Typologie(ën)

burgerwoning
opbrengsthuis

Ontwerper(s)

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Eclectisme
Neorenaissance
Neobarok

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016

id

Urban : 31442
lees meer

Beschrijving

Burgerwoning in eclectischeVeel voorkomende stijl (ca. 1850-1914) die inspiratie put uit verschillende architectuurstijlen uit het verleden. Komt door de combinatie van enerzijds verschillende stijlelementen en anderzijds nieuwe technieken en materialen tot een unieke eigentijdse creatie. stijl met neorenaissance- en neobarokkeNeobarok (ca 1860-1914): Historiserende architectuur die verwijst naar de barok (17e tot 18e eeuw) en die naar haar vormentaal teruggrijpt door middel van het gebruik van voluut- en klokgevels, kolossale pilasters, zware decoratie (bossage, zware omlijstingen, enz.). elementen, 1875. Vier bouwlagen en drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).

Druk bewerkte, volledig hardstenen gevel met horizontaal gemarkeerde registersVensterstrook in een topgevel., centrale gebogen balkons op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. en met balustradeHekwerk van spijlen of balusters. tussen postamenten1. Rechthoekig voetstuk van een standbeeld; - 2. Balkvormige stenen bekroning; - 3. Stenen zijstukken van een balkonborstwering.. Breed frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. ter bekroning. Geblokte begane grond met getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. deur en venstemissen en gelede sluitstenenSluitsteen van een opening; weerhoudt de gewelfstenen in een boog of gewelf., belijnd door puilijst en sokkelHoge plint van een gevel; fungeert als voetstuk in ordonnantie van de gevel. met getraliede keldermonden. Verdiepingen met rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in vlakke omlijsting op lekdrempel en vlakke borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust.. Eerste twee verdiepingen belijnd door geprofileerde platte banden en een massief kordonUitspringende, horizontale geleding over de hele breedte van een gevel, om verdiepingen te markeren of als verlenging van de (lek)dorpels. op korbelen1. Diagonale houten balk ter ondersteuning van overkragende elementen zoals een luifel, een kroonlijst,…; 2. Balk om de verbinding tussen trekker en spantbeen in een kapspant te versterken.; bovenste verdieping geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en afgewerkt met een friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met metopenAl of niet versierd vlak tussen de trigliefen van een fries. en trigliefenVersiering, ontleend aan de Dorische fries, bestaande uit een vooruitspringend, rechthoekig vlak met twee gleuven in het midden en een halve aan elke zijkant; soms kan het aantal gleuven sterk afwijken.. Aansluitend geprofileerd houten frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. met klossenKraagstuk van een kroonlijst met verfijnd uitgesneden en/of gefreesd hangend element of drop. en tandlijst, geopend door een tweelichtTweedelige lichtopening, door deelzuiltje gesplitst..

 Aanleunend op hoek in Woeringenstraat nr. 20, gelijktijdig opgetrokken opbrengsthuis met afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoek. Eenvoudige bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. gevel, vijf bouwlagen en zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), met hoekbalkon en ruime erkerpartij.


Bronnen

Archieven
SAB/OW 16621 (1875).