Typologie(ën)
Ontwerper(s)
Rémy VAN DER LOOVEN – architect – 1970
Ray HUYGHEBAERT – architect – 1976
Rémy VAN DER LOOVEN – architect – 1976
Rémy VAN DER LOOVEN – architect – 1968
Ray HUYGHEBAERT – architect – 1968
Ray HUYGHEBAERT – architect – 1970
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Inventaris(sen)
- Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed 1939-1999 (ULB)
- Het monumentale erfgoed van België. Jette - historische kern (DPC-DCE - 2020-2023)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
Geheel van vier hoge appartementsgebouwen in opdracht van de Jetse
Haard en naar ontwerp van de architecten Ray Huyghebaert en Rémy Van der
Looven, respectievelijk gebouwd in 1976, 1976, 1970 en 1968.
Geheel langs de noordelijke zijde begrensd door de spoorweg van Brussel-Gent,
langs de noordwestelijke zijde de de Smet de Naeyerlaan en de zuidelijke zijde
de Jules Lahayestraat. De gebouwen zijn ingeplant volgens een orthogonaal plan
en worden omgeven door een landschappelijke tuin met loodrechte paden, grote
graszones en zowel boven- als ondergrondse parkeerplaatsen.
Geschiedenis
De
Jetse Haard of “Goedkope huisvestingsmaatschappij” werd in het begin van
de 20e eeuw gesticht op initiatief van Gustave Pathyn (1872, Brugge
– 1941 Jette), Jetse schepen van financiën. Bedoeling was om tegemoet te komen
aan de vraag naar goedkope woningen en de vaak zeer ongezonde arbeiderswoningen
in steegjes te vervangen. Thans is ze gefusioneerd met de Haard van
Ganshoren en werd ze herbenoemd als Lojega (Logements Jette et
Ganshoren).
De site zelf werd tussen 1896 en 1906
aangelegd als Hippodrome de Laeken-Jette en
vanaf 1907 in gebruik genomen als Compagnie Anonyme du Gaz de
Saint-Josse-ten-Noode, die er een gasfabriek vestigde. In de jaren 1940
sloot de fabriek en rond 1960 kocht de Jetse haard de terreinen om er een reeks
hoge appartementsgebouwen op te richten die zich inspireerde op de
Modelwijk in Laken.
Beschrijving
Nrs.
278-280, 282-284, grote langwerpige betonnen appartementsgebouwen van negen
bouwlagen. Op de verdiepingen betonnen borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en muurdammen in
uitgewassen beton; vensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. afgewisseld door balkons met borstweringen
in getint glas. Gelijkvloerse verdieping in baksteen met centraal grote
glasramen en twee ingangen naar de woningen. Zijgevels van nrs. 278-280 blindZonder opening; blind venster, schijnopening.,
deze van nrs. 282-284 dito de voor- en achtergevels. Aluminium schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Nrs. 286-288-290, 292-294-296, grote langwerpige betonnen appartementsgebouwen
van 16 tot 17 bouwlagen. Voorgevels onderbroken door liftkernen, bekleed met lichtkleurige
hardkernpanelen, die boven het dak uitsteken. Dito bekleding als begrenzing van
de gevels en als hoofdgestelHoog horizontaal lijstwerk ter bekroning van een gevel.. VensterregistersDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. afgewisseld door loggia’s met metalen
borstweringen. Borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. afwisselend in grijze hardkernpanelen of houten latten.
Gelijkvloerse verdieping met grote glasramen tussen betonnen kolommen, lateraal
baksteen. Zijgevels in baksteen of met lichtkleurige volkernpanelen.
Achtergevel van nr. 286-288-290 met gegolfde platen op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en
muurdammen. Drie ingangen onder luifelsAfdak boven de ingang van een huis of handelszaak., deze in de centrale ingang versierd
met keramische tegels waarin voorstelling van negen identieke figuren en de
letters FJ (Foyer Jettois, op nrs. 286-288-290) en een familie (nrs.
292-294-296). Houten schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... .
Bronnen
Archieven
GAJ/DS: 278-280: J5121 (1976); 282-284: J5126 (1976); 286-288-290: J4436 (1970); 292-294-296: J4595 (1968).