Typologie(ën)

burgerwoning

Ontwerper(s)

Ernest DELUNEarchitect1903

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Art nouveau

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2007-2011

id

Urban : 19670
lees meer

Beschrijving

Burgerwoning in geometrische art nouveauPeriode: 1890 – 1914 De art nouveau is een kunststroming die zich in Europa voornamelijk tussen 1890 en 1910 ontwikkelt en een duidelijke breuk met de historische stijlen en de academische kunst van de 19e eeuw nastreeft. In België ontstaat de art nouveau in Brussel in 1893 met de bouw van het Huis Tassel door Victor Horta (1861-1947) en de privéwoning van Paul Hankar (1859-1901). Door af te stappen van de traditionele typologie met drie opeenvolgende vertrekken, holt Horta het centrum van de woning uit om er daglicht naar binnen te brengen. Vanuit die lichtkern ontvouwt zich vervolgens de binnenruimte. Hij ontwikkelt een esthetiek die vrijelijk is geïnspireerd op de plantenwereld, terwijl Hankar daar een geometrische vormentaal tegenover plaatst, waarbij hij sterker inzet op de kleureffecten die voortkomen uit het gebruik en de afwerking van verschillende materialen. Uit die twee benaderingen komen twee stromingen voort: de ene is geïnspireerd door de flora, met vloeiende en organische lijnen, de andere vertrekt van geometrische elementen en heeft een strakker en repetitiever vormenvocabularium. De art nouveau wordt toegepast op heel uiteenlopende bouwwerken: burgerwoningen en herenhuizen, schoolgebouwen, sociale woningen en handelszaken. Aanvankelijk wordt de art nouveau ontworpen voor een progressieve en welgestelde burgerij, maar de stijl wordt al snel gedemocratiseerd en groeit uit tot de modieuze vormentaal van een nieuwe generatie architecten. Zij leggen minder nadruk op de complexiteit van de binnenruimtes en meer op de uitwerking van de gevels. De versoepeling van de binnenstructuur van de woning leidt tot een vrijere gevelcompositie, met vensters in uiteenlopende vormen, verfraaid met bow-windows of erkers, loggia’s en balkons. Gevels veranderen bovendien door het gebruik van nieuwe materialen, zoals geglazuurde gekleurde baksteen, mozaïeken, decoratieve keramiek, zuiltjes en metalen lintelen. Daardoor beperkt de art nouveau zich vaak tot een toepassing binnen het eclecticisme, waarbij vooral de zorgvuldig uitgewerkte decoratieve details de geest van de stroming uitdrukken, zoals sgraffito, glas-in-loodramen, smeedijzerwerk en het artistiek ontwerp van het schrijnwerk of van allerlei boogvormige vensters., i.o.v. en n.o.v. architect Ernest Delune, 1903.

Maakt deel uit van een opmerkelijke, door dezelfde architect ontworpen rij burgerwoningen, van nr. 2 tot nr. 32.

Drie bouwlagen. Gevel in witsteen met enkele elementen in hardsteen (kordons). Muuropeningen niet in traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gealigneerd; die van twee eerste bouwlagen onder lateiBalkvormig element van hout, steen, beton of metaal dat een muuropening overspant en bovenliggend metselwerk steunt. op kussenblokken1. Dekplaat dat ligt tussen de drager (kapiteel) en het gedragene (balk of boog); 2. Kwartronde kraagsteen van een venster- of deurboog.. In tweede bouwlaag drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.; voor centraal vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. balkon met mooie ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in art nouveauPeriode: 1890 – 1914 De art nouveau is een kunststroming die zich in Europa voornamelijk tussen 1890 en 1910 ontwikkelt en een duidelijke breuk met de historische stijlen en de academische kunst van de 19e eeuw nastreeft. In België ontstaat de art nouveau in Brussel in 1893 met de bouw van het Huis Tassel door Victor Horta (1861-1947) en de privéwoning van Paul Hankar (1859-1901). Door af te stappen van de traditionele typologie met drie opeenvolgende vertrekken, holt Horta het centrum van de woning uit om er daglicht naar binnen te brengen. Vanuit die lichtkern ontvouwt zich vervolgens de binnenruimte. Hij ontwikkelt een esthetiek die vrijelijk is geïnspireerd op de plantenwereld, terwijl Hankar daar een geometrische vormentaal tegenover plaatst, waarbij hij sterker inzet op de kleureffecten die voortkomen uit het gebruik en de afwerking van verschillende materialen. Uit die twee benaderingen komen twee stromingen voort: de ene is geïnspireerd door de flora, met vloeiende en organische lijnen, de andere vertrekt van geometrische elementen en heeft een strakker en repetitiever vormenvocabularium. De art nouveau wordt toegepast op heel uiteenlopende bouwwerken: burgerwoningen en herenhuizen, schoolgebouwen, sociale woningen en handelszaken. Aanvankelijk wordt de art nouveau ontworpen voor een progressieve en welgestelde burgerij, maar de stijl wordt al snel gedemocratiseerd en groeit uit tot de modieuze vormentaal van een nieuwe generatie architecten. Zij leggen minder nadruk op de complexiteit van de binnenruimtes en meer op de uitwerking van de gevels. De versoepeling van de binnenstructuur van de woning leidt tot een vrijere gevelcompositie, met vensters in uiteenlopende vormen, verfraaid met bow-windows of erkers, loggia’s en balkons. Gevels veranderen bovendien door het gebruik van nieuwe materialen, zoals geglazuurde gekleurde baksteen, mozaïeken, decoratieve keramiek, zuiltjes en metalen lintelen. Daardoor beperkt de art nouveau zich vaak tot een toepassing binnen het eclecticisme, waarbij vooral de zorgvuldig uitgewerkte decoratieve details de geest van de stroming uitdrukken, zoals sgraffito, glas-in-loodramen, smeedijzerwerk en het artistiek ontwerp van het schrijnwerk of van allerlei boogvormige vensters. tussen stenen wangenStenen zijkanten van schouwmantel, balkonborstwering, of andere.. In hoogste bouwlaag over hele breedte vier gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Fraai schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  bewaard (bovenlichten met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. en gekleurd glas). Garage in onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. van 1952.

Voor gevel non-aedificandi zone om ingericht te worden als voortuin die moest bijdragen aan het groene karakter van de wijk van de vijvers; tuin is verdwenen en vervangen door oprit naar garage in souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping. (1952); ijzeren tuinhek slechts gedeeltelijk bewaard.

Bronnen

Archieven
GAE/DS 295-26.

Publicaties en studies
Architektur des Auslandes. Serie I: Belgien und Holland, Leipzig, Wolfrum und Co, s.d.