Typologie(ën)

herenhuis

Ontwerper(s)

Pierre MEEWISarchitect1904

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Neorenaissance

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2005-2006

id

Urban : 16021
lees meer

Beschrijving

Herenhuis met elementen in Italiaanse neorenaissanceDe Neorenaissancestijl in Brussel is een belangrijke expressie van het 19e eeuwse eclecticisme, die zijn hoogtepunt bereikte tussen circa 1850 en 1910. Deze stijl grijpt terug op de vormen, proporties en ornamentiek van de 16e eeuwse Italiaanse renaissance, en werd in Brussel zowel toegepast in openbare als private bouwprojecten. De stijl vormt een reactie op het neoclassicisme, dat als te strak en dogmatisch werd ervaren, en ontwikkelt zich in parallel met de Neobarok en Neogotiek. De Brusselse Neorenaissance vormt aldus een historiserende maar ideologisch geladen stijl, waarin stedelijke representatie, burgerlijke trots en historische evocatie samenkomen. De Neorenaissancestijl onderscheidt zich door een rationele gevelopbouw en een ornamentiek gebaseerd op klassieke orden en renaissancemotieven. Ze combineert structurele helderheid met rijke decoratieve accenten. Typische kenmerken zijn: horizontale geleding door kroonlijsten en cordonbanden; symmetrische composities met regelmatige traveeën; gebruik van rondbogen, pilasters, zuilen en balustrades; gevels in natuursteen of baksteen met witstenen elementen; ornamentiek geïnspireerd op grotesken, medaillons, guirlandes en cartouches; hoge attieken of dakkapellen met frontons., n.o.v. arch. Pierre Meewis, 1904.

Drie bouwlagen en vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Gevel in hardsteen en Gobertange. Benedenverdieping met bossageIn oorsprong een gevelbehandeling waarbij ruwgehakte, rechthoekige blokken natuursteen uit de loodlijn steken en de gevel op die manier een fors, rustiek (rustica) karakter verleent; later op gevel vormelijk geïmiteerd door middel van uitspringend al dan niet bepleisterde bakstenen blokken of banden (doorlopende schijnvoegen). en inrijpoort. In tweede bouwlaag links twee venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.; rechts erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met balustersVaasvormige spijl van een borstwering. in borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en op hoeken halfzuilenZuil die met het muurwerk verbonden is, maar slechts over de halve dikte uitspringt.. In derde bouwlaag rondboogvormigeBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. binnen rechthoekige omlijsting met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en onder entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles.. Mansarde bedekt met leistenen; vier dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder gebogen frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Deur en kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). oorspronkelijk. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  vervangen.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 1223 (1904).