Typologie(ën)

school

Ontwerper(s)

Louis COENRAETSarchitect1870-1875

INCONNU - ONBEKEND1888

LAMALarchitect1897

LAMALarchitect1889

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Neoclassicisme

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2009-2011

id

Urban : 20027
lees meer

Beschrijving

NeoclassicistischVan 1775 tot jaren 1840. Het neoclassicisme – voor interieur ook Lodewijk XVI-stijl genoemd, naar Lodewijk XVI – ontstaat in Frankrijk in de tweede helft van de 18e eeuw en verspreidt zich snel over Europa. In Brussel bestrijkt de stijl hoofdzakelijk de periode 1775 tot de jaren 1840, al blijft zij tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog opduiken. In het Vlaamse landsgedeelte wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen het 18e-eeuwse classicisme (ontstaan tijdens het Ancien Régime) en het neoclassicisme van de vroege 19e eeuw, dat hier geleidelijk uit voortvloeit. Na de Franse Revolutie en tijdens de Franse en Nederlandse periode evolueert de samenleving naar een burgerlijke maatschappij, wat zich vertaalt in een aangepaste architectuur en een nieuw cliënteel. Typologisch evolueert de bebouwing van 18e-eeuwse huizen met twee à drie bouwlagen (waarbij de derde vaak een mezzanine is) naar 19e-eeuwse gevels met drie à vier volwaardige niveaus. Naast grootschalige stadsuitbreidingen worden bestaande woningen regelmatig verbouwd tot classicistische herenhuizen met een nieuwe, symmetrische lijstgevel. Deze gevels beantwoorden aan de proportieregels van de antieke bouwkunst en functioneren soms als schermgevel, los van de achterliggende structuur. Het neoclassicisme vindt zijn theoretische basis in een hernieuwde belangstelling voor de Griekse en Romeinse oudheid, gestimuleerd door de opgravingen in Pompeï en Herculaneum en door de culturele praktijk van de Grand Tour. Onder invloed van de Verlichting streeft men naar harmonie, eenvoud, rationaliteit en een sobere ornamentiek, als reactie op barok en rococo. De stijl is meer dan een vormentaal: zij gaat gepaard met een rationele herinrichting van de stad (embellissement), waarbij esthetische, hygiënische en praktische aspecten samenkomen. Rechte straten, perspectieven en uniforme gevelwanden bepalen het stadsbeeld. In Brussel leidt dit tot een doorgedreven uniformisering van bepleisterde en beschilderde gevels. Vanaf 1812 worden enkel lichte tinten toegestaan; vanaf 1818 verplicht de stad de zogenaamde pierre-de-france-kleur, wat bijdraagt tot het beeld van de 19e-eeuwse “witte” stad. Kenmerkend is de bepleisterde en beschilderde lijstgevel, vaak wit of licht gekleurd, soms gecombineerd met hard- of witsteen. De compositie is strikt symmetrisch opgebouwd. Muuropeningen zijn meestal rechthoekig, soms steekboogvormig; rondbogen komen voor als accent, bijvoorbeeld in een toegangstravee. De gevel wordt horizontaal geleed door cordonlijsten en bekroond met een vooruitspringende kroonlijst, vaak voorzien van modillons en/of tandlijst. Samen met fries en architraaf vormt dit het klassiek geïnspireerde hoofdgestel. Decoratieve elementen – indien aanwezig – verwijzen naar de antieke vormentaal: pilasters, kolommen, frontons, trigliefen, medaillons, guirlandes of urnen. Toch zijn vele gevels, vooral in het begin van de 19e eeuw, opvallend sober. In prestigieuzere woningen verschijnt een balkon, aanvankelijk met smeedijzeren borstwering en vanaf het midden van de 19e eeuw steeds vaker in gietijzer. In Brussel wordt het neoclassicisme toegepast in zowel grootschalige stedenbouwkundige projecten als in particuliere woningbouw, publieke gebouwen en religieuze architectuur, en draagt het in sterke mate bij tot de coherentie en homogeniteit van het straatbeeld. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn het Martelarenplein (het vroegere Sint-Michielsplein, 1774–1776), de Koningswijk (1774–1782), de Nieuwe Graanmarkt (1787), de omgeving van De Munt (1817–1822), het Barricadenplein (het vroegere Oranjeplein, 1825) en het Groot Godshuis met de omliggende wijk (1827), evenals de heraanleg van de omgeving van de vroegere stadspoorten. Naast gewone woningen en herenhuizen leent de stijl zich uitstekend voor monumentale en representatieve gebouwen, zoals publieke en religieuze instellingen, kastelen, paleizen en academies. In Brussel worden bovendien talrijke oudere dwarshuizen aangepast aan de nieuwe smaak: hun puntgevel wordt vervangen door een sobere, symmetrische lijstgevel. Ook in de omliggende dorpskernen blijkt het neoclassicisme bijzonder geschikt voor de oprichting of vernieuwing van bescheiden woningen, dankzij zijn heldere opbouw en ingetogen vormentaal. gebouw n.o.v. architect-directeur der Openbare Werken van de gemeente Elsene, Louis Coenraedts, 1870-1875.

Geschiedenis
In 1866 besloot de gemeente op de vrijgekomen gronden van het voormalige Hospice Van Aa in de Sans Soucistraat een lagere school voor meisjes te bouwen. Uiteindelijk werden de plannen pas goedgekeurd in 1873 en voltooid in 1875. De school kon 560 meisjes ontvangen.
In 1888 werd de school aanzienlijk uitgebreid door er een tweede bouwlaag aan toe te voegen en achteraan uit te breiden met een overdekte speelkoer.
Een jaar later vergrootte directeur der Openbare Werken, Lamal, het voorportaal tot zijn huidige vorm, tegelijk werden de dwarse vleugel met de centrale, overdekte koer rechtgetrokken en kwamen er boven de speelkoer een viertal klassen.
In 1897 vergrootte architect Lamal de school een laatste keer met een aantal klassen links aansluitend op de dwarse vleugel.

Gemeenteschool nr. 2, <a href='/nl/glossary/183' class='info'>opstanden<span>Bouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur.</span></a> en doorsnedes van voor- en zijgevel, GAE/DS école n°2. Rue Sans Souci. 7, Farde 159 (1888).


Beschrijving
Langgerekt T-vormig bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en beschilderd gebouw van twee bouwlagen onder zinken dak. Terugwijkend van de straat en omringd door grote koer.
Symmetrische drieledige voorgevel bestaande uit vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en geleed door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel.. Centrale toegangstraveeTravee waarin de toegang is ondergebracht. onder frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening.. Benedenverdieping met rondbogenBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. met dito venstersLicht- en/of luchtopening in een muur.. Verdieping hoofdzakelijk rechthoekige blindeZonder opening; blind venster, schijnopening. venstersLicht- en/of luchtopening in een muur..
Lange symmetrische zijgevels van vijftien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), vijf centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Verdiept aangebrachte getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. muuropeningen. Centraal boven risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden. hoger zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met beglaasde wanden.
Achterliggende korte dwarsvleugel in dezelfde stijl. Centraal volume, gelegen boven overdekte koer, iets hoger uitgewerkt.

Gemeenteschool nr. 2, verbouwde voorportaal, <a href='/nl/glossary/183' class='info'>opstanden<span>Bouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur.</span></a> en doorsnedes, GAE/DS école n°2. Rue Sans Souci. 7, Farde 159 (1889).


Indeling
T-vormige grondplan met na vestibule lange hal met klaslokalen aan weerszijden ervan. Gang op kruising met dwarsgang hoger uitgewerkt en voorzien van gaanderij verlicht door hoger zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met beglaasde wanden. Achteraan overdekte koer met enkel klaslokalen op eerste verdieping.

Bronnen

Archieven
GAE/DS école n°2. Rue Sans Souci. 7, Farde 159.

Publicaties en studies
JURION-DE WAHA, F., Découvrez l’architecture scolaire à Bruxelles, Koning Bouwdewijnstichting, Brussel, 1987 (La mémoire des pierres), p. 34.