Typologie(ën)

relicten van de stadsomwalling

Ontwerper(s)

INCONNU - ONBEKEND1000-1299

Statut juridique

Beschermd sinds 30 maart 1962

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 31855
lees meer

Beschrijving

Zandstenen toren en aansluitende muurgedeelten van de eerste stadsomwalling (11e – 13e eeuw).

Voorheen omsloten door bebouwing. Ontmanteld in 1958 naar aanleiding van
uitbreidingswerken van het aanpalende Sint-Jorisinstituut, opgericht ter plaatse van het vroegere «Gulden Hof» van de Kruisboogschuttersgilde van Sint-Joris, die in 1388 eigenaar werd van een groot gedeelte van de zuidelijke vestingsgrachten (zie Cellebroersstraat).

Toren in de loop der tijd aangepast voor bewoning (cf. archieffoto’s) : onder meer op gelijkvloerse verdieping door demonteren van trap naar weergang muren, inbreng van nis (naderhand gedicht) en vergroting van twee schietgaten; op de tweede bouwlaag door gedeeltelijke afbraak van trap tussen platform en weergang, eveneens vergroting van twee schietgaten, installatie van een open haard; in de 18e eeuw dichting van de stadszijde door middel van een puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is., bakstenen overwelving van de bovenste bouwlaag en afdekking met zadeldakDak met twee hellende dakvlakken..

Restauratie in 1958 door architect Jean Rombaux met reconstitutie van een aantal constructie-onderdelen op basis van oorspronkelijke getuigen. Latere toevoegsels en kalkbepleisteringen werden verwijderd, de noordoostzijde geconsolideerd, herstel van de schietgaten en vrijmaken van het open platform met gekanteelde weergang en nieuwe bevloering in gewapend beton. Restauratie uitgevoerd met gerecupereerd materiaal afkomstig van de voorheen gedichte schietgatopeningen in de Anneessenstoren en van gesloopte panden in de Cellebroersstraat, naast gebruik van Massangissteen voor treden op de tweede bouwlaag, karbelen van de weergang en dekplaten van de kantelen. Instandhoudingswerken aan veldzijde uitgevoerd in 1988 door de Stad Brussel, onder leiding van architect Karel Breda.

Semicirkelvormige toren van twee bouwlagen met gekanteelde borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en thans zichtbare afgeschuinde funderingsbasis met ruw gehouwen steenverband. Veldzijde centraal en aan weerszijden doorbroken door spleetvormige schietgaten.
Aan stadszijde, ruime rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft., thans met deels ingebouwde _L muur van aanpalend garagebouw. Overkluizing door middel van spitsboog- en halfkoepelboogoverwelving. In muurdikte uitgespaarde linkerdoorgang met rechte trap naar vroegere weergang van walmuren; overdekking op aaneengesloten karbelen. Platform met deels open voormuur; schietgaten met rechthoekige ingediepte dagkantenBinnenkant (tussen muurvlak en kozijn) van de stijlen van een muuropeningen; soms geprofileerd of afgeschuind. en latei op kraagstenen, kleine schietgaten met vernauwende wangenStenen zijkanten van schouwmantel, balkonborstwering, of andere. in de kantelen. linker en rechterdoorgang met latei op kwarthol geprofileerde karbelen aan walmuurzijde. Overkragende weergang geschraagd door kwartronde kraagstenen.
Aansluitende gekanteelde walmuren. Veldzijde ten oosten deels verscholen achter bakstenen schermgevelSchijngevel die de achterliggende constructie van een gebouw wil verbergen. en schoolvleugel (Sint-Jorisinstituut) ; sporen van funderingsbogen, gedichte schietgaten en voormalige vensteropeningen van voorheen aanleunende bebouwing. Rondbogige spaarbogen en weergang aan stadszijde thans grotendeels weggebroken; bewaarde anderhalve boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden. met licht overkragende boogaanzet. Restant van lagere ondersteuningsboog onder gedeeltelijk gereconstrueerde trap leidend van toren naar weergang walmuur. Eenvoudige, heden gedichte schietgaten met vernauwende dagkantenBinnenkant (tussen muurvlak en kozijn) van de stijlen van een muuropeningen; soms geprofileerd of afgeschuind. en latei op kraagstenen. Westelijk muurfragment met gedichte funderingsbogen aan veldzijde; stadszijde verscholen achter garagebouw.


Bronnen

Archieven
S.A.B., P.P., 2677 (1-3).

Tijdschriften
ROMBAUX J., "Restauration d’une tour de défense, faisant partie de la première enceinte urbaine de la ville de Bruxelles", Le Folklore Brabançon, 145, 1960, p. 39-64.