Ontwerper(s)

INCONNU - ONBEKEND1501-1699

Stijlen

Vlaamse Renaissance

Inventaris(sen)

  • Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
  • Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
  • Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

  • Artistiek
  • Esthetisch
  • Historisch
  • Stedenbouwkundig

Onderzoek en redactie

2013

id

Urban : 36935
lees meer

Beschrijving

Ronde toren van twee bouwlagen, geflankeerd door een rechthoekig paviljoen van latere datum, in Vlaamse Renaissancestijl, waarschijnlijk daterend uit de 16e of 17e eeuw. De toren is het enige overblijfsel van een domein van de bruggraven van Brussel, de heerlijkheid Eggevoord in de Maalbeekvallei.

Geschiedenis
Op de westelijke helling van de Maalbeek (waar zich thans het Leopoldpark bevindt), van de wijk rond het Jourdanplein en van de Waverse Steenweg, bezaten de burggraven van Brussel een domein in Eggevoord. De naam verwijst naar de gelijknamige voord, een doorwaadbare plaats tussen Brussel en de Woluwevallei of het Zoniënwoud. Over de oorsprong van het domein is weinig bekend. Aan het einde van de middeleeuwen omvatte het een groot leengoed met een kasteel, een molen, vijvers, weiden, bouwland, een boomgaard, een bierhuis-herberg...

Vanaf de 12e eeuw ging het domein, als leengoed van de kastelenij, naar verscheidene families over. In 1420, werd Eggevoord eigendom van de familie van der Noot, en dan van de familie Ranst. In 1603 werd het eigendom van de Raad van Financiën. Het omvatte toen “een kasteel, zeven bunder weiden, een berg, een boomgaard, een visbassin, een herberg met bierhuis, bouwland, de molen van Eggevoird, de Pypenbuys vijver (…), een andere vijver (…), de Groot Vijver en de Long Vivier” (Atlas van de archeologische ondergrond, p. 39).

Op het plan van Deventer (1555) is in de noordoostelijke hoek van de tuin een klein rond gebouw in baksteen te zien. In de loop van de 17e eeuw werd een rechthoekig paviljoen, Vischhuis genaamd, tegen deze toren aangebouwd, ten behoeve van de hertogelijke visgronden gelegen in de vijvers van de Maalbeekvallei. Een beschrijving uit 1726 (verkoopakte van 26.01.1726, DE PAUW, L.-F., p. 183) vermeldt “bovenvermelde toren of lusthuis, met keuken-kelder, hangar en kamer versierd met houtwerk…”
Begin 18e eeuw werd het domein opgesplitst. Het noordelijke deel werd gekocht door Pierre Abeloos, burggraaf van Sint-Goedele, die er een woonhuis bouwde. Het domein, dat begin 19e eeuw eigendom van de familie Dubois de Bianco was geworden, werd in 1851 door zijn eigenaar geruild tegen aandelen in de Société royale de Zoologie, d’Horticulture et d’Agrément [Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde, Plantkunde en Sierteelt], de toekomstige Dierentuin, later het Leopoldpark. Enkel de Eggevoorttoren en zijn bijgebouw getuigen nu nog van het domaniale verleden van het park.

Beschrijving
Ronde bakstenen toren met elementen in ledesteen. Hij is 7m85 hoog en dateert waarschijnlijk van eind 16e of begin 17e eeuw. Benedenverdieping met een deur en vier kleine venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., waarvan er een is dichtgemetseld, verdieping met vier grote muuropeningen met stenen kruiskozijnen en glasramen. De gevel wordt bekroond door een brede waterlijstVooruitspringende rand in het gevelvlak die regenwater buiten gevel laat afdruppelen. onder kraagstenen waarop de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en het cilindervormige dak en waterbord rusten, bekroond door een makelaar1. Versiering op de nok van een dak in de vorm van een decoratieve metalen, terracotta of houten stang; - 2. Middenstijl van een dakspant.. De zolder wordt geventileerd door twee dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde..
Wellicht medio 17e eeuw werd aan de toren een rechthoekig paviljoen toegevoegd dat vroeger het Vischhuis heette; het heeft één bouwlaag op kelders onder tongewelf, waarvan een deel, afgescheiden van de rest, twee visbassins bevatte. Hoge stenen onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen. en een bakstenen hoofdgevel met een deur onder impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. en een vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. (voorheen met stenen kruiskozijn). MansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken. met waterbord en een dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder schilddakDak met twee driehoekige dakvlakken aan de smalle zijde en twee trapeziumvormige aan de lange zijde..
Aan het eind van de 19e eeuw werden werken uitgevoerd die het uitzicht van de toren wijzigden (buitenbepleistering, balkon, wijziging van de muuropeningen), maar de restauratie die in 1914 architect L.-F. De Pauw voor ogen had en in 1939 werd uitgevoerd, verleende het gebouw een origineler uitzicht.


Bronnen

Archieven
ARA/Kaarten en plattegronden in handschrift 690.
SAB/FI - C6821
SAB/OW 57611 (1923-1925)

Publicaties en studies
CABUY, Y., DEMETER, S., Atlas van de archeologische ondergrond van het Gewest Brussel, 12, Brussel. Noordoostwijk, Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Dienst Monumenten en Landschappen, 1997, pp. 37-41.
DE PAUW, L.-F., La vallée du Maelbeek avec monographie d’Etterbeek, Brussel, 1914, pl.XVI.

Tijdschriften

LEMAIGRE, L., “La tour d’Eggevoord”, La Maison d’Hier et d’Aujourd’hui, 41, 1979, pp.37-47.

Kaarten/Plannen
van Deventer, J., Plan de Bruxelles, 1555.