Typologie(ën)

driegevelvilla

Ontwerper(s)

Adrien BLOMMEarchitect1932

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Modernisme
Pakketbootstijl

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2012-2013

id

Urban : 22192
lees meer

Beschrijving

Modernistische villa met invloed van de pakketbootstijl1930 – 1940. De pakketbootstijl ontwikkelt zich op het einde van het interbellum als een laatmodernistische architectuurstroming die voortbouwt op de art deco en geleidelijk evolueert naar een meer functionele, gestroomlijnde vormentaal. De stijl ontleent haar naam en vormentaal aan de trans-Atlantische oceaanliners, die in dezelfde periode hun technologische en economische hoogtepunt bereiken. Iconische rederijen zoals de Red Star Line in Antwerpen en prestigieuze pakketboten als de Île-de-France en de Normandie belichamen deze moderniteit en vooruitgangsgedachte. De pakketbootstijl wordt gekenmerkt door een uitgesproken nadruk op horizontaliteit en afgeronde volumes. Hoekpartijen worden vaak afgewerkt met gebogen erkers of afgeronde balkons, wat de indruk van aerodynamiek en beweging versterkt. De gevels zijn doorgaans uitgevoerd in baksteen met schaduwvoegen, vaak gecombineerd met bepleisterde gevelvlakken om het lineaire karakter te benadrukken. Typische elementen zijn: brede, doorlopende vensterregisters of bandramen, patrijspoortvensters, sterk overkragende betonbanden en daklijsten, platte daken, soms met dakterras, vlaggenmasten en metalen buisleuningen en afgeronde hoekramen of -balkons. Naast de formele gelijkenissen speelt ook het idee van modern comfort een rol: centrale verwarming, liften, ingebouwde garages en functioneel ingerichte plattegronden maken deel uit van het vooruitstrevende woonideaal dat de stijl uitdraagt. In Brussel vindt de pakketbootstijl vooral ingang in de eerste en tweede kroon, waar tijdens het interbellum intensieve stadsuitbreiding plaatsvindt. De stijl is bijzonder populair in de residentiële architectuur, zowel bij eengezinswoningen als bij grotere appartementsgebouwen, waar hij een modern en kosmopolitisch imago verleent. Ook utilitaire gebouwen worden in deze vormentaal gerealiseerd. Een bekend voorbeeld is het voormalige Nationaal Instituut voor Radio-Omroep (NIR) aan het Eugène Flageyplein in Elsene ontworpen door Joseph Diongre, dat met zijn afgeronde hoeken en horizontale geleding een uitgesproken nautische uitstraling bezit., n.o.v. architect Adrien Blomme, 1932.

Het langwerpige gebouw staat loodrecht op de laan. Het omvat drie volumes onder plat dak, het hoofdvolume van drie bouwlagen, de andere van respectievelijk twee en één bouwlaag. BeraapteMet mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. gevels. OnderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. in geelgekleurde Belvédèrebaksteen.
Hoofdvolume in de laatste bouwlaag terugwijkend achter een terras met pergola met zuilenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd., thans met glas afgesloten. Op de voorgevel, halfronde voorbouw van twee bouwlagen onder dakterras. Achteraan, gebogen hoek met de toegang en het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. naar de verdiepingen.
Volume van twee bouwlagen met vooraan het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. van de eretrap die naar de eerste verdieping leidt; trap met ronde plattegrond. Loodrecht daarop, galerijOverdekte gang, aan één of beide zijden geritmeerd door zuilen, kolommen of pijlers, bogengang genoemd indien geritmeerd door arcaden. uit 1982 die de villa met nr. 436 verbindt.
Schrijnwerk vervangen. Voortuin afgesloten door getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. hardstenen muurtjes en traliewerk in art decoPeriode: 1920-1940 De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes, die in 1925 in Parijs plaatsvond. De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale periode op de Brusselse architectuur. De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken (soms voorzien van een gestileerde koepel). Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd (badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd. In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken, waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot een courante bouwstijl. In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door elementen van het modernisme te integreren en met name van de scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie “pakketbootstijl”)..

Bronnen

Archieven
GAS/DS 164-436, 164-440.
GAS/OW Kist V, plan 19.

Publicaties en studies
BLOMME, F., À la rencontre d'Adrien Blomme. 1878-1940, Editions CIVA, 2004, p. 182.

Tijdschriften
Bâtir, 1933, 3, p. 91.