Typologie(ën)

driegevelvilla
park
voormalige boerderij/hoeve

Ontwerper(s)

Fr. & J. ALBERTarchitect1900

Juridisch statuut

Beschermd sinds 15 februari 1996

Stijlen

Eclectisme
Neo-Vlaamse renaissance

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2016-2019

id

Urban : 29264
lees meer

Beschrijving

Opmerkelijke halfvrijstaande villa in eclectischePeriode: ca. 1840-1914. Het eclecticisme is een architectuurstroming die stijlen afkomstig uit verschillende tijdperken en plaatsen combineert. Architecten vermengen historische referenties om nieuwe composities te creëren. Die tendens ontwikkelt zich in Brussel kort na de onafhankelijkheid van België in het kader van de grootschalige verstedelijkingsprogramma’s. Tijdens de jaren 1840 en 1850 ontstaat immers de behoefte aan een nationale architectuur, terwijl de stad tot dan toe vooral het neoclassicisme had benadrukt met symmetrische, ordelijke en rationele stedenbouwkundige gehelen. Terwijl sommige architecten kiezen voor eenheid van stijl, zoals de neogotische of neo-Vlaamse renaissancestijl, ontwikkelt zich ook een tendens om vormtalen uit het verleden te mengen en daarbij lokale materialen en nieuwe technieken (onder meer voortgekomen uit de industriële revolutie) in te zetten. Dat eclecticisme maakt het mogelijk om flexibeler in te spelen op een veelheid aan typologieën en stedelijke voorzieningen. De stad breidt immers volop uit: het eclecticisme past zich zowel toe op kerken als op grootwarenhuizen, hotels, stations, scholen, fabrieken, maar eveneens op de woonarchitectuur. Dat verklaart waarom het eclecticisme de dominante architecturale tendens is in de eerste kroon van Brussel (de Brusselse voorsteden). In de openbare architectuur is die menging niet willekeurig: elke stijl wordt gekozen om een idee over te brengen. Zo kan het neogotische verwijzen naar de middeleeuwse geschiedenis van de stad of naar de spiritualiteit van een religieus (katholiek) gebouw; het neoclassicisme suggereert orde en autoriteit voor een gerechtsgebouw of een administratief gebouw; de renaissance symboliseert burgerschap of cultureel prestige. Architectuur wordt op die manier een visuele taal, ontworpen om de waarden van een instelling te weerspiegelen. In de woonarchitectuur is het eclecticisme een kenmerk van de bourgeoisie en herkenbaar aan een gevarieerde en dynamische gevel, waarin architecten spelen met vormen, materialen en kleuren. Baksteen, natuursteen, smeed- of gietijzer, keramiek of sgraffiti worden gecombineerd om een rijk en gepersonaliseerd decor te creëren. Elk detail – balkon, kroonlijst, gebeeldhouwd linteel, dakkapel, erker, voordeur – wordt aangegrepen om de smaak van de eigenaar uit te drukken, zijn status in de verf te zetten of zijn culturele aspiraties te benadrukken. De stijl situeert zich in een periode waarin Brussel moderniteit waardeert en tegelijk zijn geschiedenis viert. Het eclecticisme vormt dan ook een compromis: een hedendaagse architectuur geïnspireerd door het verleden, aangepast aan het burgerlijke, stedelijke en moderne leven. Achter de gevel worden de interieurs ingericht met oog voor comfort: een praktischer indeling, een decoratieve trap, vertrekken gericht op specifieke functies (salon, rookvertrek, eetkamer) en soms technische innovaties (beter verwarmingssysteem, water, gas). De periode van het eclecticisme zet het basismodel van de burgerwoning op punt: een gevel met een symmetrische compositie (drie gelijke traveeën op drie bouwlagen) of een asymmetrische compositie (twee traveeën – één smalle en één brede – op drie bouwlagen); een plattegrond met een gang die naar de trap leidt in de toegangstravee en twee of drie opeenvolgende vertrekken, overeenkomend met de breedte van de andere travee(ën). De gevel krijgt ook een driedimensionale uitwerking door de toevoeging van balkons, erkers of bow-windows. Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is de stedenbouwkundige ontwikkeling zodanig groot dat het niet ongewoon is dat hele straatdelen in enkele jaren tijd uit de grond worden gestampt. Dat resulteert in bijzonder homogene en samenhangende stedenbouwkundige gehelen: de enfilade of gevelrij. Die samenhang is soms het werk van één architect in het kader van een kleinschalig vastgoedproject. Meestal worden de woningen echter gebouwd door verschillende architecten, voor verschillende eigenaars: ze verschillen dan onderling, maar vormen toch homogene gevelrijen van gebouwen in dezelfde stijl, met dezelfde materialen en/of hetzelfde bouwprofiel. De representatieve elementen van de residentiële bouwkunde in eclecticistische stijl zijn: het bouwprofiel (asymmetrische of symmetrische compositie), de polychromie van de materialen (hardsteen, natuursteen, bakstenen in uiteenlopende kleuren, pleisterwerk), het gebruik van smeed- en/of gietijzerwerk, uitspringende elementen (balkons, erkers, bow-windows), dakkapellen en stedenbouwkundige enfilades. Die gevels worden vaak benadrukt door elementen met diverse inspiratiebronnen: neoclassicistisch (pleisterwerk, soberheid), neogotisch (spitsboogvensters of drielobbige vensters, kruisvensters in steen), neo-Vlaamse renaissancestijl (dakkapel, trapgevel, muurankers), art nouveau (sgraffiti, keramiektegels, zweepslagmotieven, glasramen met florale motieven), pittoresk (schilddak of wolfdak, torentje, houten of pseudo-houten elementen: borstweringen, vakwerk, zichtbare spanten), enz. Het is algemeen aanvaard dat de periode van het eclecticisme eindigt met de Eerste Wereldoorlog, al blijft het basismodel van het burgerhuis ook nadien nog lang bestaan. Gemeenten en wijken die later, tijdens het interbellum, werden verstedelijkt op basis van stedenbouwkundige plannen die in de 19e eeuw waren uitgetekend, bouwen voort op het model van het eclecticisme en vormen gevelrijen met een gelijkaardig bouwprofiel. Die woningen worden als laateclectisch bestempeld. Zij nemen alle kenmerken van de eclecticistische woonarchitectuur over, maar worden doorgaans geaccentueerd met elementen geïnspireerd door de Beaux-Arts, art deco, art nouveau, pittoreske of regionalistische architectuur (zie laat eclecticisme). stijl met invloed van de neo-Vlaamse renaissancestijl, naar ontwerp van architecten Fr. en J. Albert, gedateerd “1900”.

Inspringend ten opzicht van de Neerstalse steenweg en langs het Bemptpark, villa gebouwd voor Jean-Baptiste Michiels, eigenaar van de brouwerij-mouterij Trois Fontaines in Ukkel-Kalevoet. SgraffitiSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister). met de naam van de eigenaar en van diens brouwerij; het glas-in-loodraam van de ingang stelt Gambrinus voor.

Halfvrijstaande villa van twee bouwlagen onder mansardedakGebroken kap of Frans dak met met steile ondervlakken en licht hellende bovenvlakken.. Gevel aan straatzijde van twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), via een schuine traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) verbonden met de zijgevel, met centraal de deurtravee. Bakstenen gevels met witstenen elementen, op hardstenen onderbouwHoge sokkel, reikend tot ongeveer het midden van de toegang; meestal in hardsteen.. Drie dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak..

Aan de straatkant, eerste traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met balkon met fijn bewerkte ijzeren borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. met het jaartal 1900; daaronder, sgraffitoSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister). met de naam van de villa. TraveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder puntgevelGevel waarvan de top driehoekig is. met rechte aandaken en pinakelSlanke beëindiging in de vorm van een gotisch torentje.. DiamantkoppenPiramidaal ornament (3 of 4 zijden), onder andere gebruikt in banden en friezen.. Venstertimpanen versierd met sgraffitiSgraffito (Italiaans, van sgraffiare: krabben), decoratieve muurtechniek waarbij men een donkere pleisterlaag (doorgaans zwart, roetbruin of grijs) met een lichtgekleurde pleisterlaag bedekt; door de bovenste, nog niet verharde, laag weg te nemen volgens een vooraf bepaald grafisch ontwerp ontstaat een verdiepte tekening; de lichtgekleurde pleisterlaag kan bovendien gekleurd worden ‘al fresco’ (op de verse pleister) of ‘al secco’ (op de droge pleister)..

Op de hoek, veelhoekig houten wachttorentje van twee bouwlagen onder een koepelBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis..

Centraal op de zijgevel, kleine uitbouw met de ingang (plat dak) en de vestibule (zadeldak), toegankelijk via een stenen bordes1. Verhoogd platform vóór de ingang van een gebouw, bereikbaar via een aantal treden; - 2. Vloertje, boven aan of midden in een trap.; deur versierd met een geschilderd glas-in-loodraam dat Gambrinus voorstelt, samen met de initialen van de brouwer-eigenaar. Boven de portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert., grote rechthoekige muuropening. Op de achtergevel, gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. van de begane grond tot de eerste verdieping, bekroond door een terras met stenen balustradeHekwerk van spijlen of balusters..

Interieur. Inkomhal met impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. met houten omlijsting en een glas-in-loodraam met bloemenmotief. Deuren onder een paneel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. versierd met een mascaronGehouwen versiering onder de vorm van een (fantastisch) mensen- of dierenmasker.. Op de benedenverdieping, aan straatzijde, pronksalon in tweeën verdeeld door zuilenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. met samengesteld kapiteelKopstuk van een zuil, pijler of pilaster; algemeen om de gedragen last op een smaller draagvlak over te brengen.. Aan weerszijden van de salon, spiegels1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting., de ene met medaillonRonde of ovale cartouche. in licht reliëf dat een tafereel van smedende engelen voorstelt, de andere spiegel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. versierd met musicerende putti in grisailleGetekende of geschilderde voorstelling in verschillende tinten grijs of bruin., met friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). van guirlandesGehouwen of gesneden slinger van bloemen, bladen of vruchten. Als festoen, vaak met linten en opgehangen aan strikken met neerhangende uiteinden. , bloemvazen, enz. Gelambriseerde muren, friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). van guirlandesGehouwen of gesneden slinger van bloemen, bladen of vruchten. Als festoen, vaak met linten en opgehangen aan strikken met neerhangende uiteinden. ; geprofileerd plafond.

Aan de straat, privétuintje afgesloten door pijlers1. Muurstut zonder entasis (kromming), mogelijk met basis en kapiteel; - 2. Massief gemetseld of betonnen steunelement met gewoonlijk rechthoekige doorsnede (vb. bruggepijler,…) in baksteen en hardsteen, rond het oorspronkelijke ijzerwerkVerzameling van alle metalen elementen van een gebouw..

De grote tuin achteraan, die vroeger aan de villa paalde, ligt aan de basis van het
Bemptpark. Deze grote tuin in 1900-stijl is voor het publiek toegankelijk en beslaat een oppervlakte van ongeveer een hectare. Er groeien verschillende soorten bomen, waaronder een heel mooie zilveresdoorn, drie rode beuken en enkele kastanjebomen, linden, haagbeuken, essen en Canadapopulieren. Het park is versierd met twee fraaie waterpartijen en bevat ook de oude hoeve Verheylewegen (een lang rechthoekig gebouw in baksteen, met één bouwlaag onder zadeldak), een oude boomgaard en een miniatuurspoorweg.

Bronnen

Archieven

GAV/DS 1536 (1900), 3714 (1905), 4693 (1908).

Bemptpark:
http://bomen-inventaris.irisnet.be/sites.php?id=144