Typologie(ën)

driegevelvilla

Ontwerper(s)

VAN DEUREN & FILSaannemer1936

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Art deco

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2008, 2013

id

Urban : 22450
lees meer

Beschrijving

Villa in art decoPeriode: 1920-1940 De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes, die in 1925 in Parijs plaatsvond. De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale periode op de Brusselse architectuur. De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken (soms voorzien van een gestileerde koepel). Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd (badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd. In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken, waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot een courante bouwstijl. In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door elementen van het modernisme te integreren en met name van de scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie “pakketbootstijl”). naar ontwerp van aannemer Van Deuren & zoon, 1936.

Halfopen bebouwing van twee bouwlagen onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde.. Bakstenen gevels met bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. elementen. Straatgevel met links trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. boven half verzonken garage en bekroond door terras; drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere.. Toegang in zijgevel via bordestrap met gecementeerdeMet portlandcement bestrijken. elementen onder luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. gedragen door zuilenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd.; postament1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering. bij aanvang van trap met inscriptie “Les Roses”. Verder in zijgevel erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. onder lessenaardak en drielichtGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. op verdieping. Hekwerk van terras, bordestrap en van voortuintje bewaard.

Bronnen

Archieven
GASPW/DS 170 (1936).