Typologie(ën)

woning

Ontwerper(s)

Jean BARDEAUarchitect1898

Stijlen

Eclectisme

Inventaris(sen)

  • Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
  • Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
  • Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
  • Het monumentale erfgoed van België. Sint-Gillis (DMS-DML - 1997-2004)
  • Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)

Onderzoek en redactie

1997-2004

id [nl]

Urban : 4688
lees meer

Beschrijving

Drie gelijkaardige huizen die samen met nr. 18 (grondgebied Elsene) ensemble vormen van vier huizen in eclectische stijl met polychroom parementGangbaar geveltype in België tussen 1890 en 1914, gekenmerkt door een speelse verwerking van kleurrijke materialen en tal van ornamenten; vaak gevels met een asymmetrische compositie. met asymmetrische compositieTypische gevelopstand bestaande uit twee ongelijke traveeën; in Brussel komt dit geveltype vaak voor met drie bouwlagen volgens verkleinende ordonnantie; de hoofdtravee is meestal breder, rijker uitgewerkt en wordt verder benadrukt door licht vooruit te springen en/of door één of meer balkons; de kelders zijn meestal hoog, wat zich vertaalt in een hoge onderbouw; het grondplan bestaat over het algemeen uit een aaneenschakeling van kamers. volgens repeterend schema, n.o.v. arch. en eigenaar Jean Bardeau, 1898 (nr. 12, 14) en 1897 (nr. 16, 18).

Twee huizen dragen zijn handtekening (nr. 12, 14), de twee andere worden hem naar analogie toegeschreven (nr. 16, 18).

Bakstenen gevels met talrijke simili-natuurstenen elementen. Sokkel in simili-natuursteen op nr. 12 en 14, in hardsteen op nr. 16, met doorlopende  bossageIn oorsprong een gevelbehandeling waarbij ruwgehakte, rechthoekige blokken natuursteen uit de loodlijn steken en de gevel op die manier een fors, rustiek (rustica) karakter verleent; later op gevel vormelijk geïmiteerd door middel van uitspringend al dan niet bepleisterde bakstenen blokken of banden (doorlopende schijnvoegen).; enkel nr. 16 heeft sokkel met getralied vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. bewaard, garages uit 1958 op nr. 12 en 1960 op nr. 14. Rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op benedenverdieping. Getoogde op nr. 16 en venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder latei met opvallende sleutelSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf. op verdiepingen. HoofdtraveeënBredere en rijker uitgewerkte travee, meestal van een huis met asymmetrische compositie; vaak in risaliet en onder bekronende topgevel. met balkon met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., gewelfd op nr. 12 en 14, recht op nr. 16; traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. op nr. 12 en 14. Muurdammen met ruiten of op nr. 16 met vierkante panelen, tussen banden met diamantkoppenPiramidaal ornament (3 of 4 zijden), onder andere gebruikt in banden en friezen.. ToegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. in simili-natuursteen; deur onder frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. en impostraam in glas-in-lood, verdwenen op nr. 16 en uitspringende ingang op nr. 14; keramiektegels op borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. HoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel. met getande architraafHoofdbalk; het onderste, dragende deel van een klassiek hoofdgestel, meestal geleed door banden. en friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met afwisselend sierdeksels en keramiekpanelen. Twee dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. van ongelijke grootte, onder frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Op nr. 16 rechthoekige dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. en œil-de-bœuf. Polychrome schoorsteenkap op nr. 14 en 16.

Bronnen

Archieven

GASG/DS 12-14: 1311 (1898), 12: 71 (1958); 14: 180 (1960); 16: 1099 (1897).

Opmerkelijke bomen in de nabijheid