Deel van de Pompewijk II
Ideaallaan 39, 41, 43, 45, 47, 49, 51, 53, 55, 57
Perspectieflaan 2, 4, 1, 3, 5, 7, 9, 11
Typologie(ën)
Ontwerper(s)
Antoine POMPE – architect – 1922-1926
Louis VANDER SWAELMEN – landschapsarchitect – 1922-1926
Juridisch statuut
Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024
Stijlen
Inventaris(sen)
- Urgentie-inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Brusselse agglomeratie (Sint-Lukasarchief 1979)
- Actualisatie van het inventarisatieproject van het Bouwkundig Erfgoed (DMS-DML - 1995-1998)
- Het monumentale erfgoed van België. Sint-Pieters-Woluwe (DMS-DML - 2002-2009, 2014)
Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)
- Artistiek Het ontwerp van een onroerend goed (gebouw) door een gerenommeerde kunstenaar (architect) kan maar zeer zelden als criterium worden beschouwd. Om het belang van de selectie van dit onroerend goed te beoordelen, en de plaats dat het inneemt in het oeuvre van een kunstenaar (architect), is dit een criterium dat moet worden afgewogen met de architectonische kwaliteit (compositie en interne structuur), de uitvoering (materialen, technische beheersing), de plaats in de architectuurgeschiedenis dewelke een getuigenis zijn van een fase of aspect van landschapsarchitectuur of de bouwkunst in het verleden. Zodoende gelden koppelingen naar volgende criteria: zeldzaamheid (typologie, stijl, materiaalgebruik, bronnen), representativiteit (idem) en integriteit (idem + kwaliteit van uitvoering).
- Esthetisch Het onroerend goed heeft een esthetische waarde als het de waarnemer zintuigelijk prikkelt op een positieve manier (‘ervaring van schoonheid). Historisch gezien werd deze waarde aangewend om waardevolle natuurlijke of semi-natuurlijke gebieden aan te duiden, maar het kan ook gelden voor grote gehelen van gebouwen in een stedelijk gebied, met of zonder natuurlijke elementen, of monumenten die het stadslandschap markeren. Automatisch dringt een afweging met andere waarden zich op, de artistieke in de eerste plaats, maar ook de landschappelijke (integratie van het werk in het stedelijk landschap, oriëntatiepunten in de stad) en stedenbouwkundige waarde (spontane of rationele stedelijke gehelen), en dienen koppelingen naar selectiecriteria worden gemaakt: representativiteit, ensemblewaarde en contextuele waarde. Criteria die met andere (met name artistieke) criteria moeten worden gecombineerd.
- Historisch Het onroerend goed heeft een historische waarde als het getuigt van een bijzondere periode in de geschiedenis van de streek of de gemeente, of als bijzonder belangrijke ouderdom en zeldzame ontwikkeling voor een periode (bv. tuinstad die representatief is voor een bouwwijze die werd toegepast in het kader van de grote bouwcampagnes na de Tweede Wereldoorlog; dorpskernen die de eerste gegroepeerde bouwwerken van de gemeenten van de tweede ring illustreren; Hallepoort als overblijfsel van de tweede omwalling; enz.), of als getuigenis van een bepaalde stedelijke (en/of landschappelijke) ontwikkeling van de stad (bv. gebouwen aan de centrale boulevards of in de Leopoldswijk), of wanneer het een band vertoont met een belangrijke historische figuur - met inbegrip van persoonlijke huizen van architecten en kunstenaarsateliers (b.v. het geboortehuis van Constantin Meunier, het huis van Magritte), of in verband kan worden gebracht met een belangrijke historische gebeurtenis (b.v. huizen van de wederopbouw na het bombardement van 1695, Congreskolom), of een typologische representativiteit vertoont die kenmerkend is voor een commerciële of culturele beroepsactiviteit (bv. kerken, bioscopen, industriële architectuur, apotheken).
- Stedenbouwkundig Sommige bouwkundige goederen spelen, meer dan andere bouwkundige goederen, een prominente rol in de planmatige inrichting van de bebouwde ruimte in het verleden. Meestal determineren zijn andere stedenbouwkundige (plan)vormen zodat er zich een wisselwerking voortdoet tussen bebouwde en niet-bebouwde (of open) ruimte. Die inrichting omvat ook de samenhang tussen verschillende schaalniveaus. Een onroerend goed heeft stedenbouwkundige waarde wanneer het hierin een rol speelt, bijvoorbeeld hoekgebouwen, coherente pleinen of (straatwanden), deskundig ingeplante torens (hoogbouw) en hun relatie tot hun onmiddellijke kwaliteitsvolle omgeving die coherent kan zijn, maar ook contrastrijk, maar ook relicten van stedenbouwkundige concepten en hoe deze architecturaal (en typologisch) zijn of werden ingevuld, zoals bijvoorbeeld de nog bewaarde eclectische stadspaleizen en/of herenhuizen in de Leopoldswijk.
Onderzoek en redactie
id
Beschrijving
Voor Kapelleveld ontwierp Pompe ongeveer 130 woningen en handelsgebouwen, verspreid over twee wijken. Die op Sint-Pieters-Woluwe vormen een deel van Pompe Wijk II, gelegen langs Ideaallaan, Landschaplaan en Perspectieflaan en ook langs Korenbloemlaan en -plein in Sint-Lambrechts-Woluwe.
In vergelijking met door andere architecten voor Kappelleveld ontworpen huizen, getuigen die van Pompe van een meer traditionele aanpak. Zo vertonen ze invloed van de cottagestijl en Engelse (tuinwijk)modellen en zijn ze opgetrokken in traditionele materialen zoals baksteen en dakpannen. Meestal één bouwlaag onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken..
Huizen op Sint-Pieters-Woluwe kennen drie varianten. Groepen van twee of vier woningen, per twee volgens spiegelbeeldschema. Twee kleuren baksteen: violetachtig in onderste gedeelte van woningen, lichtgekleurd in bovenste gedeelte. Overgang tussen beide kleuren verschilt van gebouw tot gebouw.
In hoofdgevel van gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. huizen, groep van twee uitspringende, over twee bouwlagen doorlopende en dak doorbrekende traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...); bekroond met plat dak; licht geknikte vorm, benadrukt door uitspringende bakstenen in naad; over twee verdiepingen doorlopende venstersLicht- en/of luchtopening in een muur., gescheiden door borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. van beschilderde, in visgraatvorm aangebrachte eternietplanken.
Voorbouwen geflankeerd door toegangsdeuren, sommige inspringend onder portiek1. Open galerij of zuilengang waarvan het dak op zuilen of arcades rust; - 2. Classicistische ruimte vóór een toegangsdeur die terugspringt of niet gelijk is met de voorgevel; - 3. Samenstel van twee zuilen onder architraaf die overgang tussen twee ruimtes accentueert., andere in uitspringende traveeVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...).
In beide lanen meerdere huizen in jaren 1940 tot 1980 uitgebreid met garage. Alleen nr. 2 in Perspectieflaan heeft nog oorspronkelijk schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... met onder meer ladderramen en borstwering1. Verhoogd gedeelte van een vestingsmuur waarachter men veilig kan lopen; - 2. Muurtje of hekwerk (balkon, terras); - 3. Deel van een muur tussen vloer en onderzijde van een venster; - 4. Verhoging van de buitenmuren van een huis boven de zolderbalken waarop een muurplaat rust. in eterniet. In andere huizen schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... vervangen door imitaties, maar meestal met massievere PVC profielen. Vrolijke polychromie van het schrijnwerkVerzameling van al het (niet-constructief) houten materiaal zoals deuren, vensterkozijnen, erkeronderdelen, kroonlijst, …; bij uitbreiding ook materiaal in aluminium, PVC, ... ook vervangen door uniform wit. Oorspronkelijk waren planken van voorbouwen in afwisselende kleuren geschilderd.
Bronnen
Archieven
GASPW/DS 443 (1923), 134 (1926).
Publicaties en studies
ARON, J., DE BECKER, F., PUTTEMANS, P., Inventaire du patrimoine contemporain de la région de Bruxelles, Brussel, 1994, fiche 162.
STACQUET, V., Cité-Jardin du Kapelleveld. Album. Prix : 5 francs, Bruxelles, s.d.
VILLEIRS, M., Kapelleveld. De architecturale gehelen. Sint-Lambrechts-Woluwe, s.l. 1997.
Tijdschriften
DELVOYE, C., “La cité-jardin du Kapelleveld et la participation d'Antoine Pompe”, Wiluwa, 2, 1983, pp. 19-23.
DELVOYE, C., “Antoine Pompe et le Kapelleveld”, Wiluwa, 3, 1984, pp. 7-12.
“Iconographie du Kapelleveld”, Wiluwa, 4, 1984, pp. 7-12.
“La Cité-jardin du ‘Kapelleveld' à Woluwe-St-Lambert”, Habitation à bon marché, 6, 1924.
Opmerkelijke bomen in de nabijheid