Typologie(ën)

appartementsgebouw

Ontwerper(s)

J.-B. VAN DEN BROECKarchitect1933

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Art deco

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

2006-2007

id

Urban : 16092
lees meer

Beschrijving

Appartementsgebouw in art decoPeriode: 1920-1940 De art?decostijl ontstaat in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en sluit aan bij de geometrische tendens van de art nouveau. De stijl ontleent zijn naam aan de Exposition internationale des Arts décoratifs et industriels modernes, die in 1925 in Parijs plaatsvond. De belangrijkste kenmerken vertalen zich in de geometrisering van lijnen en volumes, in soberheid en symmetrie, terwijl toch een uitgesproken voorliefde voor ornamenten behouden blijft. Die ornamenten neigen eveneens naar geometrische vormen. De inspiratiebronnen voor versieringen komen uit exotische of oude artistieke tradities (het Oosten, Afrika, precolumbiaanse en Egyptische kunst, Grieks-Romeinse oudheid). De integratie van plantenmotieven met Afrikaanse inspiratie illustreert de stilistische impact van de koloniale periode op de Brusselse architectuur. De art deco toont een grote belangstelling voor uiteenlopende traditionele bekledingsmaterialen (baksteen en pleisterwerk), die een hele waaier aan kleuren en texturen bieden. De stijl geeft blijk van een voorkeur voor gewapend beton, waarvan de plasticiteit sculpturale vormen en imposante volumes mogelijk maakt die kenmerkend zijn voor de art deco. Het materiaal laat bovendien toe grote open binnenruimten te ontwerpen, ideaal voor monumentale inkomhallen en spektakelzalen. De voorliefde voor kleur uit zich soms ook in het raamwerk of in metalen elementen. De architectuur geeft bovendien de voorkeur aan grote glaspartijen (die soms de vorm aannemen van bow-windows) en aan platte daken (soms voorzien van een gestileerde koepel). Op grondplannen worden de binnenruimtes van woningen meer van elkaar onderscheiden (woonkamer, eetkamer, slaapkamers), terwijl de trap soms naar het midden of de voorzijde van de woning wordt verplaatst om de achtergevel en het contact met de tuin vrij te maken. Nieuwe comfortruimten worden geïntegreerd (badkamer, toilet, keuken, functionele inkomruimte). Verfijnde materialen zoals marmer, marbriet, granito, mozaïek en gekleurd glas worden gewaardeerd. In Brussel, zoals elders, leent de art?deco?esthetiek zich perfect voor de eisen van decorum en comfort van gebouwen die aan ontspanning en luxe zijn gewijd (hotels, bioscopen, warenhuizen, theaters), evenals voor die van luxeappartementsblokken, waarvan de bouw – gestimuleerd door de wet van 1924 op de mede-eigendom – zich laat inspireren door Parijse voorbeelden. Hoewel de beweging aanvankelijk een elitaire basis heeft, wordt ze al snel een populair succes en groeit ze uit tot een courante bouwstijl. In de jaren 1930 evolueert de decoratieve expressie van de art deco door elementen van het modernisme te integreren en met name van de scheepsarchitectuur (vlaggenmasten, patrijspoorten, aerodynamische vormen) (zie “pakketbootstijl”). n.o.v. arch. J. B. Van Den Broeck, 1933.

Symmetrische gevel van zeven bouwlagen waarvan hoogste in attiekMuur of bouwlaag boven de kroonlijst die meestal het dak aan het gezicht onttrekt., en op verdiepingen vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). De uiterste traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) met gestapelde erkerRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld.; centrale traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) smaller en gescheiden door een brede versierde muurdamParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag.. Benedenverdieping in hardsteen; links deur naar garage in souterrainHoge kelder of half verzonken verdieping.; opmerkelijk centrale kettingboogvormige toegangsdeur onder impostvensterVenster boven een deur en ervan gescheiden door een stenen dorpel, een entablement of een muurvlak. met glas-in-lood, geheel gevat in getrapteGevel met een driehoekige bekroning die trapsgewijs versmalt. omlijsting met spiraalmotieven. Benedenverdieping en eerste verdieping gescheiden door bloemenfries. Verdiepingen bepleisterdMuur of plafond bedekt met een laag mortel op basis van een mengsel van kalk, gips of cement en zand, met of zonder andere fijne toeslagmaterialen. en geritmeerd door monumentaleZuilen of pilasters die over de volle hoogte of over meer dan één verdieping opgaan, onafhankelijk van de door vensters en bouwlagen gegeven maten. bakstenen muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag.. Gegroefde friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). onder kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement).. Op borstweringen1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. en muurdammenParement tussen twee muuropeningen (vensters of deuren) in dezelfde bouwlaag. panelen1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. met ingezette driehoeken of bloemen.

Beglaasde en getraliede eiken deur. SchrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ...  deels oorspronkelijk. Hek en voortuin oorspronkelijk.

Interieur. Marmer, lambriseringWandbetimmering, meestal bestaande uit paneelwerk, aangebracht tegen een binnenmuur (vaak het onderste gedeelte ervan); later ook in marmer, stucwerk, … en spiegel1. Dunne (houten) plaat, gevat in een omlijsting van stijlen en regels van deuren, lambriseringen en plafonds; - 2. Gevelversiering in de vorm van een in- (spiegel) of uitspringende (paneel) rechthoekige omlijsting. in hal oorspronkelijk.

Bronnen

Archieven
SAB/OW 43226 (1933).