Typologie(ën)
woning
werkplaats (ambachtelijk)
werkplaats (ambachtelijk)
Ontwerper(s)
Charles GRYSON – architect – 1935
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Modernisme
Pakketbootstijl
Inventaris(sen)
- Inventaris van de Industriële Architectuur (AAM - 1980-1982)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
- Het monumentale erfgoed van België. Anderlecht-Kuregem (Archistory - 2017-2019)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Esthetisch Historisch gezien werd die waarde aangewend om waardevolle groene ruimten en natuurlijke of halfnatuurlijke gebieden aan te duiden. De waarde kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Een afweging met andere waarden dringt zich tevens op: de artistieke, de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en de stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen). De volgende selectiecriteria worden er eveneens aan gekoppeld: de ensemblewaarde en de contextuele waarde.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Wetenschappelijk De wetenschappelijke waarde wordt vaak erkend in het geval van landschappen (parken, halfnatuurlijke gebieden). Binnen de context van een onroerend goed kan het gaan om de aanwezigheid van een (bouw)element (bijzonder materiaal, experimenteel materiaal, bouwprocédé of -component) of getuigenis van een ruimtelijk-structurele ruimte (stedenbouwkundig) waarvan het behoud moet worden overwogen met het oog op wetenschappelijk onderzoek. In het geval van archeologische vindplaatsen en overblijfselen wordt de wetenschappelijke waarde erkend in relatie tot het uitzonderlijke karakter van de resten op het gebied van ouderdom (bijvoorbeeld de Romeinse villa in Jette), de uitzonderlijke bewaringsomstandigheden (bijvoorbeeld de site van het vroegere dorp Oudergem) of de uniciteit van de elementen (bijvoorbeeld een volledig bewaard dakspant) en derhalve op dat vlak een uitzonderlijke en prominente wetenschappelijke bijdrage vormen tot de kennis van ons stedelijk en pre-stedelijk verleden.
- Sociaal Moeilijk te onderscheiden van de volkskundige waarde en over het algemeen onvoldoende om een selectie op zichzelf te rechtvaardigen. - herinneringsplaats van een gemeenschap of van van een sociale groep (bijvoorbeeld de bedevaartskapel op het Kerkplein in Sint-Agatha-Berchem, “de Oude Linde” in Boendael te Elsene); - een plaats met volkssymboliek (bijvoorbeeld het café het “Goudblommeke in papier” in de Cellebroersstraat); - een plaats waar een wijk samenkomt of gestructureerd is (bijvoorbeeld De gebouwen “Fer à Cheval”- in de Floréal tuinwijk); - een goed dat deel uitmaakt van of bestaat uit openbare voorzieningen (scholen, crèches, gemeenschaps- of parochiezalen, sporthallen, stadions, enz.); - goed of ensemble (al dan niet sociale huisvesting) ontworpen om sociale interactie, wederzijdse hulp en buurtcohesie te stimuleren (bijvoorbeeld de woonwijken die na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd in Ganshoren of de wijken die speciaal voor ouderen werden ontworpen); - goed dat deel uitmaakt van een industrieel complex dat een aanzienlijke activiteit heeft gegenereerd in de gemeente waar het zich bevindt of in het Gewest.
- Technisch Onder de technische waarde van een onroerend goed kan men het vroege gebruik van een bepaald materiaal of een bepaalde techniek verstaan (ingenieur), ook gebouwen met een constructief of technologisch belang, een technisch hoogstandje of een technologische innovatie kunnen in aanmerking komen. Het kan eveneens industrieel-archeologisch waardevol worden begrepen zoals getuigenissen van verouderde bouwmethodes. Vanzelfsprekend dringt een koppeling zich aan m.b.t. een wetenschappelijke waarde.
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016, 2019
id
Urban : 36306
Beschrijving
Op de hoek met de Kliniekstraat, modernistische
woning en dito atelier met invloed van de pakketbootstijlArchitectuurstijl uit interbellum en geïnspireerd op de gestroomlijnde pakketbootesthetiek (boegvormige volumes, patrijspoorten, enz.), n.o.v. architect
Charles Gryson, 1935.
Achter eenzelfde doorlopende gevel, woning op de hoek en atelier aan de Jorezstraat, met één tot drie bouwlagen onder plat dak. Gevel in gewassen granito, thans in het wit geschilderd. Hardstenen sokkel. Omlijsting van de muuropeningen in keramiek (ook beschilderd). Vensters op de benedenverdieping thans beschermd door traliewerk met postmodernistische invloed. Toegangsdeuren onder paneel. Kozijnen met horizontale roedeverdeling, thans vervangen, behalve de deur van het atelier en delen van het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. achteraan.
Woning van één travee aan de Kliniekstraat, gebogen hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Jorezstraat. Gevel aan deze zijde risaliterend, behalve op de verdiepingen van de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). In het rechter uiteinde van de hoek, toegangsdeur onder vlaggenmast. In de eerste twee bouwlagen op de eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Jorezstraat, glaspartij die het trappenhuis verlicht. Garagepoort op de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Tweede verdieping beperkt tot deze twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); de hoek wordt ingenomen door een terras-solarium, vroeger met beglaasde pergola, thans met buisreling. Een brede glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. met twee zuilen geeft toegang tot het terras. Achtergevel van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), rechts met muuropeningen met twee monelenStenen vensterstijl., op de verdieping achter een balkon met smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust..
Interieur. TrappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. dat uitgeeft op een grote, bijna vierkante hal in elke bouwlaag. Oorspronkelijk, eetkamer aan de Kliniekstraat, salon op de hoek, waarvan de kromming doorloopt in een boogvormig muurvlak tegen de ingang. Keuken achter de garage. Op de eerste verdieping, drie kamers aan straatzijde, badkamer en een “kastenkamer” (chambre d’armoires) achteraan. Tussen die kamer en de voorkamer aan de Jorezstraat, diensttrap die naar de tweede verdieping leidt. Op deze verdieping, drie vertrekken en een grote hal die breed opent naar het terras-solarium.

Het rechthoekige atelier bestaat uit een ondiep volume van twee bouwlagen aan straatzijde en een tweede volume, even hoog maar minder breed, achteraan. In het midden wordt de atelierruimte opgedeeld in drie delen onder daken met toenemende hoogte: één bouwlaag voor het linkerdeel en twee voor het rechterdeel; daar vormt de tweede bouwlaag een galerij die uitgeeft op het middendeel, met een hoogte onder plafond van anderhalve bouwlaag. Op de straatgevel, deur geflankeerd door twee vensters; het vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. rechts werd omgebouwd tot garagepoort maar nadien in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Lang vensterregisterDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. op de verdieping. Het atelier wordt lateraal verlicht door een vensterregisterDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters.. Oorspronkelijk bevatte het lagere deel van het dak een daklicht.
Interieur. Oorspronkelijk, kantoor links, geflankeerd door de ingang en een trap. Op de verdieping, vertrekken voorbehouden voor het papier (papiers) links en het brocheren (brochage) rechts; de centrale hal geeft toegang tot de vide van het atelier. Achtervolume bestemd voor de zetmachines (linotypes) op de benedenverdieping en voor het magazijn op de verdieping.
Er loopt momenteel een project om het geheel te herbestemmen tot maatschappelijk en cultureel centrum. Aan de Kliniekstraat is in de achterliggende binnenplaats, die door een muurtje wordt afgesloten, tegen de gemene muur een hoog en smal gebouw met gebogen hoek gepland dat voor sociale studio’s is bestemd (SVM Architect).
Achter eenzelfde doorlopende gevel, woning op de hoek en atelier aan de Jorezstraat, met één tot drie bouwlagen onder plat dak. Gevel in gewassen granito, thans in het wit geschilderd. Hardstenen sokkel. Omlijsting van de muuropeningen in keramiek (ook beschilderd). Vensters op de benedenverdieping thans beschermd door traliewerk met postmodernistische invloed. Toegangsdeuren onder paneel. Kozijnen met horizontale roedeverdeling, thans vervangen, behalve de deur van het atelier en delen van het raamwerkVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. achteraan.
Woning van één travee aan de Kliniekstraat, gebogen hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Jorezstraat. Gevel aan deze zijde risaliterend, behalve op de verdiepingen van de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). In het rechter uiteinde van de hoek, toegangsdeur onder vlaggenmast. In de eerste twee bouwlagen op de eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan de Jorezstraat, glaspartij die het trappenhuis verlicht. Garagepoort op de tweede traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Tweede verdieping beperkt tot deze twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); de hoek wordt ingenomen door een terras-solarium, vroeger met beglaasde pergola, thans met buisreling. Een brede glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. met twee zuilen geeft toegang tot het terras. Achtergevel van drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), rechts met muuropeningen met twee monelenStenen vensterstijl., op de verdieping achter een balkon met smeedijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust..
Interieur. TrappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. dat uitgeeft op een grote, bijna vierkante hal in elke bouwlaag. Oorspronkelijk, eetkamer aan de Kliniekstraat, salon op de hoek, waarvan de kromming doorloopt in een boogvormig muurvlak tegen de ingang. Keuken achter de garage. Op de eerste verdieping, drie kamers aan straatzijde, badkamer en een “kastenkamer” (chambre d’armoires) achteraan. Tussen die kamer en de voorkamer aan de Jorezstraat, diensttrap die naar de tweede verdieping leidt. Op deze verdieping, drie vertrekken en een grote hal die breed opent naar het terras-solarium.

Het rechthoekige atelier bestaat uit een ondiep volume van twee bouwlagen aan straatzijde en een tweede volume, even hoog maar minder breed, achteraan. In het midden wordt de atelierruimte opgedeeld in drie delen onder daken met toenemende hoogte: één bouwlaag voor het linkerdeel en twee voor het rechterdeel; daar vormt de tweede bouwlaag een galerij die uitgeeft op het middendeel, met een hoogte onder plafond van anderhalve bouwlaag. Op de straatgevel, deur geflankeerd door twee vensters; het vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. rechts werd omgebouwd tot garagepoort maar nadien in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Lang vensterregisterDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters. op de verdieping. Het atelier wordt lateraal verlicht door een vensterregisterDoorlopende horizontale aaneenschakeling van vensters.. Oorspronkelijk bevatte het lagere deel van het dak een daklicht.
Interieur. Oorspronkelijk, kantoor links, geflankeerd door de ingang en een trap. Op de verdieping, vertrekken voorbehouden voor het papier (papiers) links en het brocheren (brochage) rechts; de centrale hal geeft toegang tot de vide van het atelier. Achtervolume bestemd voor de zetmachines (linotypes) op de benedenverdieping en voor het magazijn op de verdieping.
Er loopt momenteel een project om het geheel te herbestemmen tot maatschappelijk en cultureel centrum. Aan de Kliniekstraat is in de achterliggende binnenplaats, die door een muurtje wordt afgesloten, tegen de gemene muur een hoog en smal gebouw met gebogen hoek gepland dat voor sociale studio’s is bestemd (SVM Architect).
Bronnen
Archieven
GAA/DS 27490 (08.10.1935).
Publicaties en studies
CULOT, M. [red.], Anderlecht 1. Inventaire visuel de l’architecture industrielle à Bruxelles, AAM, Brussel, 1980, fiche 37.