Typologie(ën)

school

Ontwerper(s)

Edmond SERNEELSarchitect1905

Edmond SERNEELSarchitect1913

Juridisch statuut

Ingeschreven in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024

Stijlen

Neogotiek

Inventaris(sen)

Dit (deze) goed(eren) bezit(ten) de volgende waarde(n)

Onderzoek en redactie

1993-1995

id

Urban : 14966
lees meer

Beschrijving

Voormalige school o.l.v. de "Frères de Saint-Gabriel". In 1903 vestigden deze vanuit Frankrijk afkomstige broeders zich in België, in het kasteel van Solbosch, waar ze een jongensschool openden.

Op vraag van pastoor Georges Van Lil lieten ze in 1905 de gebouwen optrekken in de Nothombstraat nr. 54 door aannemer VAN MEERBEEK, n.o.v. arch. Edmond SERNEELS.
Het eerste gebouw, het huis van de broeders werd aan de straatkant opgetrokken. Hoog, imposant pand, onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met dakkapellenUit het dakvlak opgaand venster; meestal in hout en vaak onder spitse kap. onder tentdakDak met vier dakvlakken die in één punt samenkomen (tentdak); onttopt tot een vierzijdig plat dak vormt het een paviljoendak.. Bakstenen gevel volgens dubbelhuisopstand met drie bouwlagen en negen traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...). Per twee gekoppeldeTwee of meerdere identieke bouwelementen (vensters, zuilen, pilasters) die tot een groter (symmetrisch) geheel zijn samengevoegd. traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), ingeschreven in nissenUitsparing in de dikte van een muur, kan rechthoekig zijn of onder een boog, achtervlak kan vlak, segmentvormig, halfrond of gebogen zijn; diepe nis voor standbeeld. en verlicht door steekbogige kruiskozijnen.
Het gebouw met de klaslokalen bevond zich hierachter, dwars op het eerste pand. Langwerpige constructie onder zadeldakDak met twee hellende dakvlakken. met klimmende dakkapellenDakkapel met overkapping die in dezelfde richting helt als het dakvlak. in de Beckersstraat. Twee bouwlagen met grote steekboogvenstersBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster..

In 1913 liet graaf Benoît Cornet de Peissant een huis voor parochiale liefdadigheidswerken bouwen (nr. 50) n.o.v. arch. Edmond SERNEELS.

In 1923 lieten de broeders n.o.v. arch. BACKER een vergaderzaal optrekken (tegenover de Beckersstraat nr. 49-51). In 1933 ten slotte gaven de parochiale liefdadigheidswerken van Sint-Antonius opdracht, in het verlengde van het gebouw van 1913, lokalen voor het parochiaal patronaat optrekken, n.o.v. arch. Jean FINNÉ.

In 1972 fuseerde de school met het "Institut Sainte-Geneviève". De plannen om van de gebouwen een rusthuis (1978) te maken of om een er een culturele bestemming aan te geven, gingen niet door. Dit leidde spijtig genoeg tot de afbraak van de constructies uit 1905 en 1923, die vervangen werden door een winkelcentrum. Heden bestaat nog de "Cercle Saint-Antoine" (1913), ter hoogte van nr. 50 en de lokalen uit 1933, die deel uitmaken van de Lutgardisschool.

'Cercle Saint-Antoine' (foto 1994).

"Cercle Saint-Antoine" (opschrift op de ingangsboog). Gebouw met neogotischeDe Neogotische stijl in Brussel is een van de meest invloedrijke en langdurige neostijlen van de negentiende eeuw, en vormt een essentieel hoofdstuk in de geschiedenis van het Belgische eclecticisme en de katholieke heropleving na 1830. Deze stijl herneemt en herinterpreteert de vormen, constructieprincipes en symboliek van de middeleeuwse gotiek, en kreeg in Brussel zowel een religieuze, ideologische als nationale dimensie. De neogotiek ontstond in België in de context van het romantische nationalisme en de restauratie van religieuze architectuur, geïnspireerd door voorbeelden uit Engeland (Pugin, Ruskin) en Frankrijk (Viollet-le-Duc). In Brussel vond de stijl vruchtbare grond dankzij de samenwerking tussen de katholieke kerk, de overheid en invloedrijke architecten die de gotiek beschouwden als de ware christelijke bouwstijl van het middeleeuwse Europa. Tussen 1830 en 1914 ontwikkelde de Brusselse neogotiek zich van een restauratiestijl naar een volwaardig scheppende stroming, toegepast op kerken, scholen, kloosters en zelfs burgerlijke gebouwen. De Brusselse neogotiek herneemt de structurele en esthetische principes van de oorspronkelijke gotiek, maar vertaalt deze met negentiende-eeuwse middelen en materialen. Typische kenmerken zijn: verticalisme en sterke opwaartse dynamiek; spitsbogen, kruisribgewelven en pinakels; gebruik van natuursteen en baksteen, soms gecombineerd in polychrome patronen; rijk uitgewerkte venstertraceringen en maaswerk; toepassing van iconografische programma’s (beelden, glasramen) met religieuze of symbolische betekenis; nadruk op ambachtelijke detaillering en het expressieve karakter van de constructie. Daarnaast werden talloze interieurs, altaren, glasramen en meubilair in neogotische stijl ontworpen door kunstenaars en ateliers zoals dat van Jean-Baptiste Bethune, die de stijl vanuit Vlaanderen in Brussel hielp verspreiden. De neogotiek in Brussel omvat verschillende varianten: een romantisch geïnspireerde vroege fase, een wetenschappelijk-constructieve richting als restauratie-architectuur onder invloed van Viollet-le-Duc (vb: Broodhuis, Onze-Lieve-Vrouw ter Zavelkerk), in parallel met een creatieve scheppende stijl (vb: Sint-Bonifaaskerk), en een laat-eclectische fase waarin gotische motieven worden gecombineerd met neoromaanse of neorenaissance-elementen (vb: Redemptoristenklooster en de Sint-Magdalenakerk, Jette). De Neogotische stijl vertegenwoordigt in Brussel niet enkel een historische revival, maar ook een cultureel programma dat de identiteit van de hoofdstad mede vormgaf. Zij beïnvloedde de stedelijke morfologie, de beeldtaal van de religieuze architectuur en zelfs de decoratieve kunsten (glasramen, meubilair, smeedwerk). en neo renaissance-elementen met tuitgevelPuntgevel bekroond met smalle rechthoekige hals; bij zeventiende eeuwse voorbeelden vaak steunend op schouderstukken.. Drie in de hoogte afnemende bouwlagen en twee traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...) onder pannen zadeldakDak met twee hellende dakvlakken.. Baksteenconstructie met natuurstenen banden en sierankers(Smeedijzeren) bouwonderdeel waarmee de uiteinden van een balk in een muur worden bevestigd; soms ook louter decoratief.. Gedateerd "ANNO-1913" in cartoucheOmlijsting van een uitspringend vlak in de vorm van ingesneden en omkrullend papier of leer; vaak met opschrift of intern versierd.. Op begane grond, twee spitsbogen met archivoltenGeprofileerde of versierde omlijsting van een boog. waarin getoogdeBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster. deur en vensterLicht- en/of luchtopening in een muur. zijn ingeschreven; timpaanMonumentaal driehoekig of segmentvormig boogveld, meestal besloten in een fronton; vaak rijkelijk versierd. onderverdeeld door vier tussenstijlen en middendorpel in steen. Zijgevel met vier traveeënVerticale geleding van een gevel, bepaald door afstand tussen twee opeenvolgende steunpunten (vb. muurdammen, zuilen, ...), de eerste twee identiek (drielichten, op begane grond in spitsboog, op eerste verdieping in steekboogBoog die minder dan een halve cirkel beschrijft; boog in de vorm van een cirkelsegment. Bij vensters spreekt men dan van een getoogd venster of steekboogvenster., rechthoekige venstersLicht- en/of luchtopening in een muur. in laatste bouwlaag) en van elkaar gescheiden door uitspringende bakstenen schoorsteen, de volgende twee met verschillende muuropeningen. Rechte baksteenfries, kroonlijstStelselmatig uitkragende geprofileerde lijst boven een muur of een ander belangrijk bouwdeel (entablement)..

Bronnen

Archieven
GAEtt./OW 17809 (1905), 4602 (1913), 3974 (1923), 3077 (1933).


Publicaties en studies
DE PAUW, L.-F., La vallée du Maelbeek avec monographie d'Etterbeek, Hayez, Brussel, 1914, p. 155.
MEIRE, R.J., Histoire d'Etterbeek, Musin, Brussel, 1981, pp. 82, 169.
Brochure uitgegeven n.a.v. de 80ste verjaardag van de "Communauté Educative Sainte-Geneviève".