De Vooruitgangstraat loopt langs de spoorlijnen van het Noordstation en verbindt het Karel Rogierplein met de Paleizenstraat. Het eerste deel, tot en met nr.55 en 66, ligt op het grondgebied van Sint-Joost-ten-Node, de rest hangt af van de gemeente Schaarbeek. Op zijn Schaarbeekse parcours kruist de straat opeenvolgend de Simon Bolivarlaan, het Solvayplein, de Rogierstraat en de Gendebienstraat, de Philippe Thomaslaan, de Destouvellesstraat en de Koninginnelaan.

Het tracé van de straat was opgenomen in het Plan Général d’Alignement et de Nivellement des Faubourgs opgesteld door wegeninspecteur Charles Vanderstraeten en goedgekeurd bij K.B. van 02.09.1840. Op grondgebied Schaarbeek betrof dit plan de faubourg de Cologne, een wijk die zou worden ontwikkeld rond het nieuwe Noordstation en de spoorlijnen naar Mechelen, die tussen 1841 en 1846 werd aangelegd.

De straat kreeg al meteen de naam Vooruitgangstraat, verwijzend naar de grote expansie van de wijk die door de bouw van het Noordstation werd ingezet.

Op grondgebied Schaarbeek werd de straat hoofdzakelijk van de jaren 1850 tot de jaren 1880 bebouwd, met huizen in overwegend neoclassicistische stijl. Het gedeelte tussen de grens met Sint-Joost en de toekomstige Gendebienstraat werd het eerst bebouwd, samen met het uiteinde van de straat, op de hoek met de Paleizenstraat. De verstedelijking van het middengedeelte werd afgeremd door de dubbele aansluiting van de spoorweg van het Groendreefstation op de sporen van het Noordstation. Vermelden we dat de pare zijde van het huizenblok gevat tussen deze twee aansluitingen en waarvan de zuidkant begin jaren 1870 werd verwijderd en de noordkant na de oorlog door de Philippe Thomaslaan werd vervangen, oorspronkelijk niet door huizen werd ingenomen maar door een locomotiefremise en de ernaartoe lopende sporen.

Vanaf 1871 liep een tramlijn door de straat, aanvankelijk een paardentramlijn, die het Rogierplein verbond met de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken.

Als gevolg van het toenemende verkeer op de lijn van het Noordstation moesten de smalle en dus gevaarlijke spoorlijnen vanaf 1903 worden verbreed; daartoe moesten de eerste huizen aan de pare zijde van de straat worden gesloopt.

In het kader van de in 1952 ingehuldigde Noord-Zuidverbinding werd het Noordstation, aan het Rogierplein, 350 meter naar Schaarbeek achteruitgeschoven (zie nr.80) en werden de sporen verhoogd. Vanaf de tweede helft van de jaren 1930 werd de bebouwing van de huizenblokken aan onpare zijde tussen de grens met Sint-Joost en de Rogierstraat met de grond gelijkgemaakt voor het nieuwe tracé van de Vooruitgangstraat. Op die plaats werd de straat immers westwaarts verplaatst om plaats te maken voor het nieuwe station en zijn aanpalende esplanade voorbehouden voor de tramsporen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de nog overblijvende bebouwing aan pare zijde ten zuiden van de Koninginnelaan op haar beurt gesloopt en vervangen door de spoorlijnen die van dan af over een bijna tien meter hoog talud liepen. Ten noorden van deze verkeersweg verloor het laatste huizenblok langs de spoorlijnen zijn al gesloopte noordelijke punt, krachtens het K.B. van 03.06.1955. Het nieuwe station werd voltooid in 1956, het jaar waarin het oude station verdween.

In het kader van het Manhattanplan, dat bij K.B. van 17.02.1967 werd goedgekeurd, werd het Noordstation, dat een sleutelelement van het nieuwe zakelijke district moest worden, aangevuld met een groot winkel- en kantorencomplex, het Communicatiecentrum Noord (CCN), dat tegen de westgevel van het station werd aangebouwd. De bouw ervan begon in 1974. Het complex, dat in 1982 werd ingehuldigd, werd in 1992-1994 verhoogd. Het overspant de lanen bestemd voor de bussen en, in de kelderverdieping, het premetrostation, dat in 1976 openging. De bouw ging gepaard met de heraanleg, aan de zuidkant, van het Noordplein en met de aanleg, in het westen en in het noorden, van de toekomstige Simon Bolivarlaan en het toekomstige Solvayplein. Op de bouwblokken aan weerszijden van het Solvayplein verrezen het North Galaxy-complex (Jaspers-Eyers Architects, H. Montois, Art & Build), voltooid in 2005, en een toren van 640 woningen die vanaf 1974 voor de maatschappij Amelinckx werd gebouwd.

Thans blijven nog maar enkele goed bewaarde voorbeelden van de oorspronkelijke bebouwing in de straat over. Als ze al niet werden gesloopt met het oog op de verbreding van de spoorlijn, of heropgebouwd na de bombardementen van het noordelijke deel van de straat in 1944, dan zijn de meeste gebouwen in de loop der jaren ingrijpend verbouwd. Onder de woningen in neoclassicistische stijl vermelden we nr.289 en 377 (jaren 1880), dat laatste nummer ontworpen als geheel met de twee aangrenzende woningen. Verscheidene huizen worden aangevuld met achtergebouwen gebruikt als depot of werkplaats, zoals nr.263 (1883). Op nr.389 bestaat nog altijd het verbouwde rechterdeel van een oud magazijn van zeven traveeën uit 1883. Ook enkele gewijzigde gebouwen verdienen vermelding: nr.215 (jaren 1870), verhoogd met één bouwlaag in 1895, 225 (jaren 1860), verbouwd in art-decostijl in 1929 (n.o.v. architect Walthère Michel), 363 (1889), voorzien van een winkelpui in 1895, 403 (1882), verhoogd met één verdieping in 1925, en 287, een breed huis uit de jaren 1870, verhoogd in 1906 en sinds 1912 gebruikt als toegang tot Gemeenteschool nr.8 (zie Gaucheretstraat nr.124a). Vermelden we tot slot enkele huizen in eclectische stijl uit de jaren 1880, op nr.226, 228, 234 en 277 (zie deze nummers).

Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAS/OW Infrastructuur 231, 435.

GAS/DS 215: 221-215; 225: 221-225; 263: 221-263; 287: 221-287; 363: 221-363; 389: 221-389; 403: 221-403.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, 1903, pp. 695, 718-719.

Publicaties en studies
DEKOSTER, J.-A., Les rues de Schaerbeek, Brussel, 1981, p.
 92.
DEMEY, Th., Chronique d’une capitale en chantier. 2. De l’Expo ‘58 au siège de la C.E.E., Paul Legrain, Brussel, 1992, pp. 141-142.
BERTRAND, L., Schaerbeek depuis cinquante ans. 1860-1910, Librairie de l’Agence Dechenne, Brussel, 1912, pp. 34, 61-62.

Kaarten / plannen
VANDERSTRAETEN, Ch., Carte topografische des environs de Bruxelles, Établissement géographique Ph. Vandermaelen, ca. 1840.
POPP, P. C., Atlas du Royaume de Belgique, plan parcellaire de la commune de Schaerbeek, ca. 1858.
BESME, V., Plan parcellaire des environs de Bruxelles, Saint-Josse-ten-Noode et Schaerbeek, 1867.
Plan de la commune de Schaerbeek 1876, Nationaal Geografisch Instituut.
Bruxelles et ses environs, Militair Cartografisch Instituut, 1881.
Bruxelles et ses environs, Militair Cartografisch Instituut, 1893.
Plan de la commune de Schaerbeek 1899.