Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
woning
Ontwerper(s)
G. BOUTELIER – architect – 1940
VAN BEGINNE – architect – 1940
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Modern classicisme
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
Onderzoek en redactie
2006-2007
id
Urban : 16176
Beschrijving
Huis in modern classicismePeriode: ca. 1930 – 1960.
Het modern classicisme is een monumentale architectuurstijl die tracht moderne
principes, zoals een functionele organisatie van het grondplan en het gebruik
van recente bouwtechnieken, te verzoenen met een aanblik die eerder klassiek
geïnspireerd is. Het is een stroming die voortbouwt op de codes van de
klassieke architectuur en de architecturale denkwijze weerspiegelt die, in
dienst van het Europese nationalisme, tijdens het interbellum opkomt, zowel in
autoritaire regimes als in democratische landen. Die tendens wordt gekenmerkt
door neoklassieke verwijzingen, die worden geactualiseerd door ze te
vereenvoudigen. Dat resulteert in een versterkte
monumentaliteit die wordt benadrukt door de accentuering van horizontale lijnen
(kroonlijsten, attiekmuren …). Het betreft een uitgepuurde architectuur, waarin
weinig gebruik wordt gemaakt van decoratieve beeldhouwkunst. Wanneer dat toch
gebeurt verzacht ze het enigszins sobere of strenge karakter van het gebouw.
In Brussel neemt het modern classicisme de vorm aan van monumentale gehelen en
komt het vooral tot uiting in de openbare architectuur en in kantoorgebouwen
tijdens de jaren 1930 en vervolgens in de jaren 1950. Wanneer het modern
classicisme wordt toegepast op woningbouw, verliest het zijn monumentale
karakter (en wordt het soms zelfs banaal) en uit het zich via diverse elementen
zoals repetitieve rondboogvensters (die een arcade vormen), halfzuilen,
kroonlijsten, entablementen, driehoekige frontons enz. n.o.v. arch. G. Boutelier (signatuur in gevel) en Van Beginne, 1940.
Drie bouwlagen en op verdieping drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder plat dak. Witstenen gevel. Oorspronkelijke garagepoort. Tuinhek vervangen (1947).
Drie bouwlagen en op verdieping drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder plat dak. Witstenen gevel. Oorspronkelijke garagepoort. Tuinhek vervangen (1947).
Bronnen
Archieven
SAB/OW 55157 (1940), 57217 (1947).
Opmerkelijke bomen in de nabijheid















































