Typologie(ën)

herenhuis

Statut juridique

Beschermd sinds 07 juni 2001

Stijlen

Art nouveau

Inventaris(sen)

  • Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
  • Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
  • Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

  • Artistiek
  • Esthetisch
  • Historisch
  • Stedenbouwkundig

Onderzoek en redactie

2005-2007

id

Urban : 16635
lees meer

Beschrijving

Herenhuis in art nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession., i.o.v. José Ciamberlani, broer van de schilder Albert Ciamberlani, en n.o.v. arch. Paul Hankar, 1900.

Het huis bevindt zicht binnen een aaneenschakeling van huizen in dezelfde stijl met een sterk homogeen karakter door het ritme van de gevels (bijna steeds zelfde opbouw) en de gebruikte materialen (zie nr. 9 tot 39).


Hankar maakte meerdere ontwerpen van een groot herenhuis met paardenstallen om te voldoen aan de wensen van de opdrachtgever die een passie had voor paarden. Een dergelijke infrastructuur is zeldzaam in de stad. Beide gebouwen zijn met elkaar verbonden, wat noch aan de mode noch aan de levensstijl van die tijd beantwoordde.

Gevel
Vier bouwlagen en op twee hoogste verdiepingen vier gelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Benedenverdieping in hardsteen, eerste verdieping in witsteen, de rest bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen.. Het geplande sgraffitoSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister). op de bepleistering werd nooit uitgevoerd. Op benedenverdieping toegangsdeur en koetspoort waartussen twee rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur..
In tweede bouwlaag trapezoïdale eiken erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. van 1920 op het platform van het voormalige balkon. Oorspronkelijk werd bijna de hele gevelbreedte ingenomen door een breed vierlicht.
In hoogste bouwlagen traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door witstenen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., met elkaar verbonden door boogfriesReeks van kleine (decoratieve) bogen, vaak steunend op kraagstenen.. Bijzonder sober hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel., bekroond met eenvoudige kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  met bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. met roedeverdeling bewaard.

Paul Émile Jansonstraat 23-25, opstand, GAE/OW 245-23-25 (1900).

Achterhuizen
De opdrachtgever was een fervent paardenliefhebber en liet in plaats van de gebruikelijke tuin stallingen, een tuigkamer, twee koetshuizen en een woning voor een stalknecht bouwen. Het geheel werd eveneens ontworpen door Paul Hankar.
In 1920 werden de bijgebouwen van het voorhuis gescheiden door de inrichting van een binnenplaats-patio, in plaats van een deel van de stallingen. De stallingen en de tuigkamer werden verhoogd en verbouwd tot woning (arch.-landmeter Victor Rosy).

Interieur
Grote en lichte ruimten. Op benedenverdieping rechts traditionele enfilade (eetkamer, keuken en achterkeuken); links de koetsingang. De rechte en relatief smalle trap ligt evenwijdig aan de gevel. Vanaf de eerste verdieping wordt het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. breder.
Vloer van toegangsvestibule met ‘vernuftig geplaatste' (Loyer, F., 1986, pp. 213-217) plavuizen en plafond met mahoniehouten cassetten. Op de eerste verdieping geeft het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. vooraan uit op een groot salon. In de twee hoogste verdiepingen bevinden zich telkens drie kamers. De plafonds van de ontvangstruimten zijn voorzien van balken in edele houtsoorten. Talrijke elementen van het schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  in mahoniehout zijn bewaard, net als de schouwen en het messing deurbeslag.

Beschermd op 07.06.2001.

Bronnen

Archieven
GAE/DS 245-23-25.

Publicaties en studies
BORSI, F., Bruxelles 1900, Franse vertaling J.-M. Van der Meerschen, Mark Vokaer éd., Brussel, 1979 (Collection Europe 1900), pp. 236-237.
BORSI, F., WIESER, H., Bruxelles capitale de l'Art Nouveau, Franse vertaling. J.-M. Van der Meerschen, 2e éd., Mark Vokaer éd., Brussel, 1992 (Collection Europe 1900), pp. 38-39, 57, 147.
LOYER, F., Paul Hankar, Naissance de l'Art Nouveau, AAM, Brussel, 1986, pp. 213-217.