Typologie(ën)
herenhuis
woning met kunstenaarsatelier
woning met kunstenaarsatelier
Ontwerper(s)
Paul HANKAR – architect – 1898
René JANSSENS – schilder – 1898
Maurice VAN YSENDIJCK – architect – 1904
Adrien BLOMME – architect – 1908
Jules BRUNFAUT – architect – 1919
Stijlen
Art nouveau
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem) en integriteit (idem + kwaliteit van uitvoering).
- Esthetisch Het onroerend goed heeft een esthetische waarde als het de waarnemer zintuigelijk prikkelt op een positieve manier (‘ervaring van schoonheid). Historisch gezien werd deze waarde aangewend om waardevolle natuurlijke of semi-natuurlijke gebieden aan te duiden, maar het kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Automatisch dringt een afweging met andere waarden zich op, de artistieke in de eerste plaats, maar ook de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen), en dienen koppelingen naar selectiecriteria worden gemaakt: representativiteit, ensemblewaarde en contextuele waarde. Criteria die met andere (met name artistieke) criteria moeten worden gecombineerd.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente, of als bijzonder belangrijke ouderdom en zeldzame ontwikkeling voor een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; enz.), of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale boulevards of in de Leopoldswijk), of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur - met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (b.v. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte), of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (b.v. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, Congreskolom), of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen spelen, meer dan andere bouwkundige goederen, een prominente rol in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte in het verleden. Meestal determineren zijn andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het hierin een rol speelt, bijvoorbeeld hoekgebouwen, coherente pleinen of (straatwanden), deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, maar ook relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe deze architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2005-2007
id
Urban : 16520
Beschrijving
Opmerkelijk herenhuis in art nouveauInternationale beweging (1893 - ca. 1914) als reactie op de ‘neo’-stijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl twee stromingen, namelijk de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door Paul Hankar of de Wiener Secession., naar met 1898 gedateerde plannen van arch. Paul Hankar, 1898; ontworpen voor zijn vriend, de Brusselse schilder René Janssens (1870-1936), medestichter van ‘Le Sillon', aquarellist, lithograaf en kunstcriticus.
Huidig gebouw resulteert uit verschillende verbouwingen. In 1904 werd het huis verhoogd met twee bouwlagen onder glazen dak waaronder het atelier van de schilder lag en werd de thans nog bestaande erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. toegevoegd (arch. Maurice Van Ysendijck). In 1908 verhoogde arch. Adrien Blomme de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. met een halve bouwlaag en vergrootte in 1910 de bijgebouwen aan de achterkant. In 1919 verhoogde Jules Brunfaut deze tot aan de hoogste verdieping.
Gevel.
Roze baksteen met elementen in witsteen van Euville en in hardsteen. Cirkelvormige souterrainvensters met fraai smeedijzeren traliewerk. Op benedenverdieping vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met rechthoekige muuropeningen. In tweede bouwlaag rondboogvenster met hoekkettingAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel. en rechts houten trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op vier elegante smeedijzeren consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.; japanniserende roedeverdeling. In derde bouwlaag (1904) twee drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere., rechtse met terras met smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. rustend op erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.. In hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. van hoogste bouwlaag (1908) langwerpig vierlicht. Hoogste bouwlaag metselwerk verlevendigd met zogenaamde ‘hondjes' in constrasterend witte baksteen; motief dat ook voorkwam op atelier van Ciamberlani eveneens naar ontwerp van Hankar (Terkamerenlaan nr. 28, 1897-98, gesloopt in 1988, (LOYER, F., 1986, p. 209).
Grondplan
Geïnspireerd op dat van het huis Albert Ciamberlani (zie nr. 48). Benedenverdieping in twee delen gescheiden door de gang. Links drie grote vertrekken in enfilade; oorspronkelijk een werkkamer, een eetkamer en een veranda. Rechts een klein salon uitgevend op een groot rechthoekig trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., verlicht door groot bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.. De trap in mahoniehout en rode den en de muurschilderingen met bloemmotieven in het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. zijn bewaard. De aankleding van de rest van het interieur werd vervangen door een conventionele aankleding in neoclassicistische stijl (LOYER, F., 1986, p. 209). Alleen het kleine salon rechts bezit nog de oorspronkelijke schouw in geglazuurde baksteen en de lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … met panelen in gedreven leer.
Beschermd op 12.11.1998.
Huidig gebouw resulteert uit verschillende verbouwingen. In 1904 werd het huis verhoogd met twee bouwlagen onder glazen dak waaronder het atelier van de schilder lag en werd de thans nog bestaande erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. toegevoegd (arch. Maurice Van Ysendijck). In 1908 verhoogde arch. Adrien Blomme de hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. met een halve bouwlaag en vergrootte in 1910 de bijgebouwen aan de achterkant. In 1919 verhoogde Jules Brunfaut deze tot aan de hoogste verdieping.
Gevel.
Roze baksteen met elementen in witsteen van Euville en in hardsteen. Cirkelvormige souterrainvensters met fraai smeedijzeren traliewerk. Op benedenverdieping vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met rechthoekige muuropeningen. In tweede bouwlaag rondboogvenster met hoekkettingAfwisselende opeenvolging van lange en korte zijden van natuurstenen hoekblokken of neggen (geprofileerd) in een bakstenen gevel. en rechts houten trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. op vier elegante smeedijzeren consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief.; japanniserende roedeverdeling. In derde bouwlaag (1904) twee drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere., rechtse met terras met smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. rustend op erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.. In hoofdtraveeBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. van hoogste bouwlaag (1908) langwerpig vierlicht. Hoogste bouwlaag metselwerk verlevendigd met zogenaamde ‘hondjes' in constrasterend witte baksteen; motief dat ook voorkwam op atelier van Ciamberlani eveneens naar ontwerp van Hankar (Terkamerenlaan nr. 28, 1897-98, gesloopt in 1988, (LOYER, F., 1986, p. 209).
Grondplan
Geïnspireerd op dat van het huis Albert Ciamberlani (zie nr. 48). Benedenverdieping in twee delen gescheiden door de gang. Links drie grote vertrekken in enfilade; oorspronkelijk een werkkamer, een eetkamer en een veranda. Rechts een klein salon uitgevend op een groot rechthoekig trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., verlicht door groot bovenlichtBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden.. De trap in mahoniehout en rode den en de muurschilderingen met bloemmotieven in het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. zijn bewaard. De aankleding van de rest van het interieur werd vervangen door een conventionele aankleding in neoclassicistische stijl (LOYER, F., 1986, p. 209). Alleen het kleine salon rechts bezit nog de oorspronkelijke schouw in geglazuurde baksteen en de lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … met panelen in gedreven leer.
Beschermd op 12.11.1998.
Bronnen
Archieven
GAE/DS 89-50.
Publicaties en studies
ADRIAENSSENS, W., et al., Paul Hankar, architecte d'intérieur, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 2005, pp. 4-6.
BORSI, F., WIESER, H., Bruxelles capitale de l'Art Nouveau, Franse vertaling J.-M. Van der Meerschen, Mark Vokaer éd., Brussel, 1992 (Collection Europe 1900), pp. 35-42, 57, 239.
LOYER, F., Paul Hankar, Naissance de l'Art Nouveau, AAM, Brussel, 1986, pp. 205-209.
Monument et sites protégés, éd. Mardaga, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 1999, pp. 132-134.
Tijdschriften
PUTTEMANS, P., ‘La restauration de l'hôtel Janssens', A+, 112, 1991, p. 78.
CONRARDY, C., THIBAUT, R., ‘1859 – Paul Hankar – 1901', La Cité, 2, 1923, pp. 21-27.
PUTTEMANS, P., ‘Paul Hankar', Le Document, 114, 1992, p. 20.
‘Maison rue Defacqx (fragment). Arch. P. Hankar', Tekhné, 1e jaargang, 1903, pl. 3.
GAE/DS 89-50.
Publicaties en studies
ADRIAENSSENS, W., et al., Paul Hankar, architecte d'intérieur, Koning Boudewijnstichting, Brussel, 2005, pp. 4-6.
BORSI, F., WIESER, H., Bruxelles capitale de l'Art Nouveau, Franse vertaling J.-M. Van der Meerschen, Mark Vokaer éd., Brussel, 1992 (Collection Europe 1900), pp. 35-42, 57, 239.
LOYER, F., Paul Hankar, Naissance de l'Art Nouveau, AAM, Brussel, 1986, pp. 205-209.
Monument et sites protégés, éd. Mardaga, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 1999, pp. 132-134.
Tijdschriften
PUTTEMANS, P., ‘La restauration de l'hôtel Janssens', A+, 112, 1991, p. 78.
CONRARDY, C., THIBAUT, R., ‘1859 – Paul Hankar – 1901', La Cité, 2, 1923, pp. 21-27.
PUTTEMANS, P., ‘Paul Hankar', Le Document, 114, 1992, p. 20.
‘Maison rue Defacqx (fragment). Arch. P. Hankar', Tekhné, 1e jaargang, 1903, pl. 3.