De Generaal Eenensstraat verbindt het Colignonplein met de Helmetsesteenweg, die ze verlengt, ter hoogte van de spoorwegbrug van de lijn Brussel-Luxemburg. De Vleugelsstraat, de Metsysstraat en de Voltairelaan kruisen ze, terwijl de Camille Simoensstraat erop uitmondt.

De straat werd geopend in het kader van de aanleg van de wijk rond het toekomstige gemeentehuis, die hoofdzakelijk bestond uit een openbaar plein waarop symmetrisch nieuwe straten uitkwamen: de Verhasstraat en de Verwéestraat, de Quinauxstraat en de Generaal Eenensstraat. Het plan werd getekend door gemeentelijk ingenieur Bouchez en werd aangenomen tijdens de gemeenteraadszitting van 28.02.1881 en bekrachtigd bij K.B. van 20.04.1882. De Generaal Eenensstraat mondt uit in de Helmetsesteenweg en vormt er het nieuwe beginpunt van. De steenweg begon inderdaad oorspronkelijk aan de kruising van de Haachtsesteenweg en de ringspoorlijn (de toekomstige Voltairelaan), op de plaats van de huidige Van Ysendyckstraat. In 1885 werd de Generaal Eenensstraat aangelegd tot aan de spoorlijn, maar het duurde tot die lijn enkele tientallen meters oostwaarts werd verplaatst – een verplaatsing die al in 1877 was gepland maar pas werd verordend bij K.B. van 10.02.1902 – vóór het einde van de straat werd getraceerd. Net als de Van Ysendyckstraat ligt de Generaal Eenensstraat in de wijk Monplaisir-Helmet, waarvan het stratenplan werd getekend door Octave Houssa, ingenieur van de gemeentelijke Openbare Werken, goedgekeurd tijdens de gemeenteraadszitting van 03.11.1904 en bij K.B. van 21.04.1906, samen met dat van drie andere nieuwe Schaarbeekse wijken – Mont-Rose, Linthout en Josaphatvallei.

De straat werd vernoemd naar luitenant-generaal Alexis-Michel Eenens (Brussel 1805 – Schaarbeek, 1883), die woonde in de villa waarin zich thans het Huis der Kunsten van Schaarbeek bevindt (zie Haachtsesteenweg nr. 147).

Tussen 1885 en 1898 kende de straat een eerste intensieve bebouwingsfase, die nadien aan een trager tempo werd voortgezet tot aan de Eerste Wereldoorlog. De bebouwing varieert tussen neoclassicisme en eclecticisme maar is thans grotendeels verminkt door wijzigingen zoals een brikettenbekleding of handelsinrichtingen. Architect Maurice Dechamps ontwierp tussen 1894 en 1898 verscheidene huizen in eclectische stijl – sommige voor hemzelf – op nr. 33, 35 en 43 tot 51. De bebouwing van de straat ging voort in de jaren 1920, met enkele huizen in Beaux-Artsstijl of art-decostijl, zoals nr. 81-83 (1923). Op nr. 66 vestigde zich het Institut Frans Fischer, een voormalige beroeps- en huishoudschool die in 1916 was ontworpen door gemeentearchitect Adolphe Paillet maar pas in 1922-1924 werd gebouwd (zie dit nummer).
Bekijk de weerhouden gebouwen

Bronnen

Archieven
GAS/DS 33: 113-33; 35: 113-35; 43: 113-43; 45, 47: 113-45-47; 49: 113-49; 51: 113-51.
GAS/OW 50, 113.
GAS/OW Infrastructuur 229.
GAS/Bulletin communal de Schaerbeek, 1881, pp. 76-77.

Publicaties en studies
BERTRAND, L., Schaerbeek depuis cinquante ans. 1860-1910, Librairie de l'Agence Dechenne, Brussel, 1912. p. 49.

Kaarten / plannen
HOUSSA, O., Plan n° 3. Aménagement des quartiers Mon Plaisir et Helmet, 11.04.1904 (GAS/OW).

Websites
Het verhaal achter de straatnamen van Schaarbeek.