Typologie(ën)

opbrengsthuis
gelijkvloers met handelszaak
beeldhouwwerk en herdenkingsmonument

Ontwerper(s)

INCONNU - ONBEKEND1881-1893

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Neoclassicisme

Inventaris(sen)

  • Het monumentale erfgoed van België. Schaarbeek (Apeb - 2010-2015)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2013-2014

id

Urban : 22698
lees meer

Beschrijving

Op de hoeken van de Maarschalk Fochlaan, geheel van twaalf opbrengsthuizen in neoclassicistischeVan 1775 tot jaren 1840. Het neoclassicisme – voor interieur ook Lodewijk XVI-stijl genoemd, naar Lodewijk XVI – ontstaat in Frankrijk in de tweede helft van de 18e eeuw en verspreidt zich snel over Europa. In Brussel bestrijkt de stijl hoofdzakelijk de periode 1775 tot de jaren 1840, al blijft zij tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog opduiken. In het Vlaamse landsgedeelte wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen het 18e-eeuwse classicisme (ontstaan tijdens het Ancien Régime) en het neoclassicisme van de vroege 19e eeuw, dat hier geleidelijk uit voortvloeit. Na de Franse Revolutie en tijdens de Franse en Nederlandse periode evolueert de samenleving naar een burgerlijke maatschappij, wat zich vertaalt in een aangepaste architectuur en een nieuw cliënteel. Typologisch evolueert de bebouwing van 18e-eeuwse huizen met twee à drie bouwlagen (waarbij de derde vaak een mezzanine is) naar 19e-eeuwse gevels met drie à vier volwaardige niveaus. Naast grootschalige stadsuitbreidingen worden bestaande woningen regelmatig verbouwd tot classicistische herenhuizen met een nieuwe, symmetrische lijstgevel. Deze gevels beantwoorden aan de proportieregels van de antieke bouwkunst en functioneren soms als schermgevel, los van de achterliggende structuur. Het neoclassicisme vindt zijn theoretische basis in een hernieuwde belangstelling voor de Griekse en Romeinse oudheid, gestimuleerd door de opgravingen in Pompeï en Herculaneum en door de culturele praktijk van de Grand Tour. Onder invloed van de Verlichting streeft men naar harmonie, eenvoud, rationaliteit en een sobere ornamentiek, als reactie op barok en rococo. De stijl is meer dan een vormentaal: zij gaat gepaard met een rationele herinrichting van de stad (embellissement), waarbij esthetische, hygiënische en praktische aspecten samenkomen. Rechte straten, perspectieven en uniforme gevelwanden bepalen het stadsbeeld. In Brussel leidt dit tot een doorgedreven uniformisering van bepleisterde en beschilderde gevels. Vanaf 1812 worden enkel lichte tinten toegestaan; vanaf 1818 verplicht de stad de zogenaamde pierre-de-france-kleur, wat bijdraagt tot het beeld van de 19e-eeuwse “witte” stad. Kenmerkend is de bepleisterde en beschilderde lijstgevel, vaak wit of licht gekleurd, soms gecombineerd met hard- of witsteen. De compositie is strikt symmetrisch opgebouwd. Muuropeningen zijn meestal rechthoekig, soms steekboogvormig; rondbogen komen voor als accent, bijvoorbeeld in een toegangstravee. De gevel wordt horizontaal geleed door cordonlijsten en bekroond met een vooruitspringende kroonlijst, vaak voorzien van modillons en/of tandlijst. Samen met fries en architraaf vormt dit het klassiek geïnspireerde hoofdgestel. Decoratieve elementen – indien aanwezig – verwijzen naar de antieke vormentaal: pilasters, kolommen, frontons, trigliefen, medaillons, guirlandes of urnen. Toch zijn vele gevels, vooral in het begin van de 19e eeuw, opvallend sober. In prestigieuzere woningen verschijnt een balkon, aanvankelijk met smeedijzeren borstwering en vanaf het midden van de 19e eeuw steeds vaker in gietijzer. In Brussel wordt het neoclassicisme toegepast in zowel grootschalige stedenbouwkundige projecten als in particuliere woningbouw, publieke gebouwen en religieuze architectuur, en draagt het in sterke mate bij tot de coherentie en homogeniteit van het straatbeeld. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn het Martelarenplein (het vroegere Sint-Michielsplein, 1774–1776), de Koningswijk (1774–1782), de Nieuwe Graanmarkt (1787), de omgeving van De Munt (1817–1822), het Barricadenplein (het vroegere Oranjeplein, 1825) en het Groot Godshuis met de omliggende wijk (1827), evenals de heraanleg van de omgeving van de vroegere stadspoorten. Naast gewone woningen en herenhuizen leent de stijl zich uitstekend voor monumentale en representatieve gebouwen, zoals publieke en religieuze instellingen, kastelen, paleizen en academies. In Brussel worden bovendien talrijke oudere dwarshuizen aangepast aan de nieuwe smaak: hun puntgevel wordt vervangen door een sobere, symmetrische lijstgevel. Ook in de omliggende dorpskernen blijkt het neoclassicisme bijzonder geschikt voor de oprichting of vernieuwing van bescheiden woningen, dankzij zijn heldere opbouw en ingetogen vormentaal. stijl met commerciële benedenverdieping, gebouwd tussen 1881 en 1893. Het geheel bestaat uit twee groepen huizen die respectievelijk op de hoek van de Metsysstraat en van de Van Ooststraat werden opgetrokken.

Alle opstandenBouwkundige tekening op schaal van een verticaal vlak van een gevel, een binnenmuur,…; in ruime zin het verticaal vlak van een gevel of muur. hebben drie bouwlagen. Op de hoekhuizen, gevel van vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) aan elke verkeersweg, aan het plein verbonden door een holronde gevel met drie traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). De huizen aan de zijkant hebben elk twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). TraveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) geflankeerd door pilastersPlatte, weinig uitspringende muurpijler, vaak met basis en kapiteel. op de huizen van de eerste groep en op het hoekhuis van de tweede. Aan het plein, op de benedenverdieping, rondbogige muuropeningen, met centraal een deur. Op de eerste verdieping, doorlopende  balkons met gebuikteMet een buik staand; welvend oppervlak dat een ongelijkmatige boogwerking vertoont. gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. op de drie huizen van de eerste groep, evenals op de vijf hoekhuizen van de tweede. Balkon op nr. 90 Fochlaan geëffend, borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van het balkon op nr. 92 in gietijzerHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons.; de rechte balkons op nr. 88 en 90 Metsysstraat zijn bewaard. Verscheidene venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdiepingen zijn verbouwd tot winkelpui. Sierdeksels met leeuwenkoppen. KroonlijstenStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). bewaard, die van de eerste groep doorlopend , en op consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. op de huizen aan de zijkant. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  vervangen, met uitzondering van de deuren van nr. 88, 94 Metsysstraat en 90, 94 Fochlaan.

Op nr. 1 Eugène Verboeckhovenplein – 67 Van Ooststraat, 65 Van Ooststraat en 89 Maarschalk Fochlaan, drie huizen.
Op nr. 1 Eugène Verboeckhovenplein – 67 Van Ooststraat, diverse wijzigingen in 1914 n.o.v. architect G. Veldeman: transformatie van het centrale vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op de tweede verdieping tot een glasdeurDeur waarvan het grootste deel uit glas bestaat. achter een balkon met gietijzerenHard, bros en niet smeedbaar ijzer; gegoten in herbruikbare mallen; meestal gebruikt voor de borstwering van balkons. borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust., inrichting van een houten winkelpui aan de Van Ooststraat, plaatsing van schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  met gebogen roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. op de benedenverdieping (bewaard, behalve die van de winkelpui), en dichting van het tweede vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. op de benedenverdieping aan de Fochlaan. Dit vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. werd in 1929 versierd met een bronzen monument gesigneerd “S(ylvain). Norga”, als eerbetoon aan de Maarschalk.
Op nr. 89 Fochlaan, winkelpui uit 1927 (n.o.v. architect Jean Teughels).
Op nr. 65 Van Ooststraat, winkelpui uit 1913 (n.o.v. architect Emile Van de Weghe).

Op nr. 15 Eugène Verboeckhovenplein – 98 Maarschalk Fochlaan, 90 tot 96 Maarschalk Fochlaan en 88 tot 94 Metsysstraat, negen huizen.
Op nr. 15 Eugène Verboeckhovenplein – 98 Maarschalk Fochlaan, schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  met roedeverdelingDunne houten of metalen staaf in een kozijn waarin glasruiten worden bevestigd. deels bewaard op de benedenverdieping.
Op nr. 88 Metsysstraat, gevel bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel.. Op nr. 90, winkelpui van latere datum en consolesVoornamelijk voluut- of S-vormig kraagstuk, soms ook louter decoratief. van het balkon gewijzigd. Op nr. 92, gevel bekleed met brikettenBaksteenvormige tegel die op het reeds bestaande gevelvlak wordt aangebracht ter imitatie van een bakstenen gevel. en winkelpui van latere datum. Op nr. 94, oude winkelpui.
Op nr. 90 en 92 Fochlaan, vensteromlijstingen verwijderd. Op nr. 92, winkelpui uit 1933. Op nr. 96, winkelpui en dakkapelUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. van latere datum.

Bronnen

Archieven
GAS/DS 1 Eugène Verboeckhovenplein – 67 Van Ooststraat: 90-1; 89 Maarschalk Fochlaan: 268-67; 92 Maarschalk Fochlaan: 182-96; 65 Van Ooststraat: 268-65.


Kaarten / plannen
Bruxelles et ses environs, Militair Cartografisch Instituut, 1881.
Bruxelles et ses environs
, Militair Cartografisch Instituut, 1893.