Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Typologie(ën)
fabriek
Ontwerper(s)
E. MEERT – architect – 1920
Joël CLAISSE – architect – 1989
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Laat-eclecticisme
Inventaris(sen)
- Inventaris van de Industriële Architectuur (AAM - 1980-1982)
- Inventaris van het Industrieel Erfgoed (La Fonderie - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Permanente actualisatie van de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (DPC-DCE)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem), authenticiteit (idem + de kwaliteit van de uitvoering) en integriteit (bewaringstoestand, oorspronkelijke elementen)). Een goed bevat ook artistieke waarde als het kunstwerken omvat (beeldhouwwerken, reliëfs ontworpen voor het goed, enz.) of decoratieve elementen uit de oorspronkelijke bouwperiode of met bijzondere kwaliteit (gesigneerd glasramen, sgraffito, lichtbeuk, enz.).
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde : - als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente; - of als getuigenis van een periode en/of een zeldzame ontwikkeling van een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; de Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; - of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale lanen of in de Leopoldswijk); - of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur – met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (bv. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte); - of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (bv. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, de Congreskolom); - of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken); - of als het representatief is van het oeuvre van een belangrijke architect in de architectuurgeschiedenis op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau (dit betreft zowel befaamde architecten als V. Horta, V. Bourgeois, M. Polak als secundaire architecten, die lokaal verbonden worden aan een gemeente zoals Fernand Lefever in Koekelberg of Emile Hoebeke in Sint-Agatha-Berchem).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen of landschappen hebben in het verleden een prominente rol gespeeld in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte en de stedelijke ruimte. Meestal bepalen zij andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het daarin een rol speelt, bijvoorbeeld : - hoekgebouwen; - coherente pleinen of homogene huizenrijen (gevels die een ensemble vormen van dezelfde stijl, periode en volume); - tuinwijken, - deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, - relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe die architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2016, 2026
id
Urban : 27189
Beschrijving
Hoofdgebouw in laat-eclectische stijl gebouwd in 1920 en verhoogd met één
bouwlaag in 1924 en 1941. Harde renovatie volgens postmodernistischePeriode: ca. 1975 – 2000
Het postmodernisme zet zich af tegen de modernistische en functionalistische
soberheid. Het ornament wordt opnieuw in ere hersteld als drager van betekenis.
Het postmodernisme tracht de abstracte functionele architectuur een menselijk
gezicht en karakter te geven en wil een zekere vertrouwdheid tot stand brengen,
soms dankzij een referentie naar historische architectuur. De formele elementen
uit het verleden (classicisme, art deco, Wiener Secession enz.) worden op een
hedendaagse manier geherinterpreteerd, vaak met een toets ironie of humor
(bijvoorbeeld door overdrijving): frontons, bogen, kolommen, pilasters,
torentjes,… Voor prestigearchitectuur wordt opnieuw naar natuurlijke materialen
zoals steen en marmer gegrepen, die dan met glas (spiegelglas) en roestvrij
staal worden gecombineerd. In projecten met een beperkter budget zijn de
gebruikte materialen minder luxueus (betonblokken, gekleurd metaal).
In Brussel is postmodernisme terug te vinden zowel in bedrijfsarchitectuur (flagship
buildings) als in openbare gebouwen (scholen, crèches, overheidsgebouwen)
of in winkelcentra … inspiratie
door architect Joël Claisse in de jaren 1980. Constructie van nieuwe
industriële gebouwen op de site in de periode 1937 en 1965 waaronder deze van
1937, 1941 en 1942 door architect E. Meert.
Geschiedenis
Het bedrijf Gardy wordt in 1890 in Genève opgericht door Auguste Gardy en specialiseert zich in de productie van elektrische apparatuur. Het bedrijf, een pionier op het gebied van elektrificatie en verlichting, groeit al snel uit tot een internationale onderneming en richt vestigingen op in Frankrijk (1909), België (1913) en Spanje (1916).
Het Belgische bedrijf Gardy vestigt zich in Buizingen. Na de Eerste Wereldoorlog worden er werkplaatsen gebouwd in de Amerikaanse straat en Simonisstraat in Sint-Gillis. In 1920 koopt het bedrijf een terrein in Ukkel om er de hoofdvestiging van de Belgische dochteronderneming te bouwen. Het gebouw herbergt de kantoren van de directie en de medewerkers, evenals magazijnen die zijn onderverdeeld in verschillende productiefasen: de montage, afstelling en controle van schakelaars en stopcontacten, zekeringen en andere elektrische apparaten voor hoog- en laagspanning, evenals de verpakking en opslag van materiaal.
Talrijke uitbreidingen van het industrieterrein worden gerealiseerd, waaronder de verhoging van het hoofdgebouw in 1924 (de voorgevel en het aangrenzende gedeelte) en in 1941 (de overige vleugels), de bouw van gebouwen met lessenaarsdakenDak bestaande uit één hellend dakvlak. in 1945-1950 (in het noordoosten van het terrein) en in 1953-1960 (langs de Engelandstraat) en van een groot opslaggebouw met plat dak aan de achterzijde van het terrein in 1965.
In 1976 fuseert de Société Belge Gardy met het bedrijf Merlin Gerin en wordt Gardy-Merlin Gerin. Eind jaren 1980 wordt het complex gerenoveerd door architect Joël Claisse. Het hoofdgebouw wordt gemoderniseerd en krijgt een architecturale stijl die geïnspireerd is op het postmodernismePeriode: ca. 1975 – 2000 Het postmodernisme zet zich af tegen de modernistische en functionalistische soberheid. Het ornament wordt opnieuw in ere hersteld als drager van betekenis. Het postmodernisme tracht de abstracte functionele architectuur een menselijk gezicht en karakter te geven en wil een zekere vertrouwdheid tot stand brengen, soms dankzij een referentie naar historische architectuur. De formele elementen uit het verleden (classicisme, art deco, Wiener Secession enz.) worden op een hedendaagse manier geherinterpreteerd, vaak met een toets ironie of humor (bijvoorbeeld door overdrijving): frontons, bogen, kolommen, pilasters, torentjes,… Voor prestigearchitectuur wordt opnieuw naar natuurlijke materialen zoals steen en marmer gegrepen, die dan met glas (spiegelglas) en roestvrij staal worden gecombineerd. In projecten met een beperkter budget zijn de gebruikte materialen minder luxueus (betonblokken, gekleurd metaal). In Brussel is postmodernisme terug te vinden zowel in bedrijfsarchitectuur (flagship buildings) als in openbare gebouwen (scholen, crèches, overheidsgebouwen) of in winkelcentra ….
In 2000 vindt een tweede fusie plaats met Télémecanique: het bedrijf wordt omgedoopt tot Groupe Schneider Electric. In 2026 verlaat de Schneider-groep de industriële site.
Beschrijving
Hoofdgebouw, terugwijkend ten opzichte van de weg, op de hoek van de Dieweg en de Engelandstraat. Vijf bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. vleugels van drie bouwlagen rond een centrale binnenplaats en onder plat dak. Hoofdgevel met zeven symmetrische traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarbij de drie centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder een gebogen geveltop waarin de naam van de fabriek (oorspronkelijk Sté Belge Gardy, daarna Gardy en momenteel Schneider Electric).
Sobere gevels, geaccentueerd door grote rechthoekige muuropeningen die per twee of drie gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. zijn, en pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. die iets hoger reiken dan de betonnen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Zwart pvc-schrijnwerk met indeling volgens postmodernistischePeriode: ca. 1975 – 2000 Het postmodernisme zet zich af tegen de modernistische en functionalistische soberheid. Het ornament wordt opnieuw in ere hersteld als drager van betekenis. Het postmodernisme tracht de abstracte functionele architectuur een menselijk gezicht en karakter te geven en wil een zekere vertrouwdheid tot stand brengen, soms dankzij een referentie naar historische architectuur. De formele elementen uit het verleden (classicisme, art deco, Wiener Secession enz.) worden op een hedendaagse manier geherinterpreteerd, vaak met een toets ironie of humor (bijvoorbeeld door overdrijving): frontons, bogen, kolommen, pilasters, torentjes,… Voor prestigearchitectuur wordt opnieuw naar natuurlijke materialen zoals steen en marmer gegrepen, die dan met glas (spiegelglas) en roestvrij staal worden gecombineerd. In projecten met een beperkter budget zijn de gebruikte materialen minder luxueus (betonblokken, gekleurd metaal). In Brussel is postmodernisme terug te vinden zowel in bedrijfsarchitectuur (flagship buildings) als in openbare gebouwen (scholen, crèches, overheidsgebouwen) of in winkelcentra … inspiratie.
Het interieur van het industrieel gebouw werd eind jaren 1980 grondig gerenoveerd. De structuur van het gebouw, bestaande uit gewapend beton met betonnen kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd., is nog zichtbaar in de grootste ruimtes van het gebouw. De granito-trap en de smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… leuning die naar de voormalige kantoren leiden, zijn bewaard gebleven.
Motivering erfgoedwaarden
Artistieke waarde
Het hoofdgebouw van de voormalige Société Belge Gardy is een representatief voorbeeld van de laat-eclectische stijl zoals die in een industrieel gebouw tot uiting komt: symmetrische gevels geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en grote, rechthoekige ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met een gebogen geveltop die de hoofdingang markeert. Het gebouw heeft zijn authenticiteit behouden (de typologie van een industrieel gebouw is nog steeds leesbaar). Het gebouw wordt gekenmerkt door zijn eenvoud en functionaliteit. De voorgevel onderscheidt zich door zijn afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoek, bekroond door een frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. waarin de naam van de fabriek is aangebracht.
Het interieur van het gebouw bevat oorspronkelijke elementen, waaronder de structuur van het gebouw met betonnen kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. en het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. in granitoBedekking met veelkleurige (marmer)stukjes, gebed in cementmortel, die na verharding glanzend wordt geschuurd. met een smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… leuning.
Historische waarde
Het hoofdgebouw van de voormalige Société Belge Gardy is representatief voor de industriële architectuur en meer bepaald voor de typologie van fabrieksgebouwen. Het terrein heeft contextuele waarde omdat het getuigt van de industriële activiteit in Ukkel: het is namelijk een van de grootste fabrieken op het grondgebied van de gemeente. Talrijke werknemers en arbeiders uit Ukkel hebben voor de Société Gardy gewerkt. De site heeft ook contextuele waarde in verband met de geschiedenis van het Zwitserse bedrijf Gardy, dat in 1890 werd opgericht en gedurende de hele 20e eeuw internationaal succes kende.
Stedenbouwkundige waarde
De site van de Société Belge Gardy heeft contextuele waarde omdat ze een opvallende aanwezigheid in het stadslandschap vormt: het grootschalige industrieterrein ligt op een sterk hellend perceel langs de spoorlijn die Brussel met Charleroi verbindt en vormt een uitzondering in de overwegend residentiële omgeving.
De ligging van het hoofdgebouw, iets terug van de weg, op de hoek van de Dieweg en de Engelandstraat en vlakbij het station van Ukkel-Kallevoet, draagt bij aan de kwaliteit van de stedelijke omgeving.
Geschiedenis
Het bedrijf Gardy wordt in 1890 in Genève opgericht door Auguste Gardy en specialiseert zich in de productie van elektrische apparatuur. Het bedrijf, een pionier op het gebied van elektrificatie en verlichting, groeit al snel uit tot een internationale onderneming en richt vestigingen op in Frankrijk (1909), België (1913) en Spanje (1916).
Het Belgische bedrijf Gardy vestigt zich in Buizingen. Na de Eerste Wereldoorlog worden er werkplaatsen gebouwd in de Amerikaanse straat en Simonisstraat in Sint-Gillis. In 1920 koopt het bedrijf een terrein in Ukkel om er de hoofdvestiging van de Belgische dochteronderneming te bouwen. Het gebouw herbergt de kantoren van de directie en de medewerkers, evenals magazijnen die zijn onderverdeeld in verschillende productiefasen: de montage, afstelling en controle van schakelaars en stopcontacten, zekeringen en andere elektrische apparaten voor hoog- en laagspanning, evenals de verpakking en opslag van materiaal.
Talrijke uitbreidingen van het industrieterrein worden gerealiseerd, waaronder de verhoging van het hoofdgebouw in 1924 (de voorgevel en het aangrenzende gedeelte) en in 1941 (de overige vleugels), de bouw van gebouwen met lessenaarsdakenDak bestaande uit één hellend dakvlak. in 1945-1950 (in het noordoosten van het terrein) en in 1953-1960 (langs de Engelandstraat) en van een groot opslaggebouw met plat dak aan de achterzijde van het terrein in 1965.
In 1976 fuseert de Société Belge Gardy met het bedrijf Merlin Gerin en wordt Gardy-Merlin Gerin. Eind jaren 1980 wordt het complex gerenoveerd door architect Joël Claisse. Het hoofdgebouw wordt gemoderniseerd en krijgt een architecturale stijl die geïnspireerd is op het postmodernismePeriode: ca. 1975 – 2000 Het postmodernisme zet zich af tegen de modernistische en functionalistische soberheid. Het ornament wordt opnieuw in ere hersteld als drager van betekenis. Het postmodernisme tracht de abstracte functionele architectuur een menselijk gezicht en karakter te geven en wil een zekere vertrouwdheid tot stand brengen, soms dankzij een referentie naar historische architectuur. De formele elementen uit het verleden (classicisme, art deco, Wiener Secession enz.) worden op een hedendaagse manier geherinterpreteerd, vaak met een toets ironie of humor (bijvoorbeeld door overdrijving): frontons, bogen, kolommen, pilasters, torentjes,… Voor prestigearchitectuur wordt opnieuw naar natuurlijke materialen zoals steen en marmer gegrepen, die dan met glas (spiegelglas) en roestvrij staal worden gecombineerd. In projecten met een beperkter budget zijn de gebruikte materialen minder luxueus (betonblokken, gekleurd metaal). In Brussel is postmodernisme terug te vinden zowel in bedrijfsarchitectuur (flagship buildings) als in openbare gebouwen (scholen, crèches, overheidsgebouwen) of in winkelcentra ….
In 2000 vindt een tweede fusie plaats met Télémecanique: het bedrijf wordt omgedoopt tot Groupe Schneider Electric. In 2026 verlaat de Schneider-groep de industriële site.
Beschrijving
Hoofdgebouw, terugwijkend ten opzichte van de weg, op de hoek van de Dieweg en de Engelandstraat. Vijf bepleisterdeMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. vleugels van drie bouwlagen rond een centrale binnenplaats en onder plat dak. Hoofdgevel met zeven symmetrische traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), waarbij de drie centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder een gebogen geveltop waarin de naam van de fabriek (oorspronkelijk Sté Belge Gardy, daarna Gardy en momenteel Schneider Electric).
Sobere gevels, geaccentueerd door grote rechthoekige muuropeningen die per twee of drie gekoppeldTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. zijn, en pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. die iets hoger reiken dan de betonnen kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Zwart pvc-schrijnwerk met indeling volgens postmodernistischePeriode: ca. 1975 – 2000 Het postmodernisme zet zich af tegen de modernistische en functionalistische soberheid. Het ornament wordt opnieuw in ere hersteld als drager van betekenis. Het postmodernisme tracht de abstracte functionele architectuur een menselijk gezicht en karakter te geven en wil een zekere vertrouwdheid tot stand brengen, soms dankzij een referentie naar historische architectuur. De formele elementen uit het verleden (classicisme, art deco, Wiener Secession enz.) worden op een hedendaagse manier geherinterpreteerd, vaak met een toets ironie of humor (bijvoorbeeld door overdrijving): frontons, bogen, kolommen, pilasters, torentjes,… Voor prestigearchitectuur wordt opnieuw naar natuurlijke materialen zoals steen en marmer gegrepen, die dan met glas (spiegelglas) en roestvrij staal worden gecombineerd. In projecten met een beperkter budget zijn de gebruikte materialen minder luxueus (betonblokken, gekleurd metaal). In Brussel is postmodernisme terug te vinden zowel in bedrijfsarchitectuur (flagship buildings) als in openbare gebouwen (scholen, crèches, overheidsgebouwen) of in winkelcentra … inspiratie.
Het interieur van het industrieel gebouw werd eind jaren 1980 grondig gerenoveerd. De structuur van het gebouw, bestaande uit gewapend beton met betonnen kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd., is nog zichtbaar in de grootste ruimtes van het gebouw. De granito-trap en de smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… leuning die naar de voormalige kantoren leiden, zijn bewaard gebleven.
Motivering erfgoedwaarden
Artistieke waarde
Het hoofdgebouw van de voormalige Société Belge Gardy is een representatief voorbeeld van de laat-eclectische stijl zoals die in een industrieel gebouw tot uiting komt: symmetrische gevels geritmeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. en grote, rechthoekige ramenVast of bewegend houten of metalen omlijsting van een ruit binnen een kozijn. met een gebogen geveltop die de hoofdingang markeert. Het gebouw heeft zijn authenticiteit behouden (de typologie van een industrieel gebouw is nog steeds leesbaar). Het gebouw wordt gekenmerkt door zijn eenvoud en functionaliteit. De voorgevel onderscheidt zich door zijn afgeschuindeSchuine vlakke kant aan een houten of stenen bouwonderdeel. hoek, bekroond door een frontonDriehoekige of segmentvormige bekroning van een gevel of muuropening. waarin de naam van de fabriek is aangebracht.
Het interieur van het gebouw bevat oorspronkelijke elementen, waaronder de structuur van het gebouw met betonnen kolommenCilindervormig steunpunt; vaak voorzien van basis en kapiteel. De kleine en/of dunne variant ervan wordt colonnet genoemd. en het trappenhuisGedeelte van een gebouw waarin de trappen zijn ondergebracht. in granitoBedekking met veelkleurige (marmer)stukjes, gebed in cementmortel, die na verharding glanzend wordt geschuurd. met een smeedijzerenTaai, ‘kneedbaar’ ijzer dat ambachtelijk wordt ‘gesmeed’ (gehamerd bij hoge temperatuur) tot decoratieve bouwonderdelen als tuinhekken, borstweringen… leuning.
Historische waarde
Het hoofdgebouw van de voormalige Société Belge Gardy is representatief voor de industriële architectuur en meer bepaald voor de typologie van fabrieksgebouwen. Het terrein heeft contextuele waarde omdat het getuigt van de industriële activiteit in Ukkel: het is namelijk een van de grootste fabrieken op het grondgebied van de gemeente. Talrijke werknemers en arbeiders uit Ukkel hebben voor de Société Gardy gewerkt. De site heeft ook contextuele waarde in verband met de geschiedenis van het Zwitserse bedrijf Gardy, dat in 1890 werd opgericht en gedurende de hele 20e eeuw internationaal succes kende.
Stedenbouwkundige waarde
De site van de Société Belge Gardy heeft contextuele waarde omdat ze een opvallende aanwezigheid in het stadslandschap vormt: het grootschalige industrieterrein ligt op een sterk hellend perceel langs de spoorlijn die Brussel met Charleroi verbindt en vormt een uitzondering in de overwegend residentiële omgeving.
De ligging van het hoofdgebouw, iets terug van de weg, op de hoek van de Dieweg en de Engelandstraat en vlakbij het station van Ukkel-Kallevoet, draagt bij aan de kwaliteit van de stedelijke omgeving.
Bronnen
Archieven
GAU/DS 9356 (1920), 10503 (1937), 11919 (1941), 12174 (1942).
Publicaties en studies
AMEEUW, P., Uccle, Guides des communes de la Région bruxelloise, CFC-éditions, Bruxelles, 2010 : p.73
CLAISSE, J., J.C.Joël Claisse et associés, Bruxelles, 1993 : pp.12-13.
CULOT, M. (o.l.v.), Uccle, Inventaire visuel de l’architecture industrielle à Bruxelles, AAM, Bruxelles, 1980-1982, fiche 24.
Websites
https://www.se.com/be/fr/about-us/company-profile/history/gardy
Opmerkelijke bomen in de nabijheid

























