Typologie(ën)

kunstenaarsatelier

Ontwerper(s)

Léon SNEYERSarchitect1900

Juridisch statuut

Beschermd sinds 29 januari 1998

Stijlen

Art nouveau

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 31499
lees meer

Beschrijving

Voormalige kunstenaarswoning met atelier van kunstschilder A. Cortvriendt, cf. bewaard naamplaatje. Markant geheel in geometrische art nouveauPeriode: 1890 – 1914 De art nouveau is een kunststroming die zich in Europa voornamelijk tussen 1890 en 1910 ontwikkelt en een duidelijke breuk met de historische stijlen en de academische kunst van de 19e eeuw nastreeft. In België ontstaat de art nouveau in Brussel in 1893 met de bouw van het Huis Tassel door Victor Horta (1861-1947) en de privéwoning van Paul Hankar (1859-1901). Door af te stappen van de traditionele typologie met drie opeenvolgende vertrekken, holt Horta het centrum van de woning uit om er daglicht naar binnen te brengen. Vanuit die lichtkern ontvouwt zich vervolgens de binnenruimte. Hij ontwikkelt een esthetiek die vrijelijk is geïnspireerd op de plantenwereld, terwijl Hankar daar een geometrische vormentaal tegenover plaatst, waarbij hij sterker inzet op de kleureffecten die voortkomen uit het gebruik en de afwerking van verschillende materialen. Uit die twee benaderingen komen twee stromingen voort: de ene is geïnspireerd door de flora, met vloeiende en organische lijnen, de andere vertrekt van geometrische elementen en heeft een strakker en repetitiever vormenvocabularium. De art nouveau wordt toegepast op heel uiteenlopende bouwwerken: burgerwoningen en herenhuizen, schoolgebouwen, sociale woningen en handelszaken. Aanvankelijk wordt de art nouveau ontworpen voor een progressieve en welgestelde burgerij, maar de stijl wordt al snel gedemocratiseerd en groeit uit tot de modieuze vormentaal van een nieuwe generatie architecten. Zij leggen minder nadruk op de complexiteit van de binnenruimtes en meer op de uitwerking van de gevels. De versoepeling van de binnenstructuur van de woning leidt tot een vrijere gevelcompositie, met vensters in uiteenlopende vormen, verfraaid met bow-windows of erkers, loggia’s en balkons. Gevels veranderen bovendien door het gebruik van nieuwe materialen, zoals geglazuurde gekleurde baksteen, mozaïeken, decoratieve keramiek, zuiltjes en metalen lintelen. Daardoor beperkt de art nouveau zich vaak tot een toepassing binnen het eclecticisme, waarbij vooral de zorgvuldig uitgewerkte decoratieve details de geest van de stroming uitdrukken, zoals sgraffito, glas-in-loodramen, smeedijzerwerk en het artistiek ontwerp van het schrijnwerk of van allerlei boogvormige vensters., naar ontwerp van architect Léon Sneyers, 1900, cf. sokkelinscriptie.

Oorspronkelijk samenstel op L- vormige plattegrond, van enerzijds het ondiepe woonhuis met dubbelhuisopstand en centraal trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., anderzijds het ateliergedeelte met afzonderlijke inkom en ontvangstsalon op de begane grond en schildersatelier met noordraam over twee verdiepingen; heringedeeld in appartementen in 1949. Globaal twee tot drie bouwlagen en drie + één traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder zadel- en plat dak. Asymmetrische gevelopstand met geaffirmeerde scheiding van woon- en werkgedeelte, uitgevoerd in roomkleurige baksteen met rood voegwerk, hard- en natuursteen. Linker traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gemarkeerd door een brede erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met uitgelengde consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en balkon met postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering., afgewerkt met een luifelvormende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). op ijzeren consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.. Lagere twee centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met rondboogdeur, rechthoekige balkon, golvende kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Afzonderlijk behandelde, hoger oplopende rechter traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) gemarkeerd door hoekpilasters en -postamenten met topstuk. DrielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. met centrale deur op de begane grond, trapezoïdaal balkon erboven; gevelbreed sgraffitopaneel en golvende waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. als bekroning. Rechthoekige en rondboogvensters. Verzorgde detailafwerking van hardstenen delen zoals de profilering van sokkelsHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel., consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en dorpelsOnderdorpel van een deur., en van het houtwerk van ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. en deuren en ijzerwerkVerzameling van alle metalen elementen van een gebouw. van balkonleuningen; sgraffito’s met decoratief patroon.


Bronnen

Archieven
SAB/OW 24600 (1900).