Typologie(ën)

opbrengsthuis

Ontwerper(s)

Jean MAELSCHALCKarchitect1909

Stijlen

Beaux-Artsstijl

Inventaris(sen)

  • Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)

Onderzoek en redactie

1997-2004

id [nl]

Urban : 5282
lees meer

Beschrijving

Op hoek met Vorstsesteenweg, gebouw in Beaux-ArtsstijlArchitectuurstroming (ca. 1905-1930) met reminiscenties aan de grote Franse architectuurstijlen uit de 18e eeuw. Rijk en zorgvuldig gedecoreerde gevels in natuursteen en/of simili of in combinatie met baksteen. Borstweringen en poorten in fraai uitgewerkt smeedwerk., gesigneerd op sokkel ‘Jean Maelschalck arch.', 1909.

Zes bouwlagen, tweede als tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. en laatste als attiekverdiepingVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. , en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan weerszijden van hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw.. BepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel in simili-natuursteen. Hoekoplossing opgevat als ingewerkt torentje, oorspronkelijk bekroond door koepelBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis., maar vernield in 1952. Benedenverdieping en tussenverdiepingLage verdieping tussen twee bouwlagen; vaak boven commerciële benedenverdieping gelegen. met schijnvoegenImitatievoeg in metsel - of pleisterwerk, aangebracht om regelmatige verdeling te bewerkstelligen of bijvoorbeeld natuurstenen parement (simili) te suggereren.. Benedenverdieping gedeeltelijk bekleed met hardsteen en ruim opengewerkt met rond- of korfboogvormige vitrines. Getoogde muuropeningen op verdiepingen. Torentje heeft drielichtenGroep van drie smalle vensters binnen dezelfde omlijsting, onderling gescheiden door deelzuiltjes of stijlen/monelen; centraal venster soms hoger dan beide andere. met balkon. Op centrale traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in J. Volderslaan gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. van drie bouwlagen en met concave zijvlakken; hoogste bouwlaag opent in loggiaOverdekte, halfopen ruimte; schaduwrijke inham in de gevel van een gebouw. met rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft., met concave afschuiningSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel.. Bewaard smeedwerk. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  nu in PVC.

Bronnen

Archieven
GASG/DS 59 (1909).

Opmerkelijke bomen in de nabijheid