







Typologie(ën)
appartementsgebouw
historische lift
historische lift
Ontwerper(s)
Marcel PEETERS – architect – 1930-1934
Lucien KAISIN – bouwpromotor / vastgoedontwikkelaar – 1930-1934
Gérard KAISIN – bouwpromotor / vastgoedontwikkelaar – 1930-1934
Stijlen
Art deco
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)
- Inventaris van de historische liften (Homegrade - DPC)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Landschappelijk Een landschap is een gebied, zoals waargenomen door de mens, waarvan het karakter het resultaat is van ondernomen actie en interactie van natuurlijke en/of menselijke factoren. Het is een schaalbegrip bestaande uit verschillende (erfgoed)componenten, die elk, al of niet hun intrinsieke waarde hebben, maar alles samen tot een groter meerwaardegeheel verheffen én dat dit ook zo word gepercipieerd vanop een bepaalde afstand. Wijde stadspanorama’s zijn het landschap bij uitstek, denk bijvoorbeeld aan het zicht over de benedenstad van Brussel vanop het Koningsplein, maar ook op kleinere schaal kunnen dergelijke landschappen die uit verschillende componenten zijn samengesteld voorkomen.
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2010-2012
id
Urban : 20914
Beschrijving
Groot appartementsgebouw in art-decostijl, n.o.v. architect Marcel Peeters voor bouwpromotoren Lucien Kaisin en zijn zoon Gérard, 1930-1934.
Na verscheidene voorontwerpen gemaakt vanaf 1929, werd in 1930 een principiële vergunning afgeleverd voor een bouwplan in twee fases. De vergunning voor de bouw van blok I, aan de straatkant, werd uitgereikt in 1931; die voor blok II, die twee wooneenheden omvat, in 1934. In 1930 was maar voorzien in tien verdiepingen voor het geheel, boven de benedenverdieping en een tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen.. Een elfde verdieping werd het jaar daarop ontworpen. In 1932 werd het definitieve ontwerp van blok II getekend; de rechter eenheid kreeg drie extra verdiepingen. De eerste steen van dit blok, ingewerkt in de sokkel, draagt de inscriptie “P. F. / 3 mars / 1934”; het werd afgewerkt in december van datzelfde jaar.
Het geheel vormt een gebouw met een U-vormige plattegrond, loodrecht op de straat, aan de straatkant en links afgeboord met een dreef en een tuin.
Gevels
Structuur van gewapend Hennebiquebeton. Benedenverdieping en tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. in zwart gepolijst granito. Gevels langs de straat en de tuin bekleed met “Tirolerpleisterkalk”. Lekdorpels van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in gereconstrueerde Euvillesteen. Secundaire gevels in cementbeton; opvulling met Boomse baksteen. De blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. aan de straatkant werd in 2002 met Eternit bekleed.
![[i]Les Pavillons français[/i], Notelaarstraat 282, opstand aan tuinzijde, GAS/DS 201-282 (1932).](/medias/500/buildings/10300201_0282_Z01.jpg)
Gevel van zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) langs de straat en zes symmetrische traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op de verdiepingen langs de tuin, onder plat dak. Benedenverdieping en tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. voorzien van kleine venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., de meeste per twee of drie gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd.. Langs de straat, twee garagepoorten en een dienstingang die naar de binnenplaats achteraan leidt, gevolgd door een winkel met twee vitrines, de deur ingewerkt in de eerste. Langs de tuin, één toegang per eenheid, met omlijsting met zaagtand. In de linker eenheid, hoofdingang links, toegankelijk via een hardstenen trap evenwijdig aan de gevel; garagetoegangen rechts.
Op de verdiepingen, gevels geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en trapezoïdale erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., op de eerste en de achtste verdieping verbonden door doorlopend balkon met stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en leuning; platform van het balkon van de eerste verdieping is in granito en vormt een luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. voor de benedenverdieping. Langs de straat, hoekerker en een andere, beperkt tot de achtste verdieping, bekroond door een terras en een balkon, allebei met borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Langs de tuin zijn de erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. rechthoekig in de laatste bouwlaag van elke eenheid. Deze bouwlaag heeft een doorlopend balkon, met een borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. voor de per twee of drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., die van de centrale eenheid rondboogvormig. Zijvlakken van de erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., platform van de balkons en risaliterend hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. versierd met zaagtanden. Langs de straat, terras op laatste verdieping, met links een pergola, nu beglaasd. Klein inspringend technisch volume op elk plat dak. Net als de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. worden de daken afgeboord door een leuning.
![[i]Les Pavillons français[/i], Notelaarstraat 282, hoofdingang van het rechtergedeelte (foto 2011).](/medias/500/buildings/10300201_0282_P04.jpg)
Smeedijzeren borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en vensterleuningenLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal.. Houten hoofddeuren met getraliede bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.. Smeedijzeren beglaasde deuren voor garage en dienstingang, die van de garages langs de straatkant vervangen. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping en van de tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. bewaard, met roedeverdeling; vitrines bewaard. Op de verdiepingen, schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... deels bewaard, op laatste verdieping met roedeverdeling.
Interieur
De drie hallen worden elk geflankeerd door een conciërgeloge; de hallen zijn bekleed met lichtgekleurd geprofileerd eikenhout, onder plat plafond met zaagtand; mozaïekvloer. De meer verzorgde hal van de rechter eenheid neemt twee bouwlagen in beslagVerzameling van metalen elementen op een deur of raam. en wordt verlicht door drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met glas-in-loodraam; twee muurschilderingen versieren de bovenzijde. De hallen leiden elk naar een trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. met twee liften; houten lift bewaard in de rechter eenheid. Houten trappen in de rechter eenheid, in granito in de andere.
Enkele gemeenschappelijke installaties: een ‘algemene keuken' in de rechter eenheid en een ‘restaurant' in de middelste, bereikbaar via een kleine deur; ‘kamers voor dienstpersoneel' op de tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen., in de eenheid rechts met een ‘vergaderzaal'.
Per verdieping zeven appartementen van een tot drie kamers, drie in de rechter eenheid, twee in elke andere. Eén appartement op de laatste verdieping van de rechter en centrale eenheid. Solarium op het dak van de centrale eenheid.
![[i]Les Pavillons français[/i], Notelaarstraat 282, inkomhal van het linkergedeelte (foto 2011).](/medias/500/buildings/10300201_0282_P09.jpg)
Tuin
Tuin gerenoveerd in 1971, met wederopbouw van het muurtje langs de straatkant, in hardstenen breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen.. Links van de ingang, originele metalen plaat met de inscriptie ‘Les “Pavillons Français” / du quartier nord est'. Tuin bestaande uit grasperk met verschillende terrassen, afgeboord met muurtjes beklemtoond door lantaarns in de vorm van gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuiltjes met daarop een glazen bol. Aan de achterkant van het terrein ontwierp de architect in 1935 een betonnen gebouw van één bouwlaag in L-vorm, met garages en een wasplaats in de hoek; deuren bewaard.
Na verscheidene voorontwerpen gemaakt vanaf 1929, werd in 1930 een principiële vergunning afgeleverd voor een bouwplan in twee fases. De vergunning voor de bouw van blok I, aan de straatkant, werd uitgereikt in 1931; die voor blok II, die twee wooneenheden omvat, in 1934. In 1930 was maar voorzien in tien verdiepingen voor het geheel, boven de benedenverdieping en een tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen.. Een elfde verdieping werd het jaar daarop ontworpen. In 1932 werd het definitieve ontwerp van blok II getekend; de rechter eenheid kreeg drie extra verdiepingen. De eerste steen van dit blok, ingewerkt in de sokkel, draagt de inscriptie “P. F. / 3 mars / 1934”; het werd afgewerkt in december van datzelfde jaar.
Het geheel vormt een gebouw met een U-vormige plattegrond, loodrecht op de straat, aan de straatkant en links afgeboord met een dreef en een tuin.
Gevels
Structuur van gewapend Hennebiquebeton. Benedenverdieping en tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. in zwart gepolijst granito. Gevels langs de straat en de tuin bekleed met “Tirolerpleisterkalk”. Lekdorpels van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in gereconstrueerde Euvillesteen. Secundaire gevels in cementbeton; opvulling met Boomse baksteen. De blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt. aan de straatkant werd in 2002 met Eternit bekleed.
![[i]Les Pavillons français[/i], Notelaarstraat 282, opstand aan tuinzijde, GAS/DS 201-282 (1932).](/medias/500/buildings/10300201_0282_Z01.jpg)
Gevel van zeven traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) langs de straat en zes symmetrische traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) op de verdiepingen langs de tuin, onder plat dak. Benedenverdieping en tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. voorzien van kleine venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., de meeste per twee of drie gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd.. Langs de straat, twee garagepoorten en een dienstingang die naar de binnenplaats achteraan leidt, gevolgd door een winkel met twee vitrines, de deur ingewerkt in de eerste. Langs de tuin, één toegang per eenheid, met omlijsting met zaagtand. In de linker eenheid, hoofdingang links, toegankelijk via een hardstenen trap evenwijdig aan de gevel; garagetoegangen rechts.
Op de verdiepingen, gevels geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en trapezoïdale erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., op de eerste en de achtste verdieping verbonden door doorlopend balkon met stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en leuning; platform van het balkon van de eerste verdieping is in granito en vormt een luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. voor de benedenverdieping. Langs de straat, hoekerker en een andere, beperkt tot de achtste verdieping, bekroond door een terras en een balkon, allebei met borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Langs de tuin zijn de erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. rechthoekig in de laatste bouwlaag van elke eenheid. Deze bouwlaag heeft een doorlopend balkon, met een borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. voor de per twee of drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., die van de centrale eenheid rondboogvormig. Zijvlakken van de erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld., platform van de balkons en risaliterend hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. versierd met zaagtanden. Langs de straat, terras op laatste verdieping, met links een pergola, nu beglaasd. Klein inspringend technisch volume op elk plat dak. Net als de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. van de erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. worden de daken afgeboord door een leuning.
![[i]Les Pavillons français[/i], Notelaarstraat 282, hoofdingang van het rechtergedeelte (foto 2011).](/medias/500/buildings/10300201_0282_P04.jpg)
Smeedijzeren borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en vensterleuningenLage, versierde leuning boven een onderdorpel, meestal in metaal.. Houten hoofddeuren met getraliede bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.. Smeedijzeren beglaasde deuren voor garage en dienstingang, die van de garages langs de straatkant vervangen. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping en van de tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. bewaard, met roedeverdeling; vitrines bewaard. Op de verdiepingen, schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... deels bewaard, op laatste verdieping met roedeverdeling.
Interieur
De drie hallen worden elk geflankeerd door een conciërgeloge; de hallen zijn bekleed met lichtgekleurd geprofileerd eikenhout, onder plat plafond met zaagtand; mozaïekvloer. De meer verzorgde hal van de rechter eenheid neemt twee bouwlagen in beslagVerzameling van metalen elementen op een deur of raam. en wordt verlicht door drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met glas-in-loodraam; twee muurschilderingen versieren de bovenzijde. De hallen leiden elk naar een trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. met twee liften; houten lift bewaard in de rechter eenheid. Houten trappen in de rechter eenheid, in granito in de andere.
Enkele gemeenschappelijke installaties: een ‘algemene keuken' in de rechter eenheid en een ‘restaurant' in de middelste, bereikbaar via een kleine deur; ‘kamers voor dienstpersoneel' op de tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen., in de eenheid rechts met een ‘vergaderzaal'.
Per verdieping zeven appartementen van een tot drie kamers, drie in de rechter eenheid, twee in elke andere. Eén appartement op de laatste verdieping van de rechter en centrale eenheid. Solarium op het dak van de centrale eenheid.
![[i]Les Pavillons français[/i], Notelaarstraat 282, inkomhal van het linkergedeelte (foto 2011).](/medias/500/buildings/10300201_0282_P09.jpg)
Tuin
Tuin gerenoveerd in 1971, met wederopbouw van het muurtje langs de straatkant, in hardstenen breuksteenMetselwerk bestaande uit brokken onregelmatige natuursteen.. Links van de ingang, originele metalen plaat met de inscriptie ‘Les “Pavillons Français” / du quartier nord est'. Tuin bestaande uit grasperk met verschillende terrassen, afgeboord met muurtjes beklemtoond door lantaarns in de vorm van gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. zuiltjes met daarop een glazen bol. Aan de achterkant van het terrein ontwierp de architect in 1935 een betonnen gebouw van één bouwlaag in L-vorm, met garages en een wasplaats in de hoek; deuren bewaard.
Bronnen
Archieven
GAS/DS 201-282.
Tijdschriften
“Une œuvre de feu M. Lucien Kaisin: Les Pavillons Français”, Bâtir, 1935, 27, pp. 56-60.
MESNEL, G., “Les Pavillons français & La Résidence de la Cambre”, L'Art belge, bijlage bij nr. 1, 1936, pp. 121-124.
VAN DIJK, P., Immeubles à appartements de l'entre-deux-guerres, coll. Brussel, Stad van Kunst en Geschiedenis, 43, 2006, pp. 26-27.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid