Typologie(ën)
Elektrisch onderstation
Ontwerper(s)
Alphonse BOELENS – architect – 1926
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Laat-eclecticisme
Inventaris(sen)
- Inventaris van de Industriële Architectuur (AAM - 1980-1982)
- Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2011-2013
id
Urban : 21245
Beschrijving
Voormalig
elektrisch onderstation in laat-eclectische stijl, ontworpen door de
gemeentearchitect Alphonse Boelens in 1926.
In oorsprong vrijstaand gebouw met geelgekleurde bakstenen gevels met elementen in wit en zwart geglazuurde baksteen, en hardstenen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel.. Hoge rondboogvensters, een kenmerkende schikking voor industriële gebouwen die verbonden zijn met de productie en distributie van elektriciteit, met betonnen raamkozijnen met dichtgemetselde bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. (1963), ter vervanging van de oorspronkelijke houten ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met fijne roedenDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd..
Zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op de Albert Verhaerensquare bekroond door een frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met het opschrift «SOUS-STATION D’ÉLECTRICITÉ», dat de publieke functie van het gebouw benadrukt.
Twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Jean Paquotstraat, die een hoek vormen. Oorspronkelijk bevonden zich hier verschillende toegangen, waaronder de ingang voor de arbeiders en de sanitaire voorzieningen. Vandaag is de rechtertravee dichtgemetseld en bevindt de enige toegang zich in de linkse traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), in de vorm van een grote garagepoort.
Drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Juliette Wytsmanstraat; de eerste, met een lagere hoogte, met drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere..
De gevels worden bekroond door een hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. met een attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt., onder een plat dak.
Interieur
Oorspronkelijk was het gebouw opgevat als een typisch industrieel onderstation, waarbij de interne indeling werd bepaald door een grote machinehal op het gelijkvloers die zich over de volledige hoogte van het gebouw uitstrekte. Deze ruime hal was ontworpen om technische installaties te huisvesten en bood plaats aan een rolbrug die nodig was voor het verplaatsen van zware onderdelen. De ruimte was aanvankelijk open en symmetrisch georganiseerd.
In 1963 werd het gebouw ingrijpend aangepast en omgevormd tot een transformatorpost en hoogspanningsstation. Daarbij werden onder meer scheidingswanden toegevoegd, en werd er een nieuwe betonnen structuur ingevoerd met onder andere een nieuwe vloer waardoor het oorspronkelijke volume werd opgesplitst. Daarnaast werden enkele gevelopeningen dichtgemaakt en bepaalde binnenmuren gesloopt. Deze ingrepen veranderden de leesbaarheid van de oorspronkelijke machinehal aanzienlijk. Het traject van de rolbrug in de hoofdruimte bleef wel behouden.
Motivering erfgoedwaarden
Historische waarde
Het onderstation is representatief voor een opkomende typologie. Het is een getuige van de ontwikkeling van de stedelijke elektriciteitsinfrastructuur in Elsene in het begin van de 20e eeuw. Samen met onder meer de elektriciteitscentrale in de Voltastraat en andere gemeentelijke onderstations maakte het gebouw deel uit van de infrastructuur waarmee de gemeente Elsene haar grondgebied van elektriciteit voorzag. Het illustreert daarmee de autonome organisatie van de gemeentelijke elektriciteitsdienst tot het midden van de 20e eeuw en bezit een historische waardeHet onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem). als materiële getuige van de ontwikkeling van stedelijke energievoorziening.
Technische waarde
Het gebouw is representatief voor een typologie van elektrische onderstations uit de eerste helft van de 20e eeuw. De oorspronkelijke organisatie rond een grote machinehal over de volledige hoogte van het gebouw -voorzien voor technische installaties en een rolbrug - weerspiegelt de technische vereisten van dergelijke infrastructuur. Ondanks ingrijpende aanpassingen in de jaren 1960 blijft de algemene volumetrie van de hal leesbaar. Ook enkele oorspronkelijke of historische elementen zijn bewaard wat de authenticiteit van het gebouw vastlegt.
Esthetische waarde
De gevels van het gebouw worden gestructureerd door een ritmische herhaling van rondbogenBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. die de compositie ordenen en het gebouw een duidelijke leesbaarheid geven. De sobere architectuur bevordert de integratie in het omliggende stedelijke weefsel, terwijl het geheel een monumentaalZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. karakter behoudt dat aansluit bij zijn publieke functie.
Artistieke waarde
Het gebouw werd ontworpen door gemeente-architect Alphonse Boelens, die in het begin van de 20e eeuw verschillende publieke gebouwen realiseerde. Dit onderstation vormt een representatief voorbeeld van zijn aanpak waarbij een technische functie werd gecombineerd met een verzorgde, eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. architectuur. Ondanks latere ingrepen blijven de volumetrie en de gevelcompositie duidelijk leesbaar, wat het gebouw een artistieke waardeHet ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.). verleent binnen het oeuvre van de architect.
Stedenbouwkundige waarde
Het gebouw is gelegen op de hoek van de Jean Paquotstraat en de Juliette Wytsmanstraat, tegenover de Albert Verhaerensquare, en neemt daardoor een markante positie in het stedelijke weefsel in. Oorspronkelijk ontworpen als vrijstaand gebouw met vier gevels, heeft het een duidelijke volumetrie en een regelmatige gevelcompositie. Ondanks latere veranderingen in de omgeving, versterkt de hoekligging de zichtbaarheid van het gebouw in de openbare ruimte en geeft het een structurerende rol in het straatbeeld (contextuele waarde).
In oorsprong vrijstaand gebouw met geelgekleurde bakstenen gevels met elementen in wit en zwart geglazuurde baksteen, en hardstenen sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel.. Hoge rondboogvensters, een kenmerkende schikking voor industriële gebouwen die verbonden zijn met de productie en distributie van elektriciteit, met betonnen raamkozijnen met dichtgemetselde bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden. (1963), ter vervanging van de oorspronkelijke houten ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met fijne roedenDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd..
Zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op de Albert Verhaerensquare bekroond door een frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met het opschrift «SOUS-STATION D’ÉLECTRICITÉ», dat de publieke functie van het gebouw benadrukt.
Twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Jean Paquotstraat, die een hoek vormen. Oorspronkelijk bevonden zich hier verschillende toegangen, waaronder de ingang voor de arbeiders en de sanitaire voorzieningen. Vandaag is de rechtertravee dichtgemetseld en bevindt de enige toegang zich in de linkse traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), in de vorm van een grote garagepoort.
Drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Juliette Wytsmanstraat; de eerste, met een lagere hoogte, met drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere..
De gevels worden bekroond door een hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. met een attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt., onder een plat dak.
Interieur
Oorspronkelijk was het gebouw opgevat als een typisch industrieel onderstation, waarbij de interne indeling werd bepaald door een grote machinehal op het gelijkvloers die zich over de volledige hoogte van het gebouw uitstrekte. Deze ruime hal was ontworpen om technische installaties te huisvesten en bood plaats aan een rolbrug die nodig was voor het verplaatsen van zware onderdelen. De ruimte was aanvankelijk open en symmetrisch georganiseerd.
In 1963 werd het gebouw ingrijpend aangepast en omgevormd tot een transformatorpost en hoogspanningsstation. Daarbij werden onder meer scheidingswanden toegevoegd, en werd er een nieuwe betonnen structuur ingevoerd met onder andere een nieuwe vloer waardoor het oorspronkelijke volume werd opgesplitst. Daarnaast werden enkele gevelopeningen dichtgemaakt en bepaalde binnenmuren gesloopt. Deze ingrepen veranderden de leesbaarheid van de oorspronkelijke machinehal aanzienlijk. Het traject van de rolbrug in de hoofdruimte bleef wel behouden.
Motivering erfgoedwaarden
Historische waarde
Het onderstation is representatief voor een opkomende typologie. Het is een getuige van de ontwikkeling van de stedelijke elektriciteitsinfrastructuur in Elsene in het begin van de 20e eeuw. Samen met onder meer de elektriciteitscentrale in de Voltastraat en andere gemeentelijke onderstations maakte het gebouw deel uit van de infrastructuur waarmee de gemeente Elsene haar grondgebied van elektriciteit voorzag. Het illustreert daarmee de autonome organisatie van de gemeentelijke elektriciteitsdienst tot het midden van de 20e eeuw en bezit een historische waardeHet onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem). als materiële getuige van de ontwikkeling van stedelijke energievoorziening.
Technische waarde
Het gebouw is representatief voor een typologie van elektrische onderstations uit de eerste helft van de 20e eeuw. De oorspronkelijke organisatie rond een grote machinehal over de volledige hoogte van het gebouw -voorzien voor technische installaties en een rolbrug - weerspiegelt de technische vereisten van dergelijke infrastructuur. Ondanks ingrijpende aanpassingen in de jaren 1960 blijft de algemene volumetrie van de hal leesbaar. Ook enkele oorspronkelijke of historische elementen zijn bewaard wat de authenticiteit van het gebouw vastlegt.
Esthetische waarde
De gevels van het gebouw worden gestructureerd door een ritmische herhaling van rondbogenBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. die de compositie ordenen en het gebouw een duidelijke leesbaarheid geven. De sobere architectuur bevordert de integratie in het omliggende stedelijke weefsel, terwijl het geheel een monumentaalZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. karakter behoudt dat aansluit bij zijn publieke functie.
Artistieke waarde
Het gebouw werd ontworpen door gemeente-architect Alphonse Boelens, die in het begin van de 20e eeuw verschillende publieke gebouwen realiseerde. Dit onderstation vormt een representatief voorbeeld van zijn aanpak waarbij een technische functie werd gecombineerd met een verzorgde, eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. architectuur. Ondanks latere ingrepen blijven de volumetrie en de gevelcompositie duidelijk leesbaar, wat het gebouw een artistieke waardeHet ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.). verleent binnen het oeuvre van de architect.
Stedenbouwkundige waarde
Het gebouw is gelegen op de hoek van de Jean Paquotstraat en de Juliette Wytsmanstraat, tegenover de Albert Verhaerensquare, en neemt daardoor een markante positie in het stedelijke weefsel in. Oorspronkelijk ontworpen als vrijstaand gebouw met vier gevels, heeft het een duidelijke volumetrie en een regelmatige gevelcompositie. Ondanks latere veranderingen in de omgeving, versterkt de hoekligging de zichtbaarheid van het gebouw in de openbare ruimte en geeft het een structurerende rol in het straatbeeld (contextuele waarde).
Bronnen
Publicaties en studies
Inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles - Ixelles, AAM, Brussel, 1980-1982, fiche 94.




















