Typologie(ën)

school
villa

Ontwerper(s)

Alfred MINNERarchitect1936-1948

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Art deco
Modernisme

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016-2017

id

Urban : 37693
lees meer

Beschrijving

Voormalige Nederlandstalige normaalschool voor meisjes, thans opgedeeld in drie instellingen die enkele gebouwen delen: de basis- en kleuterschool ‘t Plantzoentje, het Martha Somers Lyceum, en de Kunsthumaniora. Uitgebreid scholencomplex gebouwd tussen 1936 en 1948 naar de plannen van architect Alfred Minner, in art-decostijl en modernistische stijl. De kleuterschool is sinds 1971 gevestigd in geprefabriceerde gebouwen op de oostelijke hoek van de Prins Karelsquare, naast de voormalige directeursvilla aan de Kunstenaarsstraat nr. 1.

Geschiedenis

In 1916, tijdens het Duitse bestuur, verhuisde de Vlaamse afdeling van de Rijksnormaalschool van Vorst (Berkendael) naar een private Engelse tuin van 220 are, afgebakend door de Kunstenaarsstraat, de Karel Bogaerdstraat, de Chrysantenstraat en de Tuinbouwersstraat.
Het domein, waarop drie villa’s uit omstreeks 1900 stonden, behoorde toe aan weduwe Carbon-Laigniel, wiens neoclassicistische residentie de noordoostelijke hoek van het domein innam. Deze residentie had rond 1785 de hoeve Abeelen Hof vervangen, een buitenverblijf die minstens tot eind 17e eeuw terugging. Nadat de nieuwe schoolinstelling het domein enige tijd had gehuurd, verwierf ze het in 1918 en nam ze het geheel van de gebouwen in, aangevuld met enkele barakken.

Vanaf 1924 werd een eerste bouwcampagne gepland, langs de Tuinbouwersstraat, bestemd voor de lagere afdeling. Architect Huib Hoste tekende twee voorontwerpen uit, maar hun modernistische karakter vond geen bijval bij de beleidsmakers. Ze kozen uiteindelijk voor Alfred Minner, architect bij het ministerie van Volksgezondheid, die tussen 1925 en 1933 (afwerking) de Lagere School (A) ontwierp en bouwde. In 1927 werd de omvang van residentie Carbon verdubbeld, naar oorspronkelijk ontwerp, door architect N. Lemoine, maar rond 1940 werd het gebouw met de grond gelijk gemaakt. Tussen 1935 en 1938 ontwierp Minner de plannen van alle toekomstige gebouwen van de internaatschool. De werken begonnen met het huidige Martha Somers Lyceum (B), dat in 1937-1938 al gedeeltelijk gebruiksklaar was. In 1940 werden het volume met de slaapzalen en zijn toegangspaviljoen (C) afgewerkt, net als een stookplaats (D) waarboven een schoorsteen uittorende. Het duurde tot 1947-1948 voordat het volume van de huidige Kunsthumaniora, met een grote refter en een keuken (E), en de aanpalende conciërgewoning (F), werden gebouwd aan de Chrysantenstraat; het tracé van die straat werd toen oostwaarts verlegd, ten koste van de Prins Karelsquare. Ter vervanging van een plan voor een zwembad uit 1935, stelde Minner twee muziekzalen in de noordoostelijke hoek voor, maar die plannen werden niet uitgevoerd; een aanzet van een aansluiting met de flank van het Lyceum getuigt nog van dit mislukte plan. Kort vóór 1940 werd binnen de Prins Karelsquare (Kunstenaarsstraat nr. 1) een villa (G) voor de directrice gebouwd. De laatste van de drie villa’s op de site, een gebouw in pittoreske stijl dat achter de stookplaats verscholen lag, werd pas na 1995 gesloopt.


Beschrijving

Lagere School
(A)

Lang en laag gebouw in art-decostijl, met overvloedige beglazing en in oranjekleurige baksteen, witsteen en hardsteen, onder een met leien bedekt zadeldak.
Talrijke voorbouwen, de grootste aan de uiteinden, in de vorm van paviljoenen met afgeschuinde vlakken en met brede muuropeningen, het geheel onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Het rechter paviljoen dient als toegang, het linker is aangevuld met een halfrond aan de kant van de binnenplaats (speel- en turnzaal). In de gang waarop de klaslokalen uitgeven, bevinden zich negen drieledige alkoofvormende kleedkamers die uitspringen aan straatzijde; de middelste alkoof, dat aan de binnenplaats wordt hernomen, is groter en wordt bekroond door drie leien dakvlakken, de overige zijn bedekt met een zinken platform.

De gevel aan de straatzijde wordt geritmeerd door gecanneleerde witstenen pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. onder geometrisch kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen., bekroond door een gladde witstenen friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). die rond het hele gebouw loopt. Toegangspaviljoen versierd met gewelfde witstenen frontonsDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met blindZonder opening; blind venster, schijnopening. wapenschild. Aan weerszijden van de ingang aan straatzijde, klein gebeeldhouwd bas-reliëf met meisjesprofiel.
De gevel aan de binnenplaats is eenvoudiger opgevat en telt een reeks muuropeningen, van de klaslokalen, met een fijne witstenen omlijsting.
Zowel vooraan als achteraan, opengewerkte stenen ventilatiegaten versierd met palmetmotief. Kleine dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met platform, in hout en zink, die in het zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met twee ramen, die op de grootste ondervlakken van het linker paviljoen als uitspringend drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. Op de twee paviljoenen, metalen vorstkamKamvormige, geajoureerde bekroning in steen of metaal op de nok van een dak. met vegetale krulmotieven. Raamwerk en deuren vervangen.

Binnen zijn de meeste vloeren bekleed met tegels in een mengeling van oker, grijs en bruin. Lambrisering van gevlamde groene tegels in de twee paviljoenen en van gele tegels en een zwarte band in de gang en de kleedkamers. In de kleine terugwijkende vleugel met de toiletten, rechts van het toegangspaviljoen, smeedijzeren leuning in art-decostijl langs een keldertrap in granito.

Complex uit 1936-1948

Uit dit grote geheel van onderling verbonden volumes spreekt een grote structurele en stilistische homogeniteit. Het combineert modernismeInternationale stijl (vanaf ca. 1920) waarbij het functionele primeert op de vorm. Wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend beton. en ontleningen aan de art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. in een streven naar monumentaliteit dat typisch was voor de late jaren 1930. Alle schoolgebouwen zijn opgetrokken in geeloranje baksteen en hardsteen en hebben vier of vijf bouwlagen, inclusief de zoldersRuimte onder het dak., die ook werden gebruikt. De meeste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) hebben smalle of brede muuropeningen met metalen raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. (gedeeltelijk vervangen) en zijn gevat in een lichte insprong. De stenen omlijsting van sommige ingangen en vensters is versierd met allegorische bas-reliëfs, de borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. worden verlevendigd door medaillonsRonde of ovale cartouche., de ventilatiegaten door dier- en plantmotieven. De bas-reliëfs van de eerste gebouwen worden aan de beeldhouwer Albert De Raed toegeschreven. Alle daken zijn mansardedakenGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. met dakvlakken, bekleed met leien en met houten dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en een kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). in de ondervlakken. Enkele bewaard gebleven metalen makelaars zijn analoog aan die van de Lagere School. Bijpassende stookplaats, met bergplaatsen, van één bouwlaag.

Martha Somers Lyceum (B)

U-vormig gebouw met een centraal volume dat sterk uitspringt aan de kant van de binnenplaats; hoofdtrap met een breed schalmgatHet vrije, open gedeelte in een trappenhuis. waarin zich thans een lift bevindt; aan de uiteinden, volledig beglaasde terugwijkende vleugels met een secundair trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., ook met schalmgatHet vrije, open gedeelte in een trappenhuis..

Aan straatzijde, monumentaal hardstenen frontispice met vijf beglaasde traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), gevat in een ordonnantie van gecanneleerde pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. zonder kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen., met op het hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. de naam van de instelling; blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. panelen op de lateien. Kleine ingang bekroond door een bas-reliëf van drie jonge meisjes, een allegorie van het onderwijs, van de hand van Elisabeth Basmarin (ca.1955).
Aan de kant van de binnenplaats, op de latei van de deur en op de monelenStenen vensterstijl. van de laterale muuropeningen, meisjeshoofden in bas-reliëf, met een voorstelling van de sportdisciplines hardlopen, hockey en tennis (Albert De Raed).

Binnen, gangen aan straatzijde die op de hoofdtrap uitgeven, en gangen aan de noordwestzijde waarop vijf klaslokalen en enkele sanitaire blokken uitgeven. Tegelbekleding op de lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … en vloeren, met band. Vloertegels in een mengeling van geel en bruin in de klaslokalen (hier in dambordpatroon) en in alle gangen; de betegeling in de ingang is omrand met grijze tegels; betegeling van de lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … in lichtgeel met bruine band, behalve die van de toegangshal en het hoofdtrappenhuis, met groene tegels met vergulde band. Trappen in granito, versierd met banden van marmermozaïek op de bordessen1. Verhoogd platform vóór de ingang van een gebouw, bereikbaar via een aantal treden; - 2. Vloertje, boven aan of midden in een trap., met volle leuning en verchroomde buisreling.
Van de talrijke glas-in-loodramen met bloemen- en insectenmotieven van Fernand Crickx die het gebouw versierden, zijn na de plaatsing van dubbele beglazing in 1972 slechts enkele panelen in de gangen overgebleven.

Kunsthumaniora (C en E)

Twee lange, bijna evenwijdige volumes, met elkaar en met het Lyceum verbonden door twee korte vleugels van drie bouwlagen, waarvan een met trappen.


Westelijk volume (C) oorspronkelijk volledig voorbehouden voor de slaapkamers van het internaat (thans beperkt tot de derde verdieping en de zolders), met een groot paviljoen aan de centrale binnenplaats; drie bouwlagen met grote zalen (oorspronkelijk: recreatiezaal, bibliotheek en klas). Tussen dit volume en het paviljoen is een overdwarse doorgang in een smalle verbindingsvleugel ingericht, geflankeerd door twee blokken met trappen, sanitaire voorzieningen en kantoren. Een analoog blok sluit het zuidelijke volume af, met uitgang naar de Karel Bogaerdstraat; aan deze zijde worden de muurdammen van de vierkante venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. versierd met bas-reliëfs met motieven van korenvelden, een woelige zee, een regenboog en een spuwende vulkaan.
Raamwerk van de volumes met de slaapzalen volledig vervangen door pvc, met hergebruik binnenin van de oude glas-in-loodramen met gestileerde bloemenmotieven van de bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.. Enkele glasramen vertonen realistischer bloemmotieven van de hand van Fernand Crickx.
Gangen, trappen met schalmgat, betegeling van de vloeren en lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … analoog aan die van het Lyceum.

Oostelijk volume (E), langs de Chrysantenstraat, met een benedenverdieping die vroeger bijna volledig werden ingenomen door de refter van de instelling, evenals door haar keuken en haar bijgebouwen, waaronder het economaat. Een binnenplaats voorziet het geheel van lucht en licht.
De hoofdingang aan de rechterkant leidt naar een grote verhoogde hal, aan de achterzijde waarvan een gang vertrekt die in twee trappenhuizenGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. uitmondt. Volledig stenen portaal1. In muur uitgespaarde ruimte voor een deur of toegang; - 2. Meer gesloten, voor of achter een gebouw geplaatste beschutting (voorbouw, vestibule). met gecanneleerde halfzuilenZuil die met het muurwerk verbonden is, maar slechts over de halve dikte uitspringt., zonder kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen., onder een entablementHoofdgestel of onderdeel ervan (vb. kroonlijst) als bekroning van muuropening; entablement vaak op consoles. waarop de oude naam van de instelling prijkt; aan weerszijden daarvan, vensters met gebeeldhouwde latei, de ene met een schilderspalet, de andere met een ionisch kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen..
Volgens het oorspronkelijke plan moest de eerste verdieping worden opgedeeld in een grote studie- of speelzaal boven de refter, en een grote infirmerie, terwijl de tweede verdieping voor het wetenschapsonderricht was voorbehouden. Aan het zuidelijke uiteinde van het gebouw, trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. met sanitaire voorzieningen in een voorbouw met buitendeur; de compositie van de gevels is identiek aan de overeenkomstige gevels van de slaapzalen; de trappen zijn analoog aan de vorige, met inbegrip van de korte traparm van de grote hal. Op de benedenverdieping, vloeren bekleed met tegels in een mengeling van geel en grijs en groene banden, en een lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … van groene tegels en een vergulde band, doorlopend  in de trappenhuizenGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht.. Grijs en geel dambordpatroon op de vloer van de refter. In de gangen op de verdiepingen, diverse combinaties van grijs, geel, bruinrood en donkerbruin voor de vloeren, lichtgrijs en zwarte banden op de lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, ….
Rechts van de grote hal, ontvangstkamer met twee bewaarde glasramen van Fernand Crickx met een voorstelling van vlinders of door vlinders bezochte bloemen.

Conciërgewoning (F)

Vierkant gebouw van één verdieping, onder tentdak, dat met het vorige volume is verbonden.
Op de voorgevel, drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met stenen omlijsting, met op de benedenverdieping een centraal vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. tussen gecanneleerde stijlen en onder een latei met een bas-reliëf van bloemen. De vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) achteraan passen bij die van het volume met klaslokalen.

Volume van de stookplaats (D)

Verdubbeld in omvang tijdens de uitvoering, lang en laag symmetrisch gebouw geflankeerd door twee voorbouwen.
Op de straatgevel, afwisseling van toegangsdeuren, inrijpoorten en smalle venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Achteraan, venstertraveeën die passen bij die van de volumes met klaslokalen. Bas-reliëfs die het vuur evoceren: salamanders en vlammen. Hoge achthoekige bakstenen schoorsteen met geprofileerde stenen voet en ringen.

Voormalige villa van de directrice (G)

Aan de Prins Karelsquare, grote rechthoekige villa in dezelfde uitvoering, materialen en stijl als het scholencomplex, met één verdieping onder een met leien bedekt tentdak; vooraan, dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. met drieledig raam en gecanneleerde muurdammen.
Volume met drie voorbouwen met terras: een garage onder veranda rechts, een blok voor een kleine salon en het sanitair links, een toegang tot de tuin op een uitsprong van de kelderkeuken achteraan. Gevel van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met muuropeningen met stenen omlijsting. Geflankeerd door twee smalle venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., kleine centrale portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert. met houten kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en beglaasde vleugels met smeedijzeren traliewerk; langwerpige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., het middelste met gecanneleerde monelen. Op de overige gevels zijn de meeste traveeën lichtjes inspringend.
Metselwerk en sommige lateien versierd met bas-reliëfs: vrouwengezichten, bloemen en dieren, en gevleugelde slangen of hermesstaf op de portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert.. Metalen raamwerk grotendeels bewaard, soms versierd met glas-in-loodramen van Fernand Crickx, met motieven van wijnranken, vissen en boven waterlelies vliegende vogels, wellicht een evocatie van de vijver die ernaast ligt.
Verzorgd en goed bewaard interieur in art-decostijl. Vloeren en lambriseringenWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, …, in grijs en zwart marmer, parket en granitovloeren, kozijnenSamenstel van stijlen en regels, geplaatst in een venster- of deuropening, waarin de ramen en/of deuren zijn gevat. en ijzeren beslagVerzameling van metalen elementen op een deur of raam., grote eikenhouten trap met schalmgatHet vrije, open gedeelte in een trappenhuis., zwartmarmeren schoorsteen.
In de tuin staat nog een van de twee metalen leeuwen die de toegang tot de residentie Carbon-Laigniel bewaakten.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 49730 (1923), 52917 (1927), 77512 (1932-1942), 81270 (1967).


Publicaties en studies
Karel Bogaerd.
 Rijksnormaalschool Laken. Gebouwen & Omgeving (Historische Tentoonstelling 27.04-06.05.1990), LACA, Geschied- en Heemkundige Kring Laken – vzw Trefcentra Laken, SKR Laken, Stad Brussel, 1990. 
OCKELEY, J., 75 jaar Rijksnormaalschool te Laken, Hoger Pedagogisch Instituut Laken, Brussel, 1995.