Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
werkplaats (ambachtelijk)
loods
loods
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1905-1927
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Inventaris(sen)
- Inventaris van de Industriële Architectuur (AAM - 1980-1982)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016
id
Urban : 34315
Beschrijving
Hangar;
architect en bouwdatum onbekend. Vanaf 1927 in gebruik als auto herstelgarage
tot circa 1950 door Piret
et Stassart - Transports de l’Ouest. Vanaf 1928 aan achterzijde verbonden met hangar in
de Van Malderstraat 85 (zie aldaar). Aanpassingen circa 1961 voor The Coca-Cola Export Corporation.
Hangar van één bouwlaag onder een dakpannen zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met langs de volledige nokNok, hoogste punt van iets (nok of top). Nokbedekking, afdekking van de nok. een centrale lichtstraat. GecementeerdeMet portlandcement bestrijken. bakstenen gevel van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Linkse traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), aanvankelijk voor de administratie, omvat twee venster- en een deuropening met erboven drie impostvenstersVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak.. Al deze vensteropeningen zijn gedicht. Centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een dichtgemetselde poort (met deur van achterliggende hoogspanningscabine) onder een houten luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak., met hierboven een rondboogvormigBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met twee monelenStenen vensterstijl.. Rechtse traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een nog, vermoedelijk oorspronkelijke, houten poort. Poortopeningen voorzien van stootstenen en in de hardstenen plintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. naast de deur van de eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) is een opening voorzien voor een voetschraper. De oorspronkelijke gevel was niet bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en had een parementGevel- of muurbekleding. van baksteen met verticale sierelementen boven lekdorpels. Deze zijn nog zichtbaar op het verbouwingsplan uit 1961. Vermoedelijk werd de cementpleister aangebracht om de (voor 1961) gedichte vensteropeningen in de jaren 1960 uniform weg te werken. Het gebruik van pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en gebogen vormen voor het geveleinde en de luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. en het rondboogvenster vertonen meer verwantschap met de gebruikte stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. van net voor de Eerste Wereldoorlog (zoals de Beaux-Artsstijl) dan van deze erna, wat doet vermoeden dat het depot ouder dan van 1927 zou kunnen zijn.
Het dak wordt gedragen door een fijn uitgewerkte ijzeren Belgische spantenstructuur. Deze is verankerd in de muur en wordt tevens ondersteund door de spantenstructuur van een V-ligger langs de muur. Onder de dakpannen werd het dak gedicht met gewapende cementplaten.
Motivering erfgoedwaarden
Artistieke waarde
De hangar Onafhankelijkheidstraat 194-198 heeft met zijn golvende lijnen en pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. nog kenmerken van vooroorlogse stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. zoals de Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930 De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de 18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling. Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken. De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen, luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes, mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw, wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere circulatie binnen het huis.. Deze kan dateren van voor of na de Eerste Wereldoorlog, wanneer deze stijlkenmerken nog even doorwerken.
Historische waarde
De hangar is representatief voor de stedelijke ontwikkeling van de buurt. Het is een opslagplaats/atelier die kenmerkend is voor de industriële activiteiten die zich ontwikkelen rondom het Weststation en die daarom ook een contextuele waarde heeft. De straten ontstaan aan het begin van de 20ste eeuw en worden voornamelijk voor en na de Eerste Wereldoorlog bebouwd. De wijk wordt gekenmerkt door industriële activiteiten.
Stedenbouwkundige waarde
De hangar heeft een contextuele waarde omdat ze qua stijl en schaal aansluit bij de bestaande stedelijke context.
Technische waarde
De hangar is representatief voor een bouwtechniek met op maat gemaakte ijzeren spanten. Het heeft een vernuftig en verfijnd uitgewerkte ijzeren structuur van Belgische spanten (symmetrische spantconstructie waarbij een aantal staven niet geheel loodrecht op de spantbenenStijl van een kapspant die schuinstaand (krom of recht) de krachten naar een onderliggend(e) constructie(deel) overbrengt. staan en de overige vakwerkstaven verbindingen vormen) verankerd in de muur en ondersteund door een V-ligger.
Hangar van één bouwlaag onder een dakpannen zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met langs de volledige nokNok, hoogste punt van iets (nok of top). Nokbedekking, afdekking van de nok. een centrale lichtstraat. GecementeerdeMet portlandcement bestrijken. bakstenen gevel van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Linkse traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), aanvankelijk voor de administratie, omvat twee venster- en een deuropening met erboven drie impostvenstersVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak.. Al deze vensteropeningen zijn gedicht. Centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een dichtgemetselde poort (met deur van achterliggende hoogspanningscabine) onder een houten luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak., met hierboven een rondboogvormigBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met twee monelenStenen vensterstijl.. Rechtse traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een nog, vermoedelijk oorspronkelijke, houten poort. Poortopeningen voorzien van stootstenen en in de hardstenen plintHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. naast de deur van de eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) is een opening voorzien voor een voetschraper. De oorspronkelijke gevel was niet bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en had een parementGevel- of muurbekleding. van baksteen met verticale sierelementen boven lekdorpels. Deze zijn nog zichtbaar op het verbouwingsplan uit 1961. Vermoedelijk werd de cementpleister aangebracht om de (voor 1961) gedichte vensteropeningen in de jaren 1960 uniform weg te werken. Het gebruik van pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en gebogen vormen voor het geveleinde en de luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. en het rondboogvenster vertonen meer verwantschap met de gebruikte stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. van net voor de Eerste Wereldoorlog (zoals de Beaux-Artsstijl) dan van deze erna, wat doet vermoeden dat het depot ouder dan van 1927 zou kunnen zijn.
Het dak wordt gedragen door een fijn uitgewerkte ijzeren Belgische spantenstructuur. Deze is verankerd in de muur en wordt tevens ondersteund door de spantenstructuur van een V-ligger langs de muur. Onder de dakpannen werd het dak gedicht met gewapende cementplaten.
Motivering erfgoedwaarden
Artistieke waarde
De hangar Onafhankelijkheidstraat 194-198 heeft met zijn golvende lijnen en pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. nog kenmerken van vooroorlogse stijlenVerticale zijden van een opening waarop een boog of latei rust. zoals de Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930 De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de 18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling. Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken. De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen, luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes, mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw, wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere circulatie binnen het huis.. Deze kan dateren van voor of na de Eerste Wereldoorlog, wanneer deze stijlkenmerken nog even doorwerken.
Historische waarde
De hangar is representatief voor de stedelijke ontwikkeling van de buurt. Het is een opslagplaats/atelier die kenmerkend is voor de industriële activiteiten die zich ontwikkelen rondom het Weststation en die daarom ook een contextuele waarde heeft. De straten ontstaan aan het begin van de 20ste eeuw en worden voornamelijk voor en na de Eerste Wereldoorlog bebouwd. De wijk wordt gekenmerkt door industriële activiteiten.
Stedenbouwkundige waarde
De hangar heeft een contextuele waarde omdat ze qua stijl en schaal aansluit bij de bestaande stedelijke context.
Technische waarde
De hangar is representatief voor een bouwtechniek met op maat gemaakte ijzeren spanten. Het heeft een vernuftig en verfijnd uitgewerkte ijzeren structuur van Belgische spanten (symmetrische spantconstructie waarbij een aantal staven niet geheel loodrecht op de spantbenenStijl van een kapspant die schuinstaand (krom of recht) de krachten naar een onderliggend(e) constructie(deel) overbrengt. staan en de overige vakwerkstaven verbindingen vormen) verankerd in de muur en ondersteund door een V-ligger.
Bronnen
Archieven
GAM/DS
28267 (1961).
Publicaties en studies
DEMANET, M., DE ZUTTERE, C. ,Het hart van Molenbeek, Brussel, Gewestelijke
Overheidsdienst Brussel Stedenbouw en Erfgoed, 2023 (Brussel, Stad van Kunst en
Geschiedenis 61)
Opmerkelijke bomen in de nabijheid
























