Typologie(ën)

villa
kunstenaarswoning

Ontwerper(s)

Albert BONTRIDDERarchitect1960

Jacques DUPUISarchitect1960

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Modernisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2018

id

Urban : 38457
lees meer

Beschrijving

Voormalige persoonlijke woning van de dichter Marcel Wauters, met modernistischeHet modernisme duidt elke architectuur aan die getuigt van een streven naar innovatie door middel van een uitgepuurde vormentaal. De zuiverste vorm, die vaak wordt aangeduid als de internationale stijl, wordt gekenmerkt door een rationele plattegrond, eenvoudige geometrische vormen, een draagstructuur (vaak in beton) met een plat dak, lichte wanden en het gebruik van moderne materialen (industriële materialen zoals gewapend beton, staal, glas). Hoewel maar weinig gebouwen de zuiverheid van de internationale stijl bereiken, drukken vele modernistische bouwwerken toch een duidelijk verlangen tot rationalisering uit. Kenmerkend zijn regelmatige bakstenen bekleding, sobere volumes en sterk gereduceerde decoratie. Het modernisme zal wereldwijd diverse architectuurstromingen beïnvloeden. Modernisme van het interbellum Periode: ca. 1920 – 1940 In Brussel is het modernisme van het interbellum soms moeilijk te onderscheiden van de art deco (zie “pakketbootstijl”), vooral in de beginfase van de stroming: hoewel met nieuwe bouwkundige vormen wordt geëxperimenteerd, blijft er nog een duidelijke gehechtheid aan het ornamentale gebruik van traditionele materialen. De rode draad van het modernisme bestaat uit de soberheid van de vormen, het gebruik van vensterregisters of liggende rechthoekige vensters en de afwezigheid van decoratie. De geaccentueerde horizontale voegen (of schaduwvoegen), de platte daken en de vensters die op het gevelvlak aansluiten zijn evenzeer kenmerkend voor de stijl. Naoorlogs modernisme Periode: ca. 1940 – 1960 Het naoorlogse modernisme (jaren 1940-1960) is herkenbaar aan verschillende karakteristieke elementen: een gevelindeling met een sobere esthetiek (eenvoudige lijnen, geen ornamenten), grote gevelopeningen die door het glas het natuurlijke licht en het gevoel van openheid versterken alsook de keuze en toepassing van materialen, zoals zichtbare baksteen, breuksteen en metaal. Deze architectuur verwerkt in sommige gevallen subtiele details, zoals reliëfspel in het metselwerk, omlijstingen van gevelopeningen in natuursteen en/of uitgevoerd in uitspringend metselwerk, kordons in natuursteen die de verdiepingen benadrukken en soms een decoratief bas-reliëf. Gevelopeningen worden zeer vaak als vensterregisters (vensterstroken) uitgevoerd, soms met metalen vensterleuning (met een sober en functioneel ontwerp, zonder overbodige details, gericht op het gebruiksgemak). Voor eengezinswoningen wordt vaak gekozen voor de bel?etagetypologie, aangezien in die periode de auto toegankelijker wordt. Ludiek modernisme, ook wel Expo 58-stijl genoemd Periode: ca. 1950 – 1965 Het ludiek modernisme of de expostijl (soms ook Robbedoesstijl, naar de stripreeks waarin dergelijke woningen in die periode figureerden), dankt zijn naam aan de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Het is een kortstondige tendens binnen het modernisme die zich ontwikkelt eind de jaren 1950 en verdwijnt begin de jaren 1960. De Expo 58?stijl weerspiegelt het optimisme van die periode en geeft het functionalisme een menselijke toets door een nieuwe vormentaal te introduceren, die onder meer bestaat uit V?kolommen, uitstekende kroonlijsten en luifels, boemerangvormige deurklinken, zigzagvormige borstweringen, stervormige motieven, gekleurde sandwichpanelen en decoratief latwerk. De stijl hanteert graag diagonale lijnen, onregelmatige, hoekige of gebogen vormen. De toegepaste structuren zijn licht (de draagstructuur wordt vaak zichtbaar gelaten) en de kleuren zijn dikwijls levendig en contrastrijk. De voorkeur gaat uit naar moderne materialen zoals beton, metaal en grote glaspartijen. In Brussel kent de tendens een groot succes in de wijken van de stadsrand die tegen het einde van de jaren 1950 worden ontwikkeld. Laat modernisme Periode: ca. 1970-1980 Tijdens de jaren 1970 en 1980 haalt de residentiële architectuur de mosterd bij de uiteenlopende tendensen van die periode. In het late modernisme zijn niet alleen de basisprincipes van het modernisme terug te vinden (rationaliteit, eenvoudige volumes, weinig ornamenten, functionele organisatie van de ruimte), maar ook elementen van het brutalisme (leesbaarheid van de structuur en benadrukking van ruwe materialen). Toch worden die principes verzacht door toegevingen die de wens weerspiegelen om moderniteit te verzoenen met de verwachtingen van de middenklasse, die geeft om comfort en streeft naar inpassing in het bestaande stadsweefsel. In die laat modernistische realisaties staan zichtbare (ruwe) baksteen, het samenspel van open en gesloten vlakken (blinde muren en glaspartijen), insprongen en hoogteverschillen en sobere kubusvormige volumes centraal. Bepaalde contextbepalende elementen worden ingewerkt, zoals hellende daken met dakpannen in residentiële wijken. Ook daken lenen zich tot spelen met in- en uitsprongen, hoogteverschillen, open en gesloten vlakken. In appartementsgebouwen krijgen de gevels ritme aan de hand van prefabmodules en brede balkons met metalen en glazen borstweringen (rookglas). Het Brusselse laat modernisme van de jaren 1970-1980 kan dan ook worden gezien als een fase van rationalisering en verspreiding van het modernisme, toegepast op een breed scala aan residentiële typologieën. Het getuigt van een periode waarin architectuur tegelijk praktisch, economisch en modern wilde zijn en zich tevens wilde verankeren in een lokale materialiteit en in vormen aangepast aan het dagelijkse gebruik. Dat erfgoed, dat niet spectaculair is en soms als strak wordt beschouwd, vertegenwoordigt niettemin een essentiële fase in de evolutie van het Brusselse stadslandschap en luidt de overgang in tussen het naoorlogse klassieke modernisme en de opkomst van het postmodernisme in de jaren 1980. inslag, ontworpen door architecten Albert Bontridder en Jacques Dupuis, 1960.

Hoger liggend dan de laan en op een hellend terrein, villa van twee bouwlagen onder asymmetrisch zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Witgeschilderde bakstenen gevels met uitgewassen beton.

De woning heeft een complexe plattegrond bestaande uit schuine muurvlakken en een trapsgewijze indeling, waardoor de vertrekken hoekige vormen hebben.

Ondergrondse met garage met een poort gemaakt van houten planchetten, toegankelijk via een schuin pad. Aan de kant van de laan, twee inspringende bouwlagen tussen de topgevelsHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt.. Op de benedenverdieping, links, glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. van de woonkamer en, rechts, asymmetrische voorstevenvormige voorbouw die de eetkamer verlicht. Volledig beglaasd inspringend linkervlak met ondoorschijnende borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en met een hoog vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. in het rechteruiteinde. In het voortuintje, terras aan de blikken onttrokken door een driehoekige muur. Op de verdieping, beplanking in afzelia, onderbroken door twee muuropeningen met glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. die elk een kamer verlichten, met daarachter een overdekte ruimte onder het dak, links een balkon met een hoge betonnen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. vormend, en rechts een terras met metalen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. (van latere datum) boven de steunbeer. Fijne zuiltjes van gegalvaniseerd staal op de borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en het terras, respectievelijk per drie en per vijf gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd..

Aan het uiteinde van het berijdbare pad, leidt een trap aan de rechterkant naar een getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. doorgang langs de oostelijke topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt.. Linkervlak van de topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. met enkele ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. in gevarieerde vormen die de eetkamer verlichten. Dit vlak werd in de jaren 1970-1980 met een beige beplanking bekleed. In het midden, muur die over de hele hoogte is opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. door twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. nissenUitsparing in de dikte van een muur, kan rechthoekig zijn of onder een boog, achtervlak kan vlak, segmentvormig, halfrond of gebogen zijn; diepe nis voor standbeeld.. Links, binnenplaatsje dat de keuken verlucht, afgesloten door een betonnen vlak en onder een plaat, in het hetzelfde materiaal, die de verdieping aangeeft, met op de hoek een klein inspringend badkamervenster. Rechts, nisUitsparing in de dikte van een muur, kan rechthoekig zijn of onder een boog, achtervlak kan vlak, segmentvormig, halfrond of gebogen zijn; diepe nis voor standbeeld. als toegangsportiek; gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. deur en vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. onder een vlak van houten planchetten en een dun raamVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. onder het dak. In de rest van de opstandBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur., klein laag toiletvenster en hoge muuropening die een werkkamer op de verdieping verlicht.

Op de westelijke topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt., die thans volledig is beplankt, schoorsteenkoker in zichtbare bakstenen, met rechts een inham met doorlopend  verticaal raamVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn.. Links, laag vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. dat een haardhoek verlicht.

De achtergevel wordt verlevendigd door een dubbele uitkraging van asymmetrische vlakken. Links, driehoekig afdak. In het midden, glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. van de werkkamer. Rechts, fijne ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn., tot tegen de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)., die de haardhoek verlichten.

Oorspronkelijk houten raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn.; metalen raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. voor de vleugels op oorspronkelijk plan.

Tuintje aan de laan afgesloten door een steunmuurtje van zichtbare bakstenen waarvan hoogte naar links afneemt.

Binnen, in elkaar overlopende woonkamer en eetkamer. Vanuit die ruimte, achteraan, trapdeel dat leidt naar de haardhoek op de tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. (boven de stookruimte), gevolgd door een tweede trapdeel naar een mezzaninehal boven de inkomvestibule. Deze hal leidt naar de gelijkvloerse werkkamer in het noorden en de overloop met de kamers in het zuiden, via enkele treden. De kamers zijn voorzien van wandkasten en hebben elk een badkamer of douche. De plafonds volgen de helling van het dak en zijn hoog in de belangrijkste vertrekken en lager in de doorgangen. Zoals Bontridder schreef, “schuilt de waarde van deze betrekkelijk bescheiden woning in de opeenvolging van de binnenruimten, ontworpen met het oog op een trage en doordachte verkenning, een afgemeten en diepe adem, een exacte bewustwording van de gevoelswaarde van het huis, als schuilplaats en als universum die de geestelijke vermogens stimuleren”.

Oorspronkelijk, geschaafde plankenvloeren en plafonds van uitgewassen beton of natuurlijk hout.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 72752 (1960).


Publicaties en studies
STRAUVEN, F., Albert Bontridder. Architecte et poète, AAM Éditions, Brussel, pp. 80-83.

Tijdschriften
“Habitation du poète Marcel Wauters, à Bruxelles”, La Maison, 12, 1965, pp. 419-420.
“Habitation du Poète Marcel Wauters à Bruxelles”, Architecture, 76, 1967, pp. 630-631.