Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
loods
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1953
Juridisch statuut
Afgebroken en/of verbouwd in 2018
Stijlen
Modernisme
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Laken (Archistory - 2016-2019)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016-2017
id
Urban : 37664
Beschrijving
Modernistisch gebouw
ontworpen voor een verhuisbedrijf in 1953 en vergroot in dezelfde stijl in 1958
door architect Ph. Willeaume.
Dit geheel was vroeger verbonden met nr.302, een huis waarvan het de achterliggende timmerwerkplaats verving (zie dit nummer), en lag op de kruising van twee spoorlijnen. Het zal worden gesloopt en vervangen door een groot woningcomplex (architectenbureau R2D2, 2016).
Voorgebouw op driehoekvormig plan gevolgd door een langwerpig achtergebouw van respectievelijk twee en drie bouwlagen onder plat dak. Bakstenen gevels opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. met grote rechthoekige blokvensters in beton. Langs de laan, smalle gevel van één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een brede inrijpoort tussen zuilvormige stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. in gecementeerdMet portlandcement bestrijken. beton, de rechterstijl over de hele hoogte van de gevel, als vlaggenstok in pakketbootstijl1930 – 1940. De pakketbootstijl ontwikkelt zich op het einde van het interbellum als een laatmodernistische architectuurstroming die voortbouwt op de art deco en geleidelijk evolueert naar een meer functionele, gestroomlijnde vormentaal. De stijl ontleent haar naam en vormentaal aan de trans-Atlantische oceaanliners, die in dezelfde periode hun technologische en economische hoogtepunt bereiken. Iconische rederijen zoals de Red Star Line in Antwerpen en prestigieuze pakketboten als de Île-de-France en de Normandie belichamen deze moderniteit en vooruitgangsgedachte. De pakketbootstijl wordt gekenmerkt door een uitgesproken nadruk op horizontaliteit en afgeronde volumes. Hoekpartijen worden vaak afgewerkt met gebogen erkers of afgeronde balkons, wat de indruk van aerodynamiek en beweging versterkt. De gevels zijn doorgaans uitgevoerd in baksteen met schaduwvoegen, vaak gecombineerd met bepleisterde gevelvlakken om het lineaire karakter te benadrukken. Typische elementen zijn: brede, doorlopende vensterregisters of bandramen, patrijspoortvensters, sterk overkragende betonbanden en daklijsten, platte daken, soms met dakterras, vlaggenmasten en metalen buisleuningen en afgeronde hoekramen of -balkons. Naast de formele gelijkenissen speelt ook het idee van modern comfort een rol: centrale verwarming, liften, ingebouwde garages en functioneel ingerichte plattegronden maken deel uit van het vooruitstrevende woonideaal dat de stijl uitdraagt. In Brussel vindt de pakketbootstijl vooral ingang in de eerste en tweede kroon, waar tijdens het interbellum intensieve stadsuitbreiding plaatsvindt. De stijl is bijzonder populair in de residentiële architectuur, zowel bij eengezinswoningen als bij grotere appartementsgebouwen, waar hij een modern en kosmopolitisch imago verleent. Ook utilitaire gebouwen worden in deze vormentaal gerealiseerd. Een bekend voorbeeld is het voormalige Nationaal Instituut voor Radio-Omroep (NIR) aan het Eugène Flageyplein in Elsene ontworpen door Joseph Diongre, dat met zijn afgeronde hoeken en horizontale geleding een uitgesproken nautische uitstraling bezit.. Nog meer vlaggenstokken versieren de zijgevel van het voorgebouw. Beglaasde metalen deur met decor van ruiten en sterren.
Dit geheel was vroeger verbonden met nr.302, een huis waarvan het de achterliggende timmerwerkplaats verving (zie dit nummer), en lag op de kruising van twee spoorlijnen. Het zal worden gesloopt en vervangen door een groot woningcomplex (architectenbureau R2D2, 2016).
Voorgebouw op driehoekvormig plan gevolgd door een langwerpig achtergebouw van respectievelijk twee en drie bouwlagen onder plat dak. Bakstenen gevels opengewerktOpengewerkt, voorzien van een stelsel van kleine, decoratieve openingen. met grote rechthoekige blokvensters in beton. Langs de laan, smalle gevel van één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een brede inrijpoort tussen zuilvormige stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. in gecementeerdMet portlandcement bestrijken. beton, de rechterstijl over de hele hoogte van de gevel, als vlaggenstok in pakketbootstijl1930 – 1940. De pakketbootstijl ontwikkelt zich op het einde van het interbellum als een laatmodernistische architectuurstroming die voortbouwt op de art deco en geleidelijk evolueert naar een meer functionele, gestroomlijnde vormentaal. De stijl ontleent haar naam en vormentaal aan de trans-Atlantische oceaanliners, die in dezelfde periode hun technologische en economische hoogtepunt bereiken. Iconische rederijen zoals de Red Star Line in Antwerpen en prestigieuze pakketboten als de Île-de-France en de Normandie belichamen deze moderniteit en vooruitgangsgedachte. De pakketbootstijl wordt gekenmerkt door een uitgesproken nadruk op horizontaliteit en afgeronde volumes. Hoekpartijen worden vaak afgewerkt met gebogen erkers of afgeronde balkons, wat de indruk van aerodynamiek en beweging versterkt. De gevels zijn doorgaans uitgevoerd in baksteen met schaduwvoegen, vaak gecombineerd met bepleisterde gevelvlakken om het lineaire karakter te benadrukken. Typische elementen zijn: brede, doorlopende vensterregisters of bandramen, patrijspoortvensters, sterk overkragende betonbanden en daklijsten, platte daken, soms met dakterras, vlaggenmasten en metalen buisleuningen en afgeronde hoekramen of -balkons. Naast de formele gelijkenissen speelt ook het idee van modern comfort een rol: centrale verwarming, liften, ingebouwde garages en functioneel ingerichte plattegronden maken deel uit van het vooruitstrevende woonideaal dat de stijl uitdraagt. In Brussel vindt de pakketbootstijl vooral ingang in de eerste en tweede kroon, waar tijdens het interbellum intensieve stadsuitbreiding plaatsvindt. De stijl is bijzonder populair in de residentiële architectuur, zowel bij eengezinswoningen als bij grotere appartementsgebouwen, waar hij een modern en kosmopolitisch imago verleent. Ook utilitaire gebouwen worden in deze vormentaal gerealiseerd. Een bekend voorbeeld is het voormalige Nationaal Instituut voor Radio-Omroep (NIR) aan het Eugène Flageyplein in Elsene ontworpen door Joseph Diongre, dat met zijn afgeronde hoeken en horizontale geleding een uitgesproken nautische uitstraling bezit.. Nog meer vlaggenstokken versieren de zijgevel van het voorgebouw. Beglaasde metalen deur met decor van ruiten en sterren.
Bronnen
Archieven
SAB/OW 62430 (1953), 69429 (1958).
Tijdschriften
Almanach du Commerce et de l’Industrie, “Émile Bockstael (boulevard)”, 1953, 1955.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid



















































