Typologie(ën)

woning met kunstenaarsatelier

Ontwerper(s)

Adolphe DEBOODTarchitect1929

Florent Prosper COLPAERTglazenier

Statut juridique

Ingeschreven op de bewaarlijst sinds 18 december 1997

Stijlen

Art deco

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2010-2012

id

Urban : 20553
lees meer

Beschrijving

Voormalige atelierwoning in art decoTendens tot de geometrisering van vormen en architecturale ornamenten die zich uitdrukt in het materiaal- en kleurgebruik. van schilder-glazenier Florent-Prosper Colpaert, n.o.v. architect Adolphe Deboodt, 1929. Jacques Colpaert, zoon van Florent-Prosper en eveneens glazenier, woonde er tot begin jaren 1990. Het geheel werd in die periode gerenoveerd en gemoderniseerd door architecten De Smet en Whalley.

Gebouw aan de straatkant van twee bouwlagen onder plat dak. Drie symmetrische traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Benedenverdieping in grijsgekleurde baksteen, centraal lichtjes gebogen; toegangsdeur geflankeerd door twee kleine getraliede venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Aan de zijkant, inrijpoorten met drie vleugels en getraliede ramen, links naar een garage, rechts naar een doorgang naar het atelier achteraan. Verdieping in bruingekleurde baksteen, met liggende rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. onder bakstenen hanenkamVlakke samengestelde latei, waarvan de stenen als boogstenen functioneren; in ruime zin slaat de term ook op een boog met een getrapte (pseudo-) boogrug.. De verdieping vormt centraal een driehoekige uitsprong beklemtoond door een band van uitspringende bakstenen. De glas-in-loodramen van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. zijn door zonneweringen vervangen. Bewaarde deuren.

Het complex bestaat uit de woning aan de straatkant en een achtergebouw of atelier aan de overzijde van een kleine binnenplaats (thans overdekt). De twee gebouwen zijn op de verdieping verbonden door een kantoor dat centraal boven de binnenplaats ligt.
In het woongedeelte vooraan, achter de linkergarage, voormalige refter-vestiaire voor het personeel, met bewaard abstract glas-in-loodraam van F.-P. Colpaert in een metalen raam. Hal met cosy corner en vloer in groene keramiektegels; trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht., onder daklicht, naar de woning van de glazenier op de verdieping. Stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met een leuning in donker hout. Abstract glas-in-loodraam van J. Colpaert. Parket in keperverband. Keuken met bewaarde lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … in witte keramiek met boord en een vloer bekleed met witte en rode tegels in dambordpatroon. Bewaard meubilair waarschijnlijk n.o.v. architect Albert Van Huffel: een halfronde werktafel en twee kasten in het bureau, een klaptafel in de hal. Bewaard interieurschrijnwerk (thans beschilderd) en ijzerwerkVerzameling van alle metalen elementen van een gebouw..
Het atelier in het achtergebouw is een groot volume in beton en baksteen met twee centrale pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…); het heeft een vijfzijdige getrapte achtergevel welke over zijn hele oppervlak is beglaasd (raamwerk vervangen, oud opschrift “vitraux d'art” verdwenen). De ruimte omvat twee bouwlagen verdeeld door een trap en wordt aan drie zijden gedeeltelijk door een mezzanine ingenomen. Oorspronkelijk, klein magazijn en kantoor van de opzichter op de benedenverdieping, een bakruimte en een graveerruimte op de verdieping. Vloer in terracottategels en gedeeltelijk in glasstenen op de verdieping. Bewaarde buisreling, lichtjes gewijzigd. Rekken met glas-in-loodramen.

Bronnen

Archieven
GAS/DS 197-33-35.

Tijdschriften
“Immeuble d'habitation avec bureaux et ateliers”, L'Émulation, 5, 1932, pp. 136-137.

Persartikels
LAMENSCH, M., “Tirer des plans sur la lumière du verrier”, Le Soir, 05.05.1992.