Typologie(ën)

hotel

Ontwerper(s)

Marcel CHABOTarchitect1932

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Art deco

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

1993-1995

id

Urban : 10297
lees meer

Beschrijving

Hotel in art-decostijl, opgetrokken in 1932 n.o.v. arch. Marcel CHABOT i.o.v. de "Société Immobilière RuralePeriode: 18e – 19e – begin 20e eeuw De landelijke architectuur verwijst naar een kenmerkende bouwwijze die voornamelijk bestaat uit boerderijen en landelijke woningen, opgetrokken tussen de 18e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Tot het midden van de 19e eeuw was dit type bebouwing wijdverspreid in de Brusselse voorsteden, die toen nog een overwegend landelijk landschap kenden. De bebouwing concentreerde zich vooral rond parochiekerken, in gehuchten, en langs de belangrijkste verkeersassen. Deze bouwwijze, die binnen de vernaculaire architectuur valt, vertoont specifieke architecturale en materiële kenmerken die getuigen van lokale grondstoffen en traditionele vakkennis. De boerderijen komen doorgaans overeen met kleinschalige landbouwbedrijven. Ze bestaan uit een rechthoekige woning, laag en zonder verdieping, die parallel of loodrecht op de weg is geplaatst. De ruimte tussen de weg en de boerderij fungeert als erf. Tot het einde van de 19e eeuw was de stal rechtstreeks verbonden met de woning en vormde zo één geheel. Bijgebouwen (schuur, berging, werkplaats, hooizolder) konden dit geheel aanvullen, afhankelijk van de middelen van de eigenaar. De vierkanthoeve is een variant van dit type, georganiseerd als een gesloten vierhoek of U-vorm rond een centrale binnenplaats. Deze binnenplaats bevatte vaak een mestput, een waterput, een drinkbak of een duiventil. Soms werd de straatzijde van de vleugel monumentaler vormgegeven met een poortgebouw. De constructietechniek maakt voornamelijk gebruik van lokale materialen: baksteen, kalkmortel, pleister en natuursteen (vooral voor sokkels en omlijstingen van openingen). De daken, rustend op een houten gebinte, zijn bedekt met riet, pannen of soms leien. De openingen zijn, indien later niet aangepast, zelden uitgelijnd en vaak van verschillende afmetingen. Sommige behouden hun oorspronkelijke houten latei. Ook zijn ijzeren muurankers zichtbaar in hoefijzer-, I- of X-vorm in de gevels en/of zijgevels. De landelijke woningen (vaak verbonden met tuinbouw) volgen een herkenbare typologie: een eenvoudig, compact bakstenen volume, een gepleisterde of geschilderde gevel, een indeling in traveeën over één niveau met attiek, en een poortdeur die toegang geeft tot een achterliggende berging. et Urbaine".

In 1989-1990 onderging het pand belangrijke restauratiewerken, meer bepaald de modernisering van het interieur volgens een origineel concept, teneinde het in een soort hotel-museum te veranderen. Hiertoe werden Belgische schilders en beeldhouwers van verschillende strekkingen gevraagd de hotelkamers en het restaurant van een kunstwerk te voorzien. In totaal ging het om 130 kunstenaars, vaak representatiefDe representativiteit verwijst naar het feit dat het onroerend goed een of meer significante kenmerken heeft in vergelijking met andere onroerende goederen in dezelfde categorie (bijvoorbeeld een typologie): het moet een “goed voorbeeld” zijn dat tal van betekenisvolle kenmerken in zich verenigt. De representativiteit van een goed wordt geëvalueerd in functie van zijn geografische context (lokaal, regionaal, nationaal), zijn chronologische context (is betekenisvol in de sociale, religieuze, politieke, industriële of wetenschappelijke geschiedenis, in de esthetiek), zijn historische architecturale context (bijvoorbeeld, het vertaalt op significante wijze een kenmerk van een desbetreffend tijdperk. Net als voor het bepalen van de zeldzaamheid, is het voor de representativiteit noodzakelijk het goed te vergelijken met andere goederen die tot dezelfde categorie behoren. Een onroerend goed kan representatief zijn voor een bepaalde stijl, typologie, stedenbouwkundig concept of het oeuvre van de ontwerper, enz. voor de jonge Belgische schilderkunst of striptekenaars die reeds eerder voor dit doorlopende  project gewerkt hadden ,ondermeer R. SOMEVILLE, R. RAVEEL, F. SCHUITEN, SWEETLOVE.

Verder werd de hoektraveeTravee op de hoek (meestal 45°) van een gebouw. van de buitengevel bekroond met een koepelBolvormig gewelf op cirkelvormige, elliptische, vierkante of veelhoekige basis. die identiek is aan het origineel, zij het met toevoeging van een neondecoratie van beeldhouwer F. FLAUCH.

In 1994 werd Kruisvaartenstraat Nr. 4 toegevoegd en heropgebouwd (het vml. Rogier Hotel).

Vooruitgangstraat 1, bouwaanvraag van 1932 (GASJ/DS/OW 11765).

Oorspronkelijk acht bouwlagen + entresol en zes traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) + torenvormige hoekpartij van vijf traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) + dertien traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) in Kruisvaartenstraat, waarvan de laatste vier met vijf bouwlagen + entresol + drie terugwijkende attiekverdiepingenVerdieping (soms halve verdieping), gelegen net boven de kroonlijst of als terugspringende hoogste verdieping van een gebouw. . Gevel in beschilderde similisteenBepleistering ter imitatie van natuursteen. met rechthoekige muuropeningen. Spel van in- en uitspringende volumes, gevormd door afwisselend gestapelde driehoekige en rechthoekige erkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. die uitsteken boven de kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement). en bekroond worden met een vaandelvormig element. ErkersRechthoekig of veelhoekig uitbouwsel, als het ware op de gevel geplakt en daardoor deel uitmakend van de achterliggende ruimte; vaak over één of meer verdiepingen gestapeld. bedekt met gelamineerd lood, behalve die van de hoekpartij, aanvankelijk voorzien van een structuur in metaal en glas en met het opschrift "NORD HOTEL". Zware rechte friesHorizontale band om een muurvlak in te delen of aan de bovenzijde te begrenzen; al dan niet beschilderd of versierd (terracotta, sgrafitto, cementtegels…). met tandlijst, gecanneleerdeParallelle, gootvormige decoratieve groeven op een zuil of pilaster. band boven hoekpartij. Oorspronkelijk plat dak in zink met roeflatten.

Bronnen

Archieven

GASJ/DS/OW 11765 (1932).