Typologie(ën)
school
Ontwerper(s)
L. ROUSSELLE – architect – 1871
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Eclectisme
Inventaris(sen)
- Actualisatie van de Urgentie-Inventaris (Sint-Lukasarchief - 1993-1994)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Elsene (DMS-DML - 2005-2015)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem) en integriteit (idem + kwaliteit van uitvoering).
- Esthetisch Het onroerend goed heeft een esthetische waarde als het de waarnemer zintuigelijk prikkelt op een positieve manier (‘ervaring van schoonheid). Historisch gezien werd deze waarde aangewend om waardevolle natuurlijke of semi-natuurlijke gebieden aan te duiden, maar het kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Automatisch dringt een afweging met andere waarden zich op, de artistieke in de eerste plaats, maar ook de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen), en dienen koppelingen naar selectiecriteria worden gemaakt: representativiteit, ensemblewaarde en contextuele waarde. Criteria die met andere (met name artistieke) criteria moeten worden gecombineerd.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente, of als bijzonder belangrijke ouderdom en zeldzame ontwikkeling voor een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; enz.), of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale boulevards of in de Leopoldswijk), of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur - met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (b.v. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte), of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (b.v. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, Congreskolom), of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen spelen, meer dan andere bouwkundige goederen, een prominente rol in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte in het verleden. Meestal determineren zijn andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het hierin een rol speelt, bijvoorbeeld hoekgebouwen, coherente pleinen of (straatwanden), deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, maar ook relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe deze architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
2013-2015
id
Urban : 23527
Beschrijving
Schoolgebouw in eclectische stijl, n.o.v. architect L. Rousselle, 1871.
Geschiedenis
In 1848 werd de eerste school van Boondaal op initiatief van de gemeente geopend op de hoek met de thans verdwenen Brusselstraet. Ze omvatte enkel de woning van de leraar en één klaslokaal. In 1871 werden meer aangepaste gebouwen opgetrokken langs de Dieweg, de huidige Terkamerenboslaan. Ze omvatten aan de kant van een laan een gebouw met de dienstwoningen, bewaard, omgeven door koeren en twee overdekte speelplaatsen waarvan enkel die links is bewaard. Tegen dit volume werd achteraan een tweede gebouw van een bouwlaag en met vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aangebouwd, met daarin de klassen voor de meisjes en die voor de jongens. Maar het aantal inschrijvingen steeg snel, en al in 1882 moest de school een eerste keer worden uitgebreid: het achtergebouw werd met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) verlengd en met één bouwlaag verhoogd. In 1897 werd het gebouw met nog eens twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) uitgebreid en aangevuld met een grote, haaks geplaatste vleugel met daarin een grote overdekte speelplaats onder daklicht. Tijdens de jaren 1950 tot 1970 breidde de school zich binnen het huizenblok uit, onder meer door de plaatsing van geprefabriceerde lokalen en de aanleg van sportterreinen. Een laatste bijgebouw werd tussen 2002 en 2004 toegevoegd op nr. 211 van de Terkamerenboslaan, naar de plannen van architect Jacques Henri Baudon (A+U) uit 1998.
Beschrijving
Bepleisterde gevels. Vierkant gebouw van twee bouwlagen waarin zich voorheen de dienstwoningen bevonden. Aan de laan, gevel van twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een afwisseling van uit- en insprongen. De assen van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. vormen gestapelde erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. vertrekkend vanaf de begane grond en bekroond door dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Brede kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. De zijgevels van dit volume hebben vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en zijn heel sober behandeld; de toegangstraveeënTravee waarin de toegang is ondergebracht. zijn in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Links, naar de koer, gevel van de speelplaats in beschilderde bakstenen; één bouwlaag onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.; steekboogvormige of rechthoekige muuropeningen. Pittoreske kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met lambrekijns.
Achtervolume, evenwijdig met de Armand Huysmanslaan, van negen traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en twee bouwlagen. Muuropeningen onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. op de benedenverdieping, onder steekboogBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. op de verdieping. Zesde en zevende traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) van de twee gevels in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden..
Achteraan, haaks geplaatste vleugel van een bouwlaag, voorzien van hoge muuropeningen die de speelplaats verlichten.
Oud schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.
Geschiedenis
In 1848 werd de eerste school van Boondaal op initiatief van de gemeente geopend op de hoek met de thans verdwenen Brusselstraet. Ze omvatte enkel de woning van de leraar en één klaslokaal. In 1871 werden meer aangepaste gebouwen opgetrokken langs de Dieweg, de huidige Terkamerenboslaan. Ze omvatten aan de kant van een laan een gebouw met de dienstwoningen, bewaard, omgeven door koeren en twee overdekte speelplaatsen waarvan enkel die links is bewaard. Tegen dit volume werd achteraan een tweede gebouw van een bouwlaag en met vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aangebouwd, met daarin de klassen voor de meisjes en die voor de jongens. Maar het aantal inschrijvingen steeg snel, en al in 1882 moest de school een eerste keer worden uitgebreid: het achtergebouw werd met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) verlengd en met één bouwlaag verhoogd. In 1897 werd het gebouw met nog eens twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) uitgebreid en aangevuld met een grote, haaks geplaatste vleugel met daarin een grote overdekte speelplaats onder daklicht. Tijdens de jaren 1950 tot 1970 breidde de school zich binnen het huizenblok uit, onder meer door de plaatsing van geprefabriceerde lokalen en de aanleg van sportterreinen. Een laatste bijgebouw werd tussen 2002 en 2004 toegevoegd op nr. 211 van de Terkamerenboslaan, naar de plannen van architect Jacques Henri Baudon (A+U) uit 1998.
Beschrijving
Bepleisterde gevels. Vierkant gebouw van twee bouwlagen waarin zich voorheen de dienstwoningen bevonden. Aan de laan, gevel van twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met een afwisseling van uit- en insprongen. De assen van de venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. vormen gestapelde erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. vertrekkend vanaf de begane grond en bekroond door dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap.. Brede kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. De zijgevels van dit volume hebben vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en zijn heel sober behandeld; de toegangstraveeënTravee waarin de toegang is ondergebracht. zijn in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden.. Links, naar de koer, gevel van de speelplaats in beschilderde bakstenen; één bouwlaag onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.; steekboogvormige of rechthoekige muuropeningen. Pittoreske kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). met lambrekijns.
Achtervolume, evenwijdig met de Armand Huysmanslaan, van negen traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) en twee bouwlagen. Muuropeningen onder rondboogBoog waarvan de kromming een halve cirkel beschrijft. op de benedenverdieping, onder steekboogBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. op de verdieping. Zesde en zevende traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) van de twee gevels in risalietRisaliet (Italiaans, van risalto: uitstekend deel), vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt en soms hoger is; naar gelang de positie worden er midden-, zij- en hoekrisalieten onderscheiden..
Achteraan, haaks geplaatste vleugel van een bouwlaag, voorzien van hoge muuropeningen die de speelplaats verlichten.
Oud schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... bewaard.
Bronnen
Archieven
GAE/OW École 7 & 8. Avenue du Bois de la Cambre. 30.
Publicaties en studies
BOVY, Ph., Boondael (1), Gemeente Elsene, Brussel, 2003 (À la découverte de l'histoire d'Ixelles, 10).
GAE/OW École 7 & 8. Avenue du Bois de la Cambre. 30.
Publicaties en studies
BOVY, Ph., Boondael (1), Gemeente Elsene, Brussel, 2003 (À la découverte de l'histoire d'Ixelles, 10).