Modern classicisme
Stijlen
Het woord vertalen in het Frans
Periode: ca. 1930 – 1960.
Het modern classicisme is een monumentale architectuurstijl die tracht moderne principes, zoals een functionele organisatie van het grondplan en het gebruik van recente bouwtechnieken, te verzoenen met een aanblik die eerder klassiek geïnspireerd is. Het is een stroming die voortbouwt op de codes van de klassieke architectuur en de architecturale denkwijze weerspiegelt die, in dienst van het Europese nationalisme, tijdens het interbellum opkomt, zowel in autoritaire regimes als in democratische landen. Die tendens wordt gekenmerkt door neoklassieke verwijzingen, die worden geactualiseerd door ze te vereenvoudigen. Dat resulteert in een versterkte monumentaliteit die wordt benadrukt door de accentuering van horizontale lijnen (kroonlijsten, attiekmuren …). Het betreft een uitgepuurde architectuur, waarin weinig gebruik wordt gemaakt van decoratieve beeldhouwkunst. Wanneer dat toch gebeurt verzacht ze het enigszins sobere of strenge karakter van het gebouw.
In Brussel neemt het modern classicisme de vorm aan van monumentale gehelen en komt het vooral tot uiting in de openbare architectuur en in kantoorgebouwen tijdens de jaren 1930 en vervolgens in de jaren 1950. Wanneer het modern classicisme wordt toegepast op woningbouw, verliest het zijn monumentale karakter (en wordt het soms zelfs banaal) en uit het zich via diverse elementen zoals repetitieve rondboogvensters (die een arcade vormen), halfzuilen, kroonlijsten, entablementen, driehoekige frontons enz.
Het modern classicisme is een monumentale architectuurstijl die tracht moderne principes, zoals een functionele organisatie van het grondplan en het gebruik van recente bouwtechnieken, te verzoenen met een aanblik die eerder klassiek geïnspireerd is. Het is een stroming die voortbouwt op de codes van de klassieke architectuur en de architecturale denkwijze weerspiegelt die, in dienst van het Europese nationalisme, tijdens het interbellum opkomt, zowel in autoritaire regimes als in democratische landen. Die tendens wordt gekenmerkt door neoklassieke verwijzingen, die worden geactualiseerd door ze te vereenvoudigen. Dat resulteert in een versterkte monumentaliteit die wordt benadrukt door de accentuering van horizontale lijnen (kroonlijsten, attiekmuren …). Het betreft een uitgepuurde architectuur, waarin weinig gebruik wordt gemaakt van decoratieve beeldhouwkunst. Wanneer dat toch gebeurt verzacht ze het enigszins sobere of strenge karakter van het gebouw.
In Brussel neemt het modern classicisme de vorm aan van monumentale gehelen en komt het vooral tot uiting in de openbare architectuur en in kantoorgebouwen tijdens de jaren 1930 en vervolgens in de jaren 1950. Wanneer het modern classicisme wordt toegepast op woningbouw, verliest het zijn monumentale karakter (en wordt het soms zelfs banaal) en uit het zich via diverse elementen zoals repetitieve rondboogvensters (die een arcade vormen), halfzuilen, kroonlijsten, entablementen, driehoekige frontons enz.































