Typologie(ën)
bijgebouwen
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1830-1840
Stijlen
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
Neoclassicistische
palladiaanse villa tussen 1830 en 1840 gebouwd voor Mosselman, met gelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan elke zijde onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.. Bepleisterde
gevel op onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Centrale hoofdingang met stenen
bordestrap. Kolossale pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. met sierlijke kapitelenKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen., venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. met
geprofileerde omlijsting, kordonlijst en attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. . Zij-en achtergevels zonder
pilasters. Vervangen schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Voormalige
smederij, gebouw van één bouwlaag met rechthoekig plan onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.. Rechts
lage aanbouw onder lessenaarsdakDak bestaande uit één hellend dakvlak.. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel en rechthoekige
muuropeningen. Het gebouw staat leeg en bevindt zich in een slechte
bewaringstoestand. Volgens Vander Goten bevond zich een klok in topbekroning die
de werk- en rusturen van het personeel aangaven. Na de Mosselmanperiode deed
het gebouw dienst als schuilplaats voor werkmannen, remise, stal en kippenhok.
Bronnen
Archieven
GAV-OW 112 (niet geklasseerd fonds)
GAV-DS 282 (1878), 285 (?), 411 (?), 415 (1882),
483 (?), 3947 (1906), 13916 (1939), 17840 (1960), 18680 (1965), 24887 (2011),
25209 (2014).
Geschied-en patrimoniumkring van Vorst, ‘Parc
Duden’.
Publicaties en studies
CABUY, Y., DEMETER, S., LEUXE, F., Atlas
van de archeologische ondergrond van het Gewest Brussel, 4, Vorst, MRBC –
MRAH, Brussel, 1993.
DUBREUCQ,
J., Vorst in oude prentkaarten, Europese bibliotheek, Zaltbommel, 1981.
FRANCIS J., La chanson des rues de Forest, uitgever Louis Musin, Brussel,
1976, p.41.
HUSTACHE A., Forest, CFC-Éditions, Brussel, 2001 (coll. Guide des communes de la
Région bruxelloise), pp.57-63.
LOMBAERDE, P., Léopold II. Roi – Batisseur (tentoonstellingscatalogus),
Pandora, Brussel, 1995, pp.70-77.
OUT-SITE bvba, Dudenpark. Realisatie
van een historische landschappelijke studie van het Dudenpark (onuitgegeven
studie i.o.v. BIM), januari 2011.
PIERRON, S., Histoire illustrée de la Forêt de Soignes. Tome 1. La géographie –
L’histoire – La juridiction, La pensée Belge, Brussel, s.d.
PIRLOT, A.-M., De Hoogte Honderdwijk, GOB, Brussel 2014 (Brussel, stad van kunst en geschiedenis, 53), p. 3-7, 14-15.
VANDER GOTEN, H. et J.P. VOKAER, Le parc Duden, à Forest, Guide du
Promeneur (Géologie, histoire, faune, flore), s.n., s.l., 1953.
VAN LIL, A., ‘La Paroisse de
Saint Augustin à Forest’, Le Folklore
Brabançon’, nr. 218, juni 1978, pp. 101-110.
VAN LIL, A., ‘Le sort des biens forestois de l’Abbaye
Bénédictine des Dames Nobles’, Le
Folklore Brabançon, 237-238, 1983, pp. 31-88.
VAN LIL, A., ‘Duden et son Parc à
Forest’, Le Folklore Brabançon’, nr.
267, september 1990, pp. 176-190.
VERNIERS, L., Histoire de Forest-lez-Bruxelles, A. De
Boeck, Brussel, 1949, pp. 195-197, 199-200.
VOKAER J.-P., Par les
rues de Forest. Études sur la toponymie locale, Imp. Cantrin, Brussel,
1954, pp. 31-32.