Typologie(ën)

universiteit

Ontwerper(s)

Henri MONTOISarchitect1969

Michel BOELENSarchitect1969

Stijlen

Brutalisme

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2026

id

Urban : 41873
lees meer

Beschrijving

Brutalistisch universiteitsgebouw voor de medische faculteit, naar een ontwerp van Henri Montois als leidend architect en Michel Boelens als uitvoerend architect, uit 1969, in opdracht van de ULB. Het Bureau d’Études Setesco SA en Marcq et Roba SCPRL traden respectievelijk op als bouwkundig ingenieur en technisch ingenieur (uitrustingen). De werken werden afgerond in november 1973.

Gebouw D werd als eerste en tevens als hoogste ontworpen binnen een driefasig project van analoge gebouwen (gebouwen E en F), die samen de campus van de medische faculteit nabij het Sint-Pietershospitaal en het Bordetinstituut zouden vormen op het onregelmatige bouwblok begrensd door de Eversstraat, Waterloolaan, Wolstraat en Dumonceaustraat.

Gebouw D is een toren van acht bouwlagen, waarvan de bovenste als technische verdieping fungeert, op een vierkant grondplan. Het gebouw is volledig opgetrokken in ter plaatse gestort beton en bekleed met vierkante architectonische betonnen panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. die als zonnewering fungeren. Deze panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. verbergen tevens de noodcirculatie rondom het gebouw, die leidt naar een noodtrap aan de zuidzijde.

De eigenlijke circulatie en de sanitaire voorzieningen worden bediend door een quasi volledig gesloten koker met drie liften en een trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., die tegen de westzijde van het gebouw is aangebracht. Twee smalle venstertraveeën verlichten enerzijds het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en anderzijds de hal.

In het gebouw werd een studentenrestaurant op de benedenverdieping voorzien, een auditorium met 200 zitplaatsen op de eerste verdieping, en kantoren en multidisciplinaire laboratoria op de overige verdiepingen.

Motivering erfgoedwaarden
Historische waarde
Gebouw D is representatief voor universiteitsarchitectuur uit de periode van het einde van de jaren 1960 en het begin van de jaren 1970, waarin stedelijke universiteitscampussen sterk uitbreiden — onder meer naar aanleiding van de splitsing van de KUL/UCL en de ontwikkeling van de Nederlandstalige campus van de VUB — en worden gemoderniseerd om tegemoet te komen aan de noden van het hoger onderwijs, in het bijzonder binnen de exacte en medische wetenschappen.

Daarnaast bezit gebouw D een belangrijke contextuele waarde, aangezien het deel uitmaakt van een cluster van universiteitsgebouwen en medische onderzoekscentra die gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. zijn aan een ziekenhuis of gespecialiseerde zorginstelling, zoals het Bordetinstituut, dat eveneens binnen de ULB operationeel is.

Artistieke waarde
Het gebouw is representatief voor het oeuvre van het architectenbureau Montois, dat in de jaren 1960 zowel de universiteitsgebouwen voor de medische faculteit van de UCL in Sint-Lambrechts-Woluwe realiseerde als de gebouwen voor de wetenschapsfaculteit op de campus La Plaine van de ULB. Deze projecten worden gekenmerkt door gelijkaardige expressievormen, bereikt door het doordachte gebruik van architectonisch beton in de buitenschil.

Esthetische waarde
Gebouw D is representatief voor het brutalisme, een architectuurstroming uit de jaren 1960 en 1970 die vaak werd toegepast bij universiteitsgebouwen uit die periode. Het gebouw heeft zijn architecturale authenticiteit en integriteit grotendeels weten te behouden.

Stedenbouwkundige waarde
Het gebouw vormt een herkenningspunt in het stedelijk landschap en markeert het nadrukkelijk zijn onmiddellijke omgeving tussen de overige zorginstellingen (contextuele waarde). Als alleenstaand gebouw is de toren een getuige van een stedenbouwkundig concept dat niet verder gerealiseerd kon worden: met doorgangen in het bouwblok tussen de verschillende gebouwen.


Bronnen

Archieven
SAB/OW 84559 (1969).

Publicaties
BINDER, G., Montois Partners. Selected and Current Works, Images Publishing, Mulgrave, 2001, pp. 110-111 (The Master Architect Series IV).