Typologie(ën)

woning

Ontwerper(s)

Victor BOURGEOISarchitect1931

Stijlen

Modernisme

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2026

id

Urban : 41872
lees meer

Beschrijving

Modernistische woning naar een ontwerp van architect Victor Bourgeois uit 1931, gebouwd in opdracht van Fernand Durlet. In 1958 werd het gebouw met een bijkomende bouwlaag verhoogd naar een ontwerp van architect Alphonse Octors.

Bel-etagewoning van drie bouwlagen met garage onder een betonnen luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak., ingeplant achter de voorbouwstrook. De inkom is bereikbaar via een bordestrap die leidt naar een portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met trap naar de voordeur. De gevel wordt gekenmerkt door liggende vensterpartijen; de hoogste bouwlaag telt een vijflicht. De gevelbekleding wijkt af van het oorspronkelijke ontwerp, dat een parementGevel- of muurbekleding. in geelgekleurde belvédèrebaksteen voorzag. De onderste bouwlagen werden daarentegen bekleed met tegels van 20 x 30 cm, afgewerkt met metaalglansglazuren, vermoedelijk vervaardigd door Helman Ceramic (voormalig Maison Helman) uit Sint-Agatha-Berchem. De hoogste bouwlaag is opgevat als een pseudomansarde met een brede raampartij in vijflicht, gescheiden door simili-witstenen postenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust., en afgewerkt met een leienbekleding.

Het interieur is opmerkelijk modernistischInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. uitgewerkt en mogelijk naar een ontwerp van Victor Bourgeois aangezien elementen van dit interieur staan aangeduid op de plannen. TrappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. in Belgisch graniet Rouge Royal, dat rijkelijk werd toegepast in de hoge lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … van hal en trapwand, evenals in de traptreden en stootborden. Deze materialen contrasteren scherp met de verchroomde buisstalen trapleuning.

Rechts van het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. bevinden zich twee in elkaars verlengde liggende leefruimtes: het salon aan de straatzijde en de eetkamer aan de tuinzijde, beide bekleed met houten panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting.. In het salon loopt de lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … tot op circa 75 cm hoogte en fungeert ze tevens als radiatorkast onder het vensterLicht- en/of luchtopening in een muur..

De eetkamer wordt van het salon gescheiden door een volledig in hout uitgewerkte portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met een ingewerkt plafondlichtpunt, verfraaid met een glas-in-loodraam in opaalkleurig glas, en een ingewerkte barkast tegenover de deur. De ruimte is volledig met houten panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. bekleed. Aan de zijde van de hal bevindt zich een radiatorkast; daartegenover een brede nisUitsparing in de dikte van een muur, kan rechthoekig zijn of onder een boog, achtervlak kan vlak, segmentvormig, halfrond of gebogen zijn; diepe nis voor standbeeld. onder een lichtstrook. Alle overgangen en randen zijn afgewerkt met een verchroomde ijzeren lat. De bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. plafonds zijn licht gekoofdConvex gebogen lijst. en voorzien van een centraal lichtpunt met modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. armatuur. Doorheen de ruimtes loopt een parketvloer; de muren worden afgewerkt met een houten plintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel..

De interbellumtuin getuigt van een doordachte aanleg, met aandacht voor beplanting en een onregelmatig natuurstenen geplaveid pad dat leidt naar een cirkelvormig terras. Dit pad mondt uit in een eveneens cirkelvormige nisUitsparing in de dikte van een muur, kan rechthoekig zijn of onder een boog, achtervlak kan vlak, segmentvormig, halfrond of gebogen zijn; diepe nis voor standbeeld., afgeboord met natuursteen. Van daaruit leidt een bakstenen trap naar een verhoogd platform, beschermd door een borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in rocaille1. Schelp- of rotsachtig, asymetrisch ornament, waaraan rococo haar naam dankt. - 2. Tuinfolies of rotsachtige tuinconstructies..


Motivering van inschrijving in de inventaris
Historische waarde
De woning Durlet is representatiefDe representativiteit verwijst naar het feit dat het onroerend goed een of meer significante kenmerken heeft in vergelijking met andere onroerende goederen in dezelfde categorie (bijvoorbeeld een typologie): het moet een “goed voorbeeld” zijn dat tal van betekenisvolle kenmerken in zich verenigt. De representativiteit van een goed wordt geëvalueerd in functie van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context (is betekenisvol in de sociale, religieuze, politieke, industriële of wetenschappelijke geschiedenis, in de esthetiek), zijn historische architecturale context (bijvoorbeeld, het vertaalt op significante wijze een kenmerk van een desbetreffend tijdperk. Net als voor het bepalen van de zeldzaamheid, is het voor de representativiteit noodzakelijk het goed te vergelijken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren. Een onroerend goed kan representatief zijn voor een bepaalde stijl, typologie, stedenbouwkundig concept of het oeuvre van de ontwerper, enz. voor de beletagewoning uit het begin van de jaren 1930, een standaardtype voor rijhuizen waarbij de integratie van een garage op het gelijkvloers een cruciaal criterium werd, en markeert tegelijk het afsluiten van de tweede bouwgolf tijdens het interbellum in de Guillaume Van Haelenlaan, die werd gekenmerkt door de oprichting van modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. gebouwen.


Artistieke waarde
De woning Durlet is representatiefDe representativiteit verwijst naar het feit dat het onroerend goed een of meer significante kenmerken heeft in vergelijking met andere onroerende goederen in dezelfde categorie (bijvoorbeeld een typologie): het moet een “goed voorbeeld” zijn dat tal van betekenisvolle kenmerken in zich verenigt. De representativiteit van een goed wordt geëvalueerd in functie van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context (is betekenisvol in de sociale, religieuze, politieke, industriële of wetenschappelijke geschiedenis, in de esthetiek), zijn historische architecturale context (bijvoorbeeld, het vertaalt op significante wijze een kenmerk van een desbetreffend tijdperk. Net als voor het bepalen van de zeldzaamheid, is het voor de representativiteit noodzakelijk het goed te vergelijken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren. Een onroerend goed kan representatief zijn voor een bepaalde stijl, typologie, stedenbouwkundig concept of het oeuvre van de ontwerper, enz. voor de modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. bel-etagewoning uit het interbellum en heeft, ondanks de verhoging in 1958, haar integriteitIntegriteit steunt op het begrip “integraliteit”, met andere woorden de fysieke volledigheid of bewaartoestand van het goed. We moeten dus evalueren of het goed nog altijd beschikt over zijn homogeniteit, zijn leesbaarheid en zijn materiële samenhang (bewaringstoestand van de oorspronkelijke materialen, de bouwtechnieken en de ruimtelijke indeling). Met andere woorden, of de bewaringstoestand van het goed nog intact en volledig is volgens zijn oorspronkelijke bouwperiode. Een onroerend goed kan voldoen aan het criterium van authenticiteit zonder te voldoen aan het criterium van integriteit (een verbouwd industrieel complex behoudt bijvoorbeeld zijn authenticiteit als het industriële karakter nog steeds leesbaar is, maar niet zijn integriteit als het interieur en het schrijnwerk zijn getransformeerd voor de herbestemming). en authenticiteitDe authenticiteit van een goed wordt beoordeeld op basis van de overeenstemming van de huidige staat met de oorspronkelijke staat. Een goed is authentiek als het plan, de vorm, het concept, de functie, de technieken, de materialen, de decoratie van de interne elementen overeenstemmen met een betekenisvolle, beduidende of kenmerkende staat. Het kan zijn dat een goed een natuurlijke aftakeling heeft ondergaan of een transformatie (bijvoorbeeld vervanging van het schrijnwerk – ramen in het bijzonder, vervanging van winkelpuien) en toch conform blijft aan zijn oorspronkelijke staat (zgn. bewaarde structurele continuïteit). Een goed is authentiek als het oorspronkelijke concept en de functie nog steeds leesbaar zijn (bijvoorbeeld een industrieel complex dat herbestemd is). De transformatie kan dan als een element van zijn geschiedenis worden beschouwd. We moeten bijgevolg de eventuele integratie van waardevolle elementen in de loop van de geschiedenis van het gebouw evalueren. – onder meer in de interieurafwerking – weten te behouden; bovendien neemt zij een specifieke plaats in binnen het oeuvre van de modernistischeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. architect Victor Bourgeois, dankzij de zeldzaamDe zeldzaamheid van een goed wordt bepaald op zowel kwalitatieve (“uitzonderlijkheid”) als kwantitatieve basis (“het zeldzamer worden”), afhankelijk van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context en zijn bouwhistorische context (m.a.w. de algehele gangbare productie van die tijd: concept, stijl, materialen, enz.), in verhouding tot de gehele productie van de ontwerper – en dit zowel formeel, functioneel als constructief. Om de zeldzaamheid van een goed te evalueren, dient het te worden vergeleken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren (typologie, chronologie-leeftijd (datering) /periode of tijdstip in deze periode, esthetisch en/of technisch uitzicht, functie, maatschappelijke of historische impact). expressieve gevel met opvallende tegelbekleding en de hoogwaardige, bewaarde interieurafwerking van het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. en de leefruimtes op de bel-etage, wat haar een bijzonder en zeldzaamDe zeldzaamheid van een goed wordt bepaald op zowel kwalitatieve (“uitzonderlijkheid”) als kwantitatieve basis (“het zeldzamer worden”), afhankelijk van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context en zijn bouwhistorische context (m.a.w. de algehele gangbare productie van die tijd: concept, stijl, materialen, enz.), in verhouding tot de gehele productie van de ontwerper – en dit zowel formeel, functioneel als constructief. Om de zeldzaamheid van een goed te evalueren, dient het te worden vergeleken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren (typologie, chronologie-leeftijd (datering) /periode of tijdstip in deze periode, esthetisch en/of technisch uitzicht, functie, maatschappelijke of historische impact). karakter verleent. De keramische tegels zijn afkomstig uit het atelier van Célestin-Joseph Helman (1906-1958) uit Sint-Agatha-Berchem, die in de eerste helft van de 20e eeuw een van de belangrijkste Belgische producenten was van decoratieve tegelpanelen en bouwkeramiek.

Esthetische waarde
De woning Durlet bezit een contextuele waardeDe contextuele waarde van een goed hangt af van de manier waarop het met zijn onmiddellijke omgeving in relatie treedt vanuit: - stedenbouwkundig: het markeert een hoek of een perspectiefgezicht, of wordt een baken in het landschap dankzij zijn sterke aanwezigheid (zijn inplanting, zijn opmerkelijke volumetrie); - landschappelijk: het goed dankt zijn landschappelijke kwaliteiten aan zijn bijzondere ligging, of aan de manier waarop de verschillende volumes waaruit het bestaat zijn ingedeeld of ingeplant zijn in het landschap; - esthetisch: het goed onderscheidt zich door de kwaliteit van zijn integratie in of aanhechting aan het stedelijke landschap of het residentiële weefsel; het draagt bij tot een algemeen visueel harmonieus effect van de buurt en tot een aantrekkelijke leefomgeving; - sociaal: een geheel van sociale woningen, een industrieel complex, enz.; - historisch: een oude dorpskern (de eerste gebouwen in een gemeente), eigendommen die vanaf het begin ontworpen zijn als onderdeel van een stedenbouwkundig concept (bijvoorbeeld de burgerwoningen rond het Elisabethpark of het park van Vorst). door haar bijdrage aan het visuele geheel van de straatwand, gekenmerkt door bel-etagewoningen achter een voorbouwstrook en met respect voor het heersende bouwvolume en gabariet.


Bronnen

Archieven
GAV/DS 11260 (1931), 17253 (1958).

Publicaties en studies
STRAUWEN, I., Victor Bourgeois 1897-1962 : Modernity, Tradition & Neutrality, Nai010 Publishers, 2021, p. 384.
BAECK, M., Het Maison Helman Céramique. Een halve eeuw bedrijfsgeschiedenis in Erfgoed Brussel, 15-16, 2015, pp. 62-77.