Typologie(ën)
woning
Ontwerper(s)
INCONNU - ONBEKEND – 1927
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Beaux-Artsstijl
Art deco
Inventaris(sen)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016
id
Urban : 36247
Beschrijving
Huis met invloed van de
Beaux-ArtsstijlPeriode: 1905-1930
De Beaux-Artsarchitectuur is een academische en internationale bouwstijl
waarvan de belangrijkste uitgangspunten voortkomen uit de zeer invloedrijke École
des Beaux-Arts in Parijs, opgericht in de 19e eeuw. In Brussel ontwikkelt
de stijl zich vanaf 1905 en sluit hij aan bij het eclecticisme en bij de
tendens om terug te grijpen naar de grote Franse Louis-stijlen van de
18e eeuw – classicerend barok (Lodewijk XIV), rococo (Lodewijk XV) en
neoclassicisme (Lodewijk XVI) – onder invloed van de wereldtentoonstelling van
Parijs in 1900.
De voorkeur voor het Franse academisme ontwikkelt zich in Brussel aanvankelijk
via belangrijke realisaties die koning Leopold II toevertrouwt aan architect
Charles Girault, die hij in Parijs ontmoet tijdens de wereldtentoonstelling.
Voorbeelden zijn de uitbreidingen van het Paleis van Laken, de bouw van het
Museum van Tervuren, de arcade van het Jubelpark en de gaanderij-promenade op
de dijk van Oostende. Daarna komt deze hernieuwde belangstelling voor de grote
Franse stijlen ook tot uiting in talrijke Brusselse woonwijken.
De Beaux-Artsstijl komt vooral tot zijn recht in herenhuizen, burgerwoningen,
luxueuze appartementsgebouwen, maar ook – en vooral – in prestigieuze
semipublieke gebouwen (hotels, banken, bedrijfszetels), waaraan de stijl een
respectabele en vertrouwenwekkende uitstraling verleent. Kenmerkend zijn gevels
in (imitatie) witsteen en/of rode of oranjekleurige baksteen, versierd met
elementen ontleend aan de Franse stijlen van de 18e eeuw, zoals guirlandes,
mascarons alsook smeedijzeren borstweringen en deuren. De architectuur
onderscheidt zich door een monumentale uitstraling, gerealiseerd door het
intensieve gebruik van Franse natuursteen en door het benadrukken van hoek- en
inkomtraveeën, die vaak worden uitgewerkt als een rotonde met koepel. Ook de
plattegrond evolueert. De traditionele indeling met drie opeenvolgende
vertrekken, kenmerkend voor woningen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw,
wordt aangepast om meer daglicht binnen te trekken. Dat gebeurt onder meer door
het gebruik van daklichten, relatief lage plafonds en een flexibelere
circulatie binnen het huis. en de art decoPeriode: 1920-1940
De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan
bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan
de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes,
die in 1925 in Parijs plaatsvond.
De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en
volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde
voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar
geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische
of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische
kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met
Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale
periode op de Brusselse architectuur.
De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele
bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan
kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend
beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk
maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe
grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en
spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of
in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote
glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken
(soms voorzien van een gestileerde koepel).
Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar
onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het
midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het
contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd
(badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals
marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd.
In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de
eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn
gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken,
waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich
laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een
elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot
een courante bouwstijl.
In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door
elementen van het modernisme te integreren en met name van de
scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie
“pakketbootstijl”)., 1927.
Opstand van twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en twee bouwlagen onder een mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. achter een veelhoekige topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt.. Bakstenen gevel versierd met similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. en hardsteen. De meeste muuropeningen onder drieledige boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden., het centrale deel uitkragend. Onderbouw met garage-ingang onder een trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. in roze zandsteen, bekroond door een terras met stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met traliewerk. Achter een trappenpartij, deur met achthoekige getraliede oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster., geflankeerd door een vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met dezelfde vorm, beide onder eenzelfde hellende luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. op geometrische consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak.. Daarboven, veelhoekige erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. onder plat dak en blindZonder opening; blind venster, schijnopening. impostvlak. Geometrisch decor van bakstenen op de verdieping. Belijnd door een cordonband met klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop., beraapteMet mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. geveltop met drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. veelhoekige erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met stenen platform op een geometrische consoleVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., en met een houten bovenbouw met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd.. Oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... ; raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. versierd met glas-in-lood of gekleurd glas in de bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden..
Opstand van twee ongelijke traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en twee bouwlagen onder een mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. achter een veelhoekige topgevelHoogste deel van een gevel, vaak driehoekig en/of getrapt.. Bakstenen gevel versierd met similiBepleistering ter imitatie van natuursteen. en hardsteen. De meeste muuropeningen onder drieledige boogConstructie waarvan de beschrijvende lijnen delen van cirkels of gebogen lijnen zijn en waarin alle drukkrachten optreden., het centrale deel uitkragend. Onderbouw met garage-ingang onder een trapezoïdale erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. in roze zandsteen, bekroond door een terras met stenen borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met traliewerk. Achter een trappenpartij, deur met achthoekige getraliede oculusKlein rond, ovaal of polygonaal venster., geflankeerd door een vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. met dezelfde vorm, beide onder eenzelfde hellende luifelAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak. op geometrische consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak.. Daarboven, veelhoekige erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. onder plat dak en blindZonder opening; blind venster, schijnopening. impostvlak. Geometrisch decor van bakstenen op de verdieping. Belijnd door een cordonband met klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop., beraapteMet mortel ruw - niet gladgestreken - bepleisteren. geveltop met drie gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. veelhoekige erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. met stenen platform op een geometrische consoleVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief., en met een houten bovenbouw met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd.. Oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... ; raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. versierd met glas-in-lood of gekleurd glas in de bovenlichtenBovenste gedeelte van een raam- of deurkozijn, gescheiden door een dwarsregel; soms voorzien van glas-in-lood en/of roeden..
Bronnen
Archieven
SAB/OW 53272 (1927).





















