Typologie(ën)
octrooipaviljoen
Ontwerper(s)
Auguste PAYEN – architect – 1833-1836
Joseph GEEFS – beeldhouwer
Stijlen
Neoclassicisme
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Bouwen door de eeuwen heen in Brussel. Stad Brussel (1989-1993)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem) en integriteit (idem + kwaliteit van uitvoering).
- Esthetisch Het onroerend goed heeft een esthetische waarde als het de waarnemer zintuigelijk prikkelt op een positieve manier (‘ervaring van schoonheid). Historisch gezien werd deze waarde aangewend om waardevolle natuurlijke of semi-natuurlijke gebieden aan te duiden, maar het kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Automatisch dringt een afweging met andere waarden zich op, de artistieke in de eerste plaats, maar ook de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen), en dienen koppelingen naar selectiecriteria worden gemaakt: representativiteit, ensemblewaarde en contextuele waarde. Criteria die met andere (met name artistieke) criteria moeten worden gecombineerd.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente, of als bijzonder belangrijke ouderdom en zeldzame ontwikkeling voor een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; enz.), of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale boulevards of in de Leopoldswijk), of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur - met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (b.v. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte), of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (b.v. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, Congreskolom), of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen spelen, meer dan andere bouwkundige goederen, een prominente rol in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte in het verleden. Meestal determineren zijn andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het hierin een rol speelt, bijvoorbeeld hoekgebouwen, coherente pleinen of (straatwanden), deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, maar ook relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe deze architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Urban : 36652
Beschrijving
Bewaarde,
twee symmetrisch opgestelde octrooipaviljoenen
in neoclassicistische stijl, in 1833 ontworpen en in 1835-1836 gebouwd, door
stadsarchitect Auguste Payen : links wachtpost en rechts gemeentelijk
octrooibureel. Gebouwen opgetrokken uit baksteen, met bekleding van natuursteen
en verwerking van blauwe hardsteen (onder meer lijstwerk, pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel., zuilen,
plint). Rechthoekige plattegrond en één bouwlaag hoog onder zadelbedaking
(roofing). Eén traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) brede oost- en westgevels en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) brede noord-
en zuid-gevels met centrale risalietpartij; markerende hardstenen sokkels,
hoekpilasters met lijstkapiteel, breed entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met gelede architraafHoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden. onder
kroonlijst met tandlijst en driehoekige frontonbekroningen met centraal oculus
in lauwerkrans. VenstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in geriemde omlijsting op lekdrempels met voluutconsoles,
onder uitstekende druiplijst. Risalieten van hoofdgevels opgevat als portieken1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert.,
met steektrap : Toscaanse zuilen en pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met lijstkapitelen en basementen,
onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. met opschrift «S.P.Q.B.
ANNO MDCCCXXXVI» (1836). TimpanenMonumentaal driehoekig of segmentvormig boogveld, meestal besloten in een fronton; vaak rijkelijk versierd. van frontonsDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. verfraaid met
gebeeldhouwde taferelen, uitgevoerd door J. Geefs : links voorstelling van de
Stad Brussel, rechts van de Handel. Achteruitwijkende inkompartij met centrale
rechthoekige deur met behouden houten vleugels, in zelfde omlijsting als venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.;
twee getoogde deurtjes aan weerzijden in loodrechte muren.
Op zuidgevel van zuidelijk paviljoen : bronzen gedenkplaat met inhuldigingsdatum (21.05.1955) van de nieuwe Zenne-overwelving onder het gebouw, naar ontwerp van ingenieurs V. Provost, P. Willame, G. Wuth.
Thans herbergt het paviljoen het «Rioolmuseum van de Stad Brussel» cf. gekroonde stele met jaartal 1873, op trappenpartij.
Op zuidgevel van zuidelijk paviljoen : bronzen gedenkplaat met inhuldigingsdatum (21.05.1955) van de nieuwe Zenne-overwelving onder het gebouw, naar ontwerp van ingenieurs V. Provost, P. Willame, G. Wuth.
Thans herbergt het paviljoen het «Rioolmuseum van de Stad Brussel» cf. gekroonde stele met jaartal 1873, op trappenpartij.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 44092 en 44093 (1834-1839); A.A., 1834, vol. 31, rep. 82, pl. 186-206; 1835, vol. 32bis, rep. 13.
Publicaties en studies
Poelaert en zijn tijd, Brussel, 1980, p. 139-141.
Websites
BALat KIK-IRPA