Boonestraat nr. 2, doch vijf i.p.v. vier dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is..
Verbouwde binnenzijde, de binnengevels rond de speelplaats werden in 1994 opgefrist. Gevels in rode baksteen met twee bouwl. en vnl. elf trav. ; op de begane grond twee- en drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. gevat in steekboognissen of Brugse trav. ; elf getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. dakvenstersUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. met twee tr. + topstuk.
Bronnen
rchieven
GAEtt./O.W. 632 (1935).
Verzameling postkaarten Dexia Bank
Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp.76, 133.
Persartikels
"Une crèche placée sous le haut patronage de la princesse Clémentine, fille du roi Léopold II", in La Lanterne, 6.2.1990.
Verzameling postkaarten Dexia Bank
Publicaties en studies
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp.76, 133.
Persartikels
"Une crèche placée sous le haut patronage de la princesse Clémentine, fille du roi Léopold II", in La Lanterne, 6.2.1990.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid











