Rechtlijnige straat van Waterloosesteenweg naar Vanderkinderestraat. Ze wordt door talrijke straten doorkruist, met als voornaamste de Molièrelaan, waarna haar tracé zich lichtjes wijzigt. Ze wordt ter hoogte van de kruising met de Émile Bouilliotstraat onderbroken door de Léon Jacquetsquare. Ligt deels op het grondgebied van Ukkel en deels op dat van Elsene, namelijk nr. 1 tot nr. 211 en nr. 2 tot nr. 196.

Voorheen rue de la Culture [Teelt- of Kweekstraat], verwijzend naar de vroegere tuinbouw op deze gronden. Na de Eerste Wereldoorlog genoemd naar Franz Merjay, een geheim agent die in 1917 werd gefusilleerd.

Eerste deel van de straat, tussen de Waterloosesteenweg en de Hoge-Bruggelaan, aangelegd bij K.B. van 08.07.1875 onder impuls en op grond van de familie Brugmann. Straat later verlengd en opgenomen binnen aanleg volgens het Plan général d'alignement et d'expropriation par zones voor de ‘Berkendaelwijk' (n.o.v. landmeter César Boon), bij K.B. 12.07.1902 en later licht gewijzigd door KB van 02.05 en 31.05.1904.
 
Deze twee aanlegfasen zijn zichtbaar in de bebouwing. Het eerste stuk is op vrijwel gelijkvormige percelen bebouwd met huizen van het laatste decennium van de 19e eeuw. Deze homogene gevels met neoclassicistische inslag (bijvoorbeeld nr. 12 (1899), 15 en 21) of in eclectische stijl (nr. 11, 13 (1899), 23 (1900), 43 (1900)) hebben twee of drie bouwlagen en twee of drie traveeën).
Het gaat meestal om architecturale gehelen met gelijkaardige gevels. Dat geldt onder meer voor twee huizen met neoclassicistische inslag op nr. 8 en 10; het ensemble van drie verschillende huizen in eclectische stijl op nr. 16 tot 20; nr. 17 en 19, in 1900 ontworpen door architect Prudent Mabbe; nr. 25 en 27 van 1899; de twee huizen in eclectische stijl met polychroom parement op nr. 47 en 49(1899) en nr. 61 en 63.

Nr. 54 (1904) en 56 maken deel uit van een groot geheel van homogene gebouwen die het huizenblok vormen begrensd door de Hervormingsstraat, Fernand Neuraystraat en Emmanuel Van Driesschestraat (zie deze straten). Dit geheel bestaat uit huizen in eclectische stijl met polychroom parement, met uitzondering van de huizen in Beaux-Artsstijl op de hoek van de Hervorminggstraat (zie Hervormingsstraat nr. 1-3 en Franz Merjaystraat nr. 42 tot 50). Deze laatste vervangen de oude Drievuldigheidskapel. Deze kapel werd in 1881 in opdracht van Georges Brugmann gebouwd, gezien er toen in de wijk geen kerk was. Dit gebouw verdween in 1927-1928 toen de Drievuldigheidskerk werd gebouwd (zie Drievuldigheidsvoorplein).

Franz Merjaystraat 45, huis met art-nouveauelementen, architect A. Petry, 1899. (foto 2006).

In ditzelfde straatgedeelte op nr. 45 bevindt zich een huis met art-nouveauelementen, ontworpen door architect A. Pétry (1899). De sterk vervallen gevel is versierd met monumentale gestileerde ijzeren bloemmotieven en een polychroom sgraffito met een vrouwelijk profiel. Door talrijke verbouwingen ging echter het oorspronkelijk karakter verloren.

Het tweede, langere straatgedeelte van latere datum, is bebouwd met huizen of opbrengsthuizen van verschillende grootte en in verschillende stijlen. De oudste gebouwen dateren uit het begin van de 20e eeuw. De straat die vroeger deels op Elsene en deels op Vorst lag, is op de Vorstse percelen en op enkele andere plaatsen in de straat bebouwd met kleine huizen in eclectische stijl (nr. 165 tot 181). De gemeentegrenzen werden intussen vereenvoudigd.

Franz Merjaystraat 73, 71 en 69, opstand, GAE/DS 139-69 (1901).

De huizen van voor de Eerste Wereldoorlog zijn gebouwd in eclectische stijl of in art nouveau: bijvoorbeeld nr. 69, in art nouveau (1901, architect C. Hubin), nr. 101, in eclectische stijl, dat bijzonder kenmerkend was, maar thans sterk is verbouwd, of het opbrengsthuis in eclectische stijl op nr. 129-131 – Darwinstraat 32-34, en daartegenover een gelijkaardig gebouw op nr. 133-135 –Darwinstraat 33.

De architect Paul Picquet die in de wijk woonde (Molièrelaan nr. 130), bouwde tussen 1910 en 1915 in de Franz Merjaystraat een tiental huizen en herenhuizen (zie nr. 143 tot 149, 157-159, 151-155, 195 en 207) in Beaux-Artsstijl.

Tijdens het interbellum verschenen huizen in art deco of modernistische stijl. Vaak komen meerdere stijlen in eenzelfde gevel voor. Mooie voorbeelden daarvan zijn nr. 82, in art deco met Beaux-Artselementen (architect R. Marique, 1929); in 2000 rechts uitgebreid met aanbouw die zich qua volumewerking in het straatbeeld past, maar radicaal verschilt door zijn eigentijds materiaal- en kleurgebruik (arch. Guy Melviez); en nr. 117-119 (architect Armand Everarts, 1912).

In de jaren 1930 waren appartementen erg geliefd. Grote appartementsgebouwen verschenen in het straatbeeld, onder meer op nr. 88, in 1935 ontworpen door de architecten R. en F. Serin en op nr. 106, in 1932 ontworpen door architect A. Malcorps (zie deze nr.). Deze nieuwe levenswijze werd na de Tweede Wereldoorlog nog populairder. Het appartementsgebouw op nr. 118-120 werd in 1960 ontworpen door architect Jean Weemaels. Met zijn benedenverdieping in schiefer en zijn elementen in blauw Glasal, is dit gebouw karakteristiek voor zijn tijd.

In de Franz Merjaystraat bevinden zich talrijke garages aan de achterkant van de burgerwoningen van de nabijgelegen prestigieuze Molièrelaan. Ze dateren uit de jaren 1920-1925 en zijn vaak gebouwd in Beaux-Artsstijl (bijvoorbeeld nr. 166).

Tussen nr. 75 en 79 bevindt zich de ingang van het park Abbé Froidure dat grotendeels op het grondgebied van Vorst ligt. Het is aangelegd in de tuin van het voormalige goed van Baron Raoul Richard, wiens herenhuis zich in de Brugmannlaan bevindt (nr. 52-54, Vorst). In 1989 werd het terrein eigendom van het Brussels Gewest die het liet inrichten door het bureau D+A Planning en er een openbaar park van maakte.
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAE/OW Historique des rues (1925); GAE/OW Convention Berkendael (plan naar de hand van landmeter C. Boon, Elsene, 20 september 1898).
GAE/DS 12: 139-12; 13: 139-13; 15: 139-15; 16: 139-16; 18: 139-18; 20: 139-20; 17, 19: 139-17, 19; 23: 139-23; 25, 27: 139-25, 27; 43: 139-43; 45: 139-45; 47, 49: 139-47, 49; 54: 139-54; 56: 139-56; 61, 63: 139-61-63; 69: 139-69; 82: 139-82; 84: 139-84; 101: 139-101; 117-119: 139-117; 118-120: 139-118-120; 129: 139-129; 131: 139-131; 166: 139-166.

Publicaties en studies
DEL MARMOL, B., L'avenue Molière et le quartier Berkendael, Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Brussel, 2002 (Bruxelles ville d'art et d'histoire, 33), p. 2-8, 35.
HAINAUT, M., Ixelles à la belle époque, Cercle d'Histoire locale d'Ixelles éd., Brussel, 2000, p. 74.
Inventaire des sgraffites. Ixelles, GERPM – SC ASBL, s.l., s.d., fiche nr. IX30.
Ixelles, Ensembles urbanistiques et architecturaux remarquables, ERU, Brussel, 1990, pp. 159-172.
MEGANCK, M., Bruxelles par-de là les murs, éd. Aparté, Brussel, 2006, pp. 190-191.

Tijdschriften
‘Répertoire des voies publiques d'Ixelles en 1991', Mémoire d'Ixelles, 46-47, 1992, pp. 6-50, p. 25.
‘L'Activité architecturale en Belgique: Immeuble d'appartements en co-propriété. R. et F. Serin, architectes', Clarté, 8, 1936, pp. 13-19.
‘L'immeuble d'appartements en co-propriété, R. et F. Serin, architectes', Le Document, 8, 1936, p. 142.
‘Problème du jour... Immeuble à appartements à Bruxelles, Lucien De Vestel, architecte', Le Document, 9, 1937, pp. 167-169.