

Typologie(ën)
Ontwerper(s)
J. ROSSCHAERTS – 1912
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Inventaris(sen)
- Inventaris van de Industriële Architectuur (AAM - 1980-1982)
- Inventaris van het Industrieel Erfgoed (La Fonderie - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Wetenschappelijk De wetenschappelijke waarde wordt vaak erkend in het geval van landschappen (parken, halfnatuurlijke gebieden). Binnen de context van een onroerend goed kan het gaan om de aanwezigheid van een (bouw)element (bijzonder materiaal, experimenteel materiaal, bouwprocédé of -component) of getuigenis van een ruimtelijk-structurele ruimte (stedenbouwkundig) waarvan het behoud moet worden overwogen met het oog op wetenschappelijk onderzoek. In het geval van archeologische vindplaatsen en overblijfselen wordt de wetenschappelijke waarde erkend in relatie tot het uitzonderlijke karakter van de resten op het gebied van ouderdom (bijvoorbeeld de Romeinse villa in Jette), de uitzonderlijke bewaringsomstandigheden (bijvoorbeeld de site van het vroegere dorp Oudergem) of de uniciteit van de elementen (bijvoorbeeld een volledig bewaard dakspant) en derhalve op dat vlak een uitzonderlijke en prominente wetenschappelijke bijdrage vormen tot de kennis van ons stedelijk en pre-stedelijk verleden.
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
Industrieel
gebouwencomplex aangevat in 1912 naar een ontwerp van architect J. Rosschaerts
i.o.v. Filature de laines Unwin Frères.
Historiek
Ter hoogte van deze gebouwen, werd sinds 1903 de aanwezigheid van twee
textielnijverheden; de Lavoir de laines
de Bervoets-Wielemans en de firma
Unwin Fréd. Filateur de laine peignée vermeld. Het is laatstgenoemde die de
site verder zal ontwikkelen, zij bouwen van 1912 het huidige gebouw A
(architect J. Rosschaerts) bestaande uit een betonnen structuur (Béton armés Hennebique) achter een
bakstenen gevel. Tot 1929 zal de firma SA
Filatures Unwin Frères hier werkzaam zijn. Rond de periode 1930/1935 zal de
firma La Vesdre SA peignage et filature
de laine de gebouwen bezetten. Het is nog onduidelijk wat het mogelijke
verband tussen de twee bedrijven is. Het is alleszins duidelijke dat de firma La Vesdre SA zijn oorsprong kent in
Verviers, zij openen filialen in Brussel en Leiden (1934, La Vesdre Wolindustrie) en blijven
werkzaam in Brussel tot in 1969.
Beschrijving
Gebouw A langs de
Grondelstraat. Betonnen structuur (Bétons
armés Hennebique) uitgevoerd door het bouwbedrijf Henri Smits-Valcke.
Bakstenen gevel van vier bouwlagen en 26 traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) (vensterassen) per twee
verdeeld over 13 segmenten, geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met plat topstuk.
Hardstenen onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. en elementen in similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. voor lateien en neggen, onder plat
dak.
Per verdieping grote oppervlakten, hier en daar, gecompartimenteerd met
bakstenen en/of cementstenen binnenmuren. Oorspronkelijk (giet)ijzeren zuilen,
gedeeltelijk bekist of vervangen door betonnen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel..
Uitbreiding aan achtergevel van gebouw A gebouwd tussen 1944 en 1953 ter
vervanging van een U-vormig gebouw onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Baksten gebouw van 5
bouwlagen met hoge benedenverdieping toegankelijk via huidige binnenkoer. Grote
liggende rechthoekige muuropeningen met betonnen roeden, behalve in vierde
bouwlaag, verbouwd tot per twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur..
Betonnen structuur. Per verdieping grote oppervlakten, hier en daar,
gecompartimenteerd met bakstenen en/of cementstenen binnenmuren.
Haaks hierop, een langwerpig gebouw B in een meer uitgesproken modernistische
stijl uit de naoorlogse periode (gebouwd tussen 1944 en 1953). Oorspronkelijk
drie bouwlagen met verspringende toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht., verhoogd met identieke
bouwlaag tussen 1953 en 1971. Verzorgde geelgekleurde bakstenen gevel met
monumentaal karakter op de Klein Elandstraat nr. 1A. Gedrukte benedenverdieping
met liggende venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. en verzorgd traliewerk, getraliede deur rechts.
Toegangstravee verticaal geaccentueerd door hoge glaspartij, met bakstenen
moneel, ter verlichting van het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht.. Rechts verdiepingen verlicht door
drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. grote vensterpartijen met gecementeerdeMet portlandcement bestrijken. muurdamParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag.. Bewaarde
roedeverdeling met industrieel karakter, in gewapende beton aan buitenzijde,
ontdubbelt in interieur met ijzeren roeden.
Westelijke zijgevel volledig gecementeerdMet portlandcement bestrijken. en gedeeltelijk opengewerkt met
liggende vensterpartijen over de eerste drie bouwlagen, vierde bouwlaag in
baksteen en blindZonder opening; blind venster, schijnopening.. Zijgevel langs binnenkoer aan eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), overeenkomend
met trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. in geelgekleurde baksteen en smalle liggende venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Vervolgd
door bakstenen gevel, quasi blindZonder opening; blind venster, schijnopening. (en wit beschilderd) op benedenverdieping,
verderop voorzien van inrijpoort en lade- en loskaaien. In tweede en derde
bouwlagen grote liggende vensterpartijen met smalle bakstenen moneelStenen vensterstijl., en met
bewaarde roedeverdeling in gewapend beton. Hoogste bouwlaag volledig blindZonder opening; blind venster, schijnopening..
Interieur met zichtbare betonnen structuur. Per verdieping grote oppervlakten,
hier en door, gecompartimenteerd met bakstenen en/of cementstenen binnenmuren
Richting Grondelstraat versmalt het gebouw om aansluiting te vinden bij de gebouwengroep D. Laatstgenoemde bestaande uit twee tot drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. gebouwen gelegen op de Grondelstraat 154, gebouwd omstreeks 1910. Eerste gebouw links, aanleunend aan gebouw B, bakstenen constructie van twee bouwlagen onder plat dak en zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarbij de laatste een brede toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. met inrijpoort en rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op verdieping. Overige zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) volledig blind, geritmeerd door segmentbogen op benedenverdieping en met blinde rondboogvensters op verdieping, belijnd met witstenen of similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. banden. Het tweede gebouw, eveneens in baksteen en met twee bouwlagen, opgevat als een woning bestaande uit vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), met toegang in tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Rechthoekige muuropeningen op benedenverdieping met hardstenen omlijsting. Verdieping met rondboogvormige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Laatste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in licht risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden..
Volledig verwaarloosd interieur dat meerder malen werd aangepast en verbouwd aan de noden van het gebruik van het gebouw. De inrijpoort in het eerste gebouw geeft toegang tot een smalle buitenweg. De zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) rechts hiervan zijn helemaal weggewerkt en gedeeltelijk afgebroken. Een loopbrug leidt van gebouw B naar het tweede gebouw van de groep D.
Langs de Klein Eilandstraat, hoge bakstenen afsluitingsmuur met hardstenen onderbouw. Geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met hardstenen deksteen. Blinde muurvlakken. Waarschijnlijk gebouwd met gebouw A (omstreeks 1910) gezien de architecturale gelijkenissen. Langs binnenkoer bouwsporen van industriële gebouwen onder sheddaken (tussen 1930/1935 en 1944 waarbij oudere bestaande gebouwen werden verlengd tot tegen de afsluitingsmuur), en haaks ingeplant ten opzichte van de Klein Eilandstraat. Deze gebouwen werden afgebroken na 1971.
Het geheel gelegen op de Grondelstraat 152-154 en Klein Eilandstraat 1A is ontegensprekelijk een waardevolle getuige – een van de laatste – van het (diverse) industriële karakter en aanwezigheid op de Grondelstraat. Deze industrie floreerde vanaf eind 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw. De ligging van de Kleine Zenne heeft eveneens hiertoe bijgedragen.
Bronnen
Archieven
Fonds Bétons armés Hennebique (BAH). Subdiv.
47: Belgique – de 1910 à 1919. Objet BAH-24-1912-09698. Filature de laines Unwin Frères, Anderlecht
(Belgique). 1912