


Typologie(ën)
sociale woonblok
gelijkvloers met handelszaak
gelijkvloers met handelszaak
Ontwerper(s)
Jean-Baptiste DEWIN – architect – 1921
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Art deco
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Landschappelijk Een landschap is een gebied, zoals waargenomen door de mens, waarvan het karakter het resultaat is van ondernomen actie en interactie van natuurlijke en/of menselijke factoren. Het is een schaalbegrip bestaande uit verschillende (erfgoed)componenten, die elk, al of niet hun intrinsieke waarde hebben, maar alles samen tot een groter meerwaardegeheel verheffen én dat dit ook zo word gepercipieerd vanop een bepaalde afstand. Wijde stadspanorama’s zijn het landschap bij uitstek, denk bijvoorbeeld aan het zicht over de benedenstad van Brussel vanop het Koningsplein, maar ook op kleinere schaal kunnen dergelijke landschappen die uit verschillende componenten zijn samengesteld voorkomen.
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2018
id
Urban : 38332
Beschrijving
Gebouw met sociale woningen
in art-decostijl en met commerciële benedenverdieping, ontworpen door architect
Jean-Baptiste Dewin i.o.v. de Lakense Haard in 1921.
Het maakt deel uit van een groot, in 1921 en 1932 ontworpen complex van sociale woningen dat het grootste deel inneemt van het bouwblok afgebakend door de Duikerstraat, de Ter Plaststraat en de Alfred Stevensstraat. Het geheel omvat 254 woningen en werd in 1980-1982 gerenoveerd (n.o.v. architecten Ph. Samyn en M. Vanden Bossche). De achtergevels werden voorzien van een voorbouw en volledig met baksteen bekleed. De binnenkant van het blok, toegankelijk via inrijpoorten op nr.35 en tussen nr. 11 en 13 Duikerstraat, werd toen heringericht, met kronkelige wegen en een beschermde centrale zone; deze inrichtingen werden in 2010 gerenoveerd, en toen werd ook een gemeenschapshuis ingericht.
Gevel in oranjekleurige baksteen, versierd met “getint cement”, witsteen en hardsteen. Gebouw van vier bouwlagen onder plat dak, met een symmetrische opstand van tien smalle traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan weerszijden van een hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw.. De venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de middelste bouwlagen zijn, per traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gevat in eenzelfde omlijsting. Aan elke straat, centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) behandeld als onderschild in de laatste bouwlaag, met houten dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Uitspringend op de verdiepingen, zijtraveeën op de laatste verdieping behandeld als dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. met rondbogige bekroning tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. op druipers, met geometrisch stenen topstuk. Hoektravee met analoge bekroning. Op de benedenverdieping, aan weerszijden van de hoek, etalages in drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere., met een houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop. die een doorlopende tussendorpel vormt. Drielicht op de centrale ingang op de hoek, onder doorlopende kroonlijst. Op de drie laatste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Stevensstraat, toegangsdeur met een houten kroonlijst die een tussendorpelStenen dorpel die een deur of venster horizontaal in tweeën deelt. vormt, klein vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. en inrijpoort naar de binnenkant van het blok (hek vervangen). Onder de kroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). moesten op smalle spiegels worden versierd met sgraffiti met vogels. Kroonlijsten bewaard, op vierledige klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop.. Schrijnwerk vervangen; bewaard, raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met drieledige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met roedeverdeling en etalages met impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. met glas-in-loodramen.
Binnen, bewaard, winkel en appartement van de handelaar op de benedenverdieping. Drie appartementen per verdieping, met drie tot vijf vertrekken.
Het maakt deel uit van een groot, in 1921 en 1932 ontworpen complex van sociale woningen dat het grootste deel inneemt van het bouwblok afgebakend door de Duikerstraat, de Ter Plaststraat en de Alfred Stevensstraat. Het geheel omvat 254 woningen en werd in 1980-1982 gerenoveerd (n.o.v. architecten Ph. Samyn en M. Vanden Bossche). De achtergevels werden voorzien van een voorbouw en volledig met baksteen bekleed. De binnenkant van het blok, toegankelijk via inrijpoorten op nr.35 en tussen nr. 11 en 13 Duikerstraat, werd toen heringericht, met kronkelige wegen en een beschermde centrale zone; deze inrichtingen werden in 2010 gerenoveerd, en toen werd ook een gemeenschapshuis ingericht.
Gevel in oranjekleurige baksteen, versierd met “getint cement”, witsteen en hardsteen. Gebouw van vier bouwlagen onder plat dak, met een symmetrische opstand van tien smalle traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan weerszijden van een hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw.. De venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de middelste bouwlagen zijn, per traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gevat in eenzelfde omlijsting. Aan elke straat, centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) behandeld als onderschild in de laatste bouwlaag, met houten dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Uitspringend op de verdiepingen, zijtraveeën op de laatste verdieping behandeld als dakvensterUit het dakvlak opgaand stenen venster dat met de gevel in verbinding staat of er enkel door een kroonlijst van gescheiden is. met rondbogige bekroning tussen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. op druipers, met geometrisch stenen topstuk. Hoektravee met analoge bekroning. Op de benedenverdieping, aan weerszijden van de hoek, etalages in drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere., met een houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop. die een doorlopende tussendorpel vormt. Drielicht op de centrale ingang op de hoek, onder doorlopende kroonlijst. Op de drie laatste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Stevensstraat, toegangsdeur met een houten kroonlijst die een tussendorpelStenen dorpel die een deur of venster horizontaal in tweeën deelt. vormt, klein vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. en inrijpoort naar de binnenkant van het blok (hek vervangen). Onder de kroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). moesten op smalle spiegels worden versierd met sgraffiti met vogels. Kroonlijsten bewaard, op vierledige klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop.. Schrijnwerk vervangen; bewaard, raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met drieledige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met roedeverdeling en etalages met impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. met glas-in-loodramen.
Binnen, bewaard, winkel en appartement van de handelaar op de benedenverdieping. Drie appartementen per verdieping, met drie tot vijf vertrekken.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 42741 (1922).
Publicaties en studies
MOUTURY, S., CORDEIRO, P., HEYMANS, V., Le logement ouvrier et social à Laeken. Etude historique et architecturale débouchant sur des propositions de mesures de protection, Cel Historisch Erfgoed van de Stad Brussel, Brussel, 1997, pp. 84-91.
Tijdschriften
L’Emulation, jaargang XLVII, 2, februari 1927, pl. 6.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid